Cybercrime jurisprudentieoverzicht september 2026

Rechtbank Oost-Brabant; slide reads: Veroordeling Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2026:4402), ‘Koen Kampioen’ veroordeeld voor Snapchat drugshandel, drugshandel via Snapchat, bezit van harddrugs, designerdrugs en ketamine, pseudokopen en observaties uitgevoerd door politie, had ambities om multimiljonair te worden.
Afbeelding: AI gegeneerd door wordpress in cyberpunk neo stijl: “A Dutch court presents the conviction of Koen Kampioen for Snapchat drug trafficking”

Veroordeling voor drugshandel via Snapchat

Op 19 juni 2026 heeft de rechtbank Oost-Brabant een Snapchatdealer veroordeeld (ECLI:NL:RBOBR:2026:4402) voor drugshandel. Hij heeft voor een periode van ongeveer twee jaar gehandeld in verschillende soorten harddrugs via Snapchat. Daarnaast had hij op verschillende locaties een grote hoeveelheid harddrugs, designerdrugs en ketamine aanwezig. Media berichtte al eerder dat de dealer met nickname “Koen Kampioen” dromen had om daarmee multimiljonair te worden. De politie heeft in het opsporingsonderzoek verschillende pseudokopen en observaties uitgevoerd.

De rechtbank laat de rol van de verdachte en de mate van professionaliteit meewegen in de strafmaat. De verdachte maakte onder andere gebruik van prijslijsten, kortingsacties tijdens bepaalde feestdagen en liet soms anderen voor hem de drugs bezorgen. Uit het dossier komt daarnaast het beeld naar voren van een verdachte die zich al veel langer dan de tenlastegelegde periode bezighield met het overtreden van Opiumwetdelicten.

Gelet op de aard en ernst van de feiten, de grote hoeveelheden aangetroffen drugs en ketamine, de mate van professionaliteit en de pleegperiode ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Dit met het oog op vergelding en speciale preventie: het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten door verdachte. Daarnaast wil de rechtbank met deze straf anderen ontmoedigen soortgelijke strafbare feiten te plegen. Een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zou geen recht doen aan de ernst van het bewezenverklaarde. De rechtbank zal daarnaast een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank acht een stok achter de deur noodzakelijk om herhaling in de toekomst te voorkomen.

Eerste veroordeling voor mishandeling op afstand vanuit ‘The Com’-netwerk

De rechtbank Amsterdam heeft op 9 juli 2026 bij mijn weten voor het eerst iemand veroordeeld voor activiteiten die verband hielden met het gewelddadige ‘The Com’-netwerk (ECLI:NL:RBAMS:2026:6968).

Wat is ‘the Com’?

‘The Com’ bestaat uit onderling verbonden onlinegroepen waarin extreem geweld tegen slachtoffers wordt aangemoedigd en genormaliseerd. De groepen beconcurreren elkaar bij het produceren van zo extreem mogelijke content. Vanuit een nihilistische en gewelddadige wereldvisie proberen leden anderen ertoe te bewegen zichzelf of anderen schade toe te brengen. Zij zoeken hun slachtoffers, vaak jonge en kwetsbare personen, onder meer via gameplatforms als Roblox en Minecraft, streamingdiensten en sociale media. Vervolgens lokken zij hen naar privékanalen op bijvoorbeeld Discord of Telegram.

Modus operandi van ‘the Com’

Door ‘lovebombing’, waarbij slachtoffers worden overladen met aandacht, vriendelijkheid en begrip, wordt hun vertrouwen gewonnen. Daarna worden zij overgehaald om naaktbeelden of persoonlijke informatie te delen. Met het dreigement dat materiaal openbaar te maken, worden zij vervolgens gedwongen tot het produceren van steeds extremer seksueel of gewelddadig beeldmateriaal. Het kan gaan om het schrijven van namen of symbolen op het lichaam (‘fan signs’), het kerven of snijden daarvan in het lichaam (‘cut signs’) of het schrijven met bloed op muren (‘bloodwalls’). Het verkregen materiaal wordt gebruikt om binnen de Com status te verwerven.

