Internet Organised Crime Threat Assessment (iOCTA) rapport 2020

Eersgisteren (5 oktober 2020) heeft Europol het nieuwe ‘internet Organised Crime Threat Assessment’ (iOCTA) rapport (.pdf) gepubliceerd. Het lezenswaardige rapport gaat over trends en ontwikkelingen op het gebied van cybercriminaliteit. Het rapport komt tot stand op basis van input en interviews bij opsporingsinstanties en de private beveiligingsindustrie. In deze blog benoem ik enkele opvallende zaken uit het rapport.

Ransomware

Ransomware wordt opnieuw genoemd als de grootste dreiging op het gebied van de ‘cyber dependent crimes’ (cybercriminaliteit in enge zin). De aanvallen worden steeds gerichter uitgevoerd. Ransomware criminelen vallen steeds vaker publieke en private organisaties aan, in plaats van de PC’s van individuen. Op die manier kunnen ze meer losgeld eisen en is de kans groter dat het (crypto)geld ook daadwerkelijk wordt overgemaakt. In de periode 2019-2020 zijn in de Europese Unie gemeenten, ministeries, ziekenhuizen, universiteiten, middelbare scholen, fabrieken, banken, energiebedrijven en bedrijven in de transportsector slachtoffer geweest van ransomware.

Europol beschrijft de volgende modus operandus bij ransomware. Bij aanvallen verschaft een cybercriminele groep eerst toegang tot computers in het netwerk van het slachtoffer (na verkenning ‘reconnaissance’). Vervolgens wordt de toegang verkocht aan een andere groep cybercriminelen die de IT-infrastructuur in kaart brengen, toegang verschaffen tot meer computers, gegevens exfiltreren, etc. Vervolgens worden de computers geïnfecteerd met ransomware en zo de ransomware uitgerold op gehele netwerk (incl. back-ups). Steeds vaker wordt niet alleen losgeld geëist, maar wordt ook gedreigd met het publiceren van gestolen gegevens van gevoelige aard van de slachtoffers. Als het losgeld niet wordt betaald, dan worden de gevoelige gegevens gepubliceerd of verkocht aan de hoogste bieder. Er bestaan zelfs ransomware-onderhandelaars bij cybersecuritybedrijven die een bekende zijn van ransomwarebendes en korting bedingen bij het te betalen losgeld. Ransomwarefamilies zoals ‘Sodinokobi’, ‘Maze’, ‘Doppelpaymer’, ‘Nemty’ en ‘Snatch’ staan er om bekend gegevens te publiceren over hun slachtoffers. Europol verwacht dat andere cybercriminelen deze modus operandi overnemen.

Europol haalt ook de ransomware infectie bij het gelduitwisselingskantoor ‘Travelex’ aan. Deze was geïnfecteerd met Sodinokibi-ransomware in de eerste weken van 2020. De cybercriminelen versleutelden de gegevens van computers van het bedrijf en exfiltreerden ondertussen 5gb aan gevoelige gegevens, waaronder BSN-nummers (of het equivalent daarvan in het buitenland), geboortedatums van mensen en betaalinformatie. Deze gegevens werden gebruikt om het bedrijf onder druk te zetten. Dat heeft blijkbaar gewerkt, want Travelex betaalde 2,3 miljoen dollar aan losgeld om de gegevens weer te ontsleutelen.

Darknet markets en cryptogeld

Europol haalt ook de ransomware infectie bij het gelduitwisselingskantoor ‘Travelex’ aan. Deze was geïnfecteerd met Sodinokibi-ransomware in de eerste weken van 2020. De cybercriminelen versleutelden de gegevens van computers van het bedrijf en exfiltreerden ondertussen 5gb aan gevoelige gegevens, waaronder BSN-nummers (of het equivalent daarvan in het buitenland), geboortedatums van mensen en betaalinformatie. Deze gegevens werden gebruikt om het bedrijf verder onder druk te zetten. Deze gegevens werden gebruikt om het bedrijf onder druk te zetten. Dat heeft blijkbaar gewerkt, want Travelex betaalde 2,3 miljoen dollar aan losgeld om de gegevens weer te ontsleutelen.