Strafbaar handelen

De verdachte uit Roemenië ontmoette in oktober 2025 via Roblox een kwetsbaar dertienjarig meisje uit Nederland. Hij deed zich voor als iemand die haar interesses deelde en bood haar een luisterend oor. Het slachtoffer dacht dat sprake was van een soort liefdesrelatie. Volgens de rechtbank was echter sprake van een geraffineerd proces van grooming. De verdachte gebruikte haar gevoelens om seksuele beelden te verkrijgen, die hij heimelijk opsloeg. Nadat hij het materiaal had verkregen, dreigde hij het te verspreiden. Vervolgens dwong hij het slachtoffer tot steeds extremere handelingen. Zo moest zij zichzelf snijden, zijn bijnaam in haar lichaam kerven en zogenoemde bloodwalls maken. De verdachte vertelde haar daarbij tot in detail waar en hoe diep zij moest snijden. Ook moedigde hij haar aan zichzelf van het leven te beroven. Uiteindelijk verspreidde hij daadwerkelijk compromitterende beelden onder haar familie en klasgenoten.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte de beelden wilde gebruiken om waardering en status te verkrijgen bij leden of voormalige leden van de Com. Het netwerk opereert als volgt: hoe extremer het materiaal, hoe hoger de status. Hoewel de verdachte zelf niet daadwerkelijk lijkt te zijn toegetreden of toegelaten tot een Com-groep, was zijn handelen daarop gericht en kwam zijn werkwijze volledig overeen met die van dergelijke groepen.

Terroristisch oogmerk?

Volgens de rechtbank kan vanuit Com-groepen een terroristische dreiging uitgaan. Het fenomeen krijgt een steeds grotere omvang en veroorzaakt grote maatschappelijke onrust, in het bijzonder doordat kwetsbare kinderen erin verstrikt kunnen raken. Dat betekent echter niet dat de verdachte zelf met een terroristisch oogmerk handelde. Bij hem was volgens deskundigen geen sprake van gewelddadig extremisme of van een ideologie die geweld rechtvaardigde. Wel was sprake van extreem geweld, maar niet van extremistisch geweld, omdat daaraan geen ideologie ten grondslag lag. De verdachte werd vooral gedreven door eenzaamheid, de behoefte ergens bij te horen en zijn verlangen naar erkenning binnen de Com. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat hij beoogde een deel van de Nederlandse bevolking ernstige vrees aan te jagen of de fundamentele structuren van de samenleving te ontwrichten of te vernietigen. De rechtbank sprak hem daarom vrij van handelen met een terroristisch oogmerk.

Mishandeling op afstand

De rechtbank veroordeelde de verdachte wel voor mishandeling, hoewel hij het slachtoffer niet lichamelijk had aangeraakt. Voor haar beoordeling sloot de rechtbank aan bij rechtspraak van de Hoge Raad over seksuele handelingen op afstand. Daaruit volgt dat lichamelijk contact niet altijd noodzakelijk is wanneer sprake is van voldoende relevante interactie tussen de verdachte en het slachtoffer. Het slachtoffer sneed zichzelf omdat de verdachte daarmee dreigde compromitterend beeldmateriaal te verspreiden. Zij nam die dreiging serieus, mede omdat hij het materiaal daadwerkelijk met anderen deelde. Bovendien vertelde de verdachte haar gedetailleerd hoe diep en op welke plaatsen zij moest snijden en welke naam zij in haar lichaam moest kerven. Daarmee was de verdachte volgens de rechtbank een onmiskenbare schakel bij het toebrengen van het letsel. Er was sprake van actieve en relevante interactie en van concrete bemoeienis met de wijze waarop het slachtoffer zichzelf verwondde. Hoewel mishandeling op afstand slechts in uitzonderlijke gevallen als plegen kan worden aangemerkt, was daarvan hier sprake. De verdachte werd daarom als pleger van de mishandeling veroordeeld.

Straf

De rechtbank legde een jeugddetentie van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Het voorwaardelijke gedeelte dient als stok achter de deur en maakte het mogelijk bijzondere voorwaarden op te leggen. Daarnaast moet de verdachte € 11.875 aan immateriële schadevergoeding betalen.

Ook veroordeling opiniemaakster voor groepsbelediging in hoger beroep

Op 28 mei 2026 heeft het hof Den Haag een bekende opiniemaakster ook in hoger beroep veroordeeld (ECLI:NL:GHDHA:2026:1802) voor groepsbelediging en belediging door middel van een Twitterbericht. Zie hierover ook bijvoorbeeld dit bericht in de media: Lagere taakstraf voor ON-presentator Raisa Blommestijn in hoger beroep.

Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad moet bij de beoordeling van groepsbelediging (artikel 137c Sr), smaad (artikel 261 Sr) en eenvoudige belediging (artikel 266 Sr), worden gekeken naar de bewoordingen van de uitlating en de context waarin deze is gedaan. Daarbij is van belang of de uitlating een bijdrage kan leveren aan het publieke debat of een vorm van artistieke expressie is. Ook moet worden beoordeeld of de uitlating in dat verband niet onnodig grievend is.

Een veroordeling voor een uitingsdelict vormt een beperking van de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 EVRM. Daarom moet worden beoordeeld of die beperking in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd en proportioneel is. Daarbij weegt mee dat de verdachte als journalist en opiniemaker een belangrijke rol speelt in de verstrekking van nieuws en het voeren van het publieke debat.

Twitterbericht n.a.v. geweldsincident

De verdachte plaatste naar aanleiding van beelden van een geweldsincident een Twitterbericht, waarin zij mensen met een donkere huidskleur met bepaalde denigrerende termen aanduidde. Naar het oordeel van het hof zijn de bewoordingen “negroïde” en “primaten” op zichzelf niet beledigend. De woorden dienen echter niet slechts op zichzelf beoordeeld te worden, maar het gaat ook om hun onderlinge combinatie en de uitlating als geheel. Het woord “negroïde” is gelet op de algemeen bekende historische achtergrond van het woord (en aanverwante woorden) een beladen begrip. Juist door deze term te gebruiken in samenhang met de termen “primaten” en “dit volk” – in de onderhavige uitlating, afgezet tegen het begrip “blanke man” – wordt hieraan evident een racistische strekking gegeven, waarbij de suggestie wordt gewekt dat mensen met een donkere huidskleur onontwikkeld en inferieur zijn. Gelet hierop is de uitlating van de verdachte denigrerend en kwetsend voor mensen van kleur, die hierdoor collectief worden getroffen in wat voor hen als groep kenmerkend is, namelijk hun ras of kleur.

Het hof nam in aanmerking dat ten tijde van de uitlating een maatschappelijke discussie werd gevoerd over het Nederlandse migratiebeleid en de vrijheid van meningsuiting. De verdachte stelde dat zij met haar bericht aan dat debat wilde bijdragen. Het hof ging daarvan uit. Ook binnen het publieke debat is de vrijheid van meningsuiting echter niet onbeperkt. De grens ligt waar uitlatingen onnodig grievend zijn.

Het Twitterbericht was onnodig grievend, mede vanwege de sterk negatieve associaties die het opriep en omdat het gevoelens van vijandigheid en afkeer tegen mensen van kleur kon oproepen. Niet viel in te zien waarom het voor het debat noodzakelijk was mensen van kleur op deze stigmatiserende wijze te kenmerken. De verdachte had eenvoudig op een andere, niet-beledigende manier aan het maatschappelijke debat kunnen bijdragen.

Bericht over Kamerlid

Aan de verdachte werd ook tenlastegelegd dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan smaad(schrift), door op 27 maart 2023 op haar twitteraccount de volgende tekst te plaatsen: “Vandaag is er een voorwaardelijke straf uitgesproken door de Rechtbank Rotterdam omdat @[twitteraccount] “Kleuterneuker” werd genoemd op Twitter. In onze tijd wordt het benoemen van de waarheid gestraft en rent het system alleen voor je als je lid bent van D66. Typisch.”

Voor smaadschrift is vereist dat iemand wordt beschuldigd van een bepaald feit, dat wil zeggen een duidelijk te onderkennen concrete gedraging. Volgens het hof was daarvan geen sprake. Uit het bericht bleek niet welke concrete gedraging aan de aangever werd verweten. De term was ook in een minder letterlijke betekenis onvoldoende specifiek. De verdachte werd daarom vrijgesproken van smaadschrift.

De uitlating leverde volgens het hof wel eenvoudige belediging op. Door te stellen dat de bijzonder grievende aanduiding van het voormalig Kamerlid de waarheid was, tastte de verdachte zijn eer en goede naam aan. Dat zij de term tussen aanhalingstekens had geplaatst, maakte dat niet anders. De letterlijke betekenis lag volgens het hof besloten in het gebruik van de woorden ‘de waarheid’ en bestond onafhankelijk van de achteraf gegeven toelichting van de verdachte.

Straf

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van beide feiten, de omstandigheden waaronder zij waren gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Zij had zich in het openbaar beledigend uitgelaten over personen wegens hun ras en had daarnaast het voormalig Kamerlid in zijn eer en goede naam aangetast. Het hof rekende haar in het bijzonder aan dat de berichten waren geplaatst op een openbaar platform waarop zij een aanzienlijk aantal volgers had.

De verdachte kreeg een taakstraf van dertig uur, waarvan tien uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ten slotte wees het hof de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 550 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Voor de gevorderde immateriële schade werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Hacks in de havens van Rotterdam en Antwerpen

In deze blog breng ik een rapport en uitspraken samen over de hacks in de havens van Rotterdam en Antwerpen die drugscriminaliteit voor georganiseerde misdaad faciliteerden. Daarbij heb ik gebruik gemaakt en geëxperimenteerd met Notebook LM. Een automatisch gegeneerde podcast is hieronder te luisteren:

Over de hacks zijn ook onder andere deze interessante achtergrondartikelen verschenen: The Mob’s IT Department | Bloomberg Business (2015) en Inside Job: How a Hacker Helped Cocaine Traffickers Infiltrate Europe’s Biggest Ports | OCCRP (2023). Het Bloomberg artikel beschrijft in feite de eerste generatie havenhacks en OCCRP en de jurisprudentie de tweede generatie havenhacks. In de eerste generatie hacks werd o.a. gebruik van gemaakt van keyloggers verstopt in stekkerdozen en de tweede generatie lieten ze ‘insiders’ malware installeren via USB-sticks op computers.

Notebook LM maakte ook automatisch deze ‘infographic’ op basis van de bronnen:

(ik heb het bewerkt en er enkele taalfoutjes uitgehaald).

Voor de liefhebbers heb ik ten slotte ook deze video automatisch gegenereerd op basis van de bronnen.

Europol rapport

Op 5 april 2023 publiceerde Europol een rapport (.pdf) over criminele netwerken in Europese havens. Het Europol-rapport schetst een beeld van Europese havens als kritieke infrastructuur die essentieel is voor de handel, maar tegelijkertijd zeer kwetsbaar voor infiltratie door georganiseerde misdaadnetwerken. Door het enorme volume van meer dan 90 miljoen containers per jaar is handhaving uiterst moeilijk, aangezien slechts 2% tot 10% fysiek gecontroleerd kan worden. Criminelen maken gebruik van deze lage pakkans en de vele actoren die toegang hebben tot haveninformatie om illegale goederenstromen te faciliteren.

Een van de meest prominente methoden die Europol beschrijft, is de fraude met containercodes (PIN-code fraude). Hierbij stelen criminelen unieke referentiecodes om containers ‘legaal’ van terminals op te halen voordat de rechtmatige eigenaar verschijnt. Deze vorm van digitale diefstal is met name in Rotterdam en Antwerpen op grote schaal vastgesteld en heeft de smokkel van honderden tonnen drugs mogelijk gemaakt.

De volgende infographic over pincodefraude uit het rapport geeft het proces duidelijk weer:

Corruptie wordt aangemerkt als de belangrijkste factor (“key enabler”) die infiltratie in havens mogelijk maakt. Criminele netwerken richten zich op medewerkers die toegang hebben tot gevoelige informatie of ICT-systemen. Door middel van hoge omkoopsommen worden personeelsleden verleid om digitale achterdeuren te creëren of vertrouwelijke informatie over scancontroles te lekken.

Ten slotte waarschuwt het rapport voor de interconnectiviteit van havens en de gewelddadige gevolgen van deze criminaliteit. Havens zoals Antwerpen en Rotterdam zijn perfecte hubs vanwege hun automatisering en verbindingen met het Europese achterland. De rivaliteit tussen criminele groepen leidt echter vaak tot geweld op straat in de omliggende steden, waarbij ook onschuldige omstanders slachtoffer kunnen worden.

Megazaak Zenne (Haven van Antwerpen)

In de megazaak Zenne heeft het Gerechtshof Amsterdam op 9 januari 2026 een 59-jarige verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHAMS:2026:21) tot een gevangenisstraf van 8 jaar en 6 maanden voor zijn leidende rol in een internationale criminele organisatie. De verdachten werden ook in eerste instantie veroordeeld door de rechtbank Amsterdam (zie o.a. ECLI:NL:RBAMS:2022:6800).

De organisatie drong tussen september 2020 en april 2021 binnen in de systemen van een havenbedrijf in Antwerpen. Dit gebeurde door een loketbediende om te kopen voor € 10.000, die vervolgens een USB‑stick met malware in een terminalcomputer plaatste. Hierdoor kregen de criminelen een digitale ‘backdoor’ tot de Solvo‑containerapplicatie, waardoor zij op afstand konden zien waar containers stonden, camerabeelden konden bekijken en konden controleren welke containers ‘scanvrij’ waren.

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van de invoer van 210 kilo cocaïne via het schip Callao Express in Rotterdam in september 2020, verstopt in een container gevuld met flessen wijn. De naam van het schip waarop de container met drugs werd vervoerd, het containernummer, het zegelnummer, de hoeveelheid cocaïne en de data komen overeen met de inhoud van de gesprekken die kort voor en na de onderschepping zijn gevoerd via SkyECC‑telefoons. Ieder van de verdachten heeft essentiële handelingen verricht ten behoeve van de verlengde invoer van de 210 kilo cocaïne, zoals het regelen van de transporteur en het zorgdragen voor de borg van de transporteur, het opstellen van fictieve stukken ten behoeve van het transport, het uitleggen van de werking van Portbase aan een mededader voor het voormelden en het volgen van de aankomsttijd van het schip – van belang omdat de transporteur onmiddellijk ter plaatse moest zijn – en het door de verdachte instrueren van een medeverdachte, het opnemen van mededaders in groepschats ten behoeve van de onderlinge communicatie en het coördineren van de werkzaamheden.

Uit ontsleutelde SkyECC‑ en EncroChat‑berichten bleek dat de verdachte zich ook schuldig maakte aan het in de uitoefening van een beroep of gewoonte handelen in automatische geweren (zoals AK‑47 en MP5), handgranaten en munitie. De verdachte probeerde bovendien een slachtoffer af te persen voor 100 ‘bricks’ cocaïne of de geldwaarde daarvan, waarbij hij een beloning van 20 kilo cocaïne in het vooruitzicht stelde, welke hoeveelheid volgens het hof doorgaans rond een half miljoen euro waard is. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot uitlokking van afpersing

Mega Berghaven (Haven van Rotterdam)

In de zaak Mega Berghaven (ECLI:NL:RBROT:2025:10707) draait het om een grootschalig corruptieschandaal bij de Douane Rotterdam, waarbij een 46-jarige douanemedewerkster gedurende bijna anderhalf jaar (rond 2020) vertrouwelijke informatie verkocht aan drugshandelaren. Zie ook het persbericht Celstraffen voor corrupte douanier en drie medeverdachten | Rechtspraak.

De vrouw raadpleegde douanesystemen zoals Plato en de Risicodatabase om gegevens over specifieke containers en bedrijven te achterhalen. Ze deelde screenshots van deze systemen via beveiligde SkyECC-cryptotelefoons met criminelen. Met de verstrekte informatie konden drugshandelaren zien welke containers een laag risico op controle hadden (‘scanvrij’) of juist geselecteerd waren voor controle. In de chats werd specifiek gesproken over transporten zoals bananen of mango’s uit Brazilië, waarbij de term “opium” werd gebruikt als verhulling voor cocaïne.

Uit de onderschepte chats bleek dat de organisatie aanzienlijke bedragen betaalde voor de informatie. Zij ontving € 25.000 (25K) per check in het douanesysteem. De 51-jarige zus van de douanier fungeerde als een cruciale tussenpersoon. Zij leverde de cryptotelefoon aan de douanier en onderhield het contact met de kopers van de informatie. De opbrengsten, die in totaal enkele tonnen bedroegen, werden witgewassen door grote contante stortingen op bankrekeningen en de aankoop van vier appartementen in Kosovo.

De douanier werd veroordeeld tot 43 maanden gevangenisstraf. Zij werd schuldig bevonden aan passieve ambtelijke omkoping, computervredebreuk, schending van het ambtsgeheim, witwassen en voorbereidingshandelingen voor de invoer van harddrugs.