Op dit moment is er geen ‘darknet market’ die alle andere markten domineert. Wel vermeld Europol dat ‘Dread Market’ al drie jaar actief is, wat tegenwoordig uitzonderlijk is. In het rapport wordt opgemerkt dat de reputatie van de e-maildienst met sterke versleuteling ‘Protonmail’ minder populair is dan voorheen bij darkweb gebruikers, omdat ze ervan worden verdacht samen te werken met opsporingsinstanties. Zij maken nu vaker gebruik van nieuwe versleutelde e-maildiensten als ‘Sonar’ en ‘Elude’ en communicatiediensten als ‘Discord’, ‘Wickr’ en ‘Telegram’.

Bij Bitcoin waren in 2016 naar schatting 20% van de transacties gerelateerd aan criminele activiteiten. In 2019 is dat nog naar schatting nog maar 1,1% (volgens ChainAlysis). Toch is de hoeveelheid geld dat kan worden gerelateerd aan criminele activiteiten gestegen, volgens Europol. Het gaat dan vooral om transacties vanuit darknet markets, diefstal en ransomware. Monero is inmiddels the most established privacy coin op darknet markets, gevolgd door Zcash en Dash. Met betrekking tot diefstal is het opvallend dat in 2019 tien publieke hacks plaatsvonden bij crypto-uitwisselingskantoren, waarbij in totaal 240 miljoen euro aan cryptogeld werd gestolen. Toch is dat minder dan in 2018, waarbij onder andere bij de Japanse exchange ‘Coincheck’ 500 miljoen euro aan cryptogeld werd gestolen. Europol beschrijft ook dat opsporingsonderzoeken naar witwassen met cryptocurrencies steeds uitdagender worden, vanwege ‘mixing services’, ‘privacy coins’ en uitwisselingskantoren die onvoldoende anti-witwasmaatregelen nemen.

Kinderpornografie

Ten slotte rapporteert Europol al vele jaren achter dat de hoeveelheid kinderpornografie stijgt (‘child sexual abuse materials’ genoemd). Kinderpornografie via ‘live streaming’ stijgt ook. Europol verwijst voor een verklaring ook naar de COVID-19 crisis, waardoor er minder capaciteit is bij de politie. Europol geeft aan dat kinderpornografiegebruikers steeds vaker maatregelen nemen om zo anoniem mogelijk te blijven en beveiligingsmaatregelen nemen om detectie door opsporingsinstanties te voorkomen. Steeds vaker kinderpornografisch materiaal verkocht, waarbij het materiaal wordt geüpload bij een hosting dienst en geld wordt verdiend aan ‘credits’ op basis van het aantal downloads. Vermoedelijk kunnen de credits worden ingewisseld voor ‘echt geld’.

Europol noemt ook een internationale politie operatie (de Nederlandse politie wordt prominent genoemd) waarbij de website ‘DarkScandals’ offline is gehaald. Daarop stonden seksvideo’s die zonder toestemming waren gemaakt en geplaatst en daarnaast gewelddadige seksvideo’s met verkrachting, marteling, mensenhandel en kinderpornografie. Het betreft een zogenoemde ‘pay to view’ website, waarbij de bezoeker de mogelijkheid geboden wordt om tegen betaling video’s of foto’s te verkrijgen van (jonge) vrouwen die seksuele handelingen verrichten of seksueel worden misbruikt. Betaling kon achterwege blijven als de gebruiker (user) zelf videomateriaal uploadt. Video’s moesten wel aan de voorwaarde voldoen dat ze echte verkrachting, afpersing, pesterijen van seksuele aard met naakte vrouwen, extreme betasting of seksuele slavinnen laten zien (zie ook persbericht OM).

De ‘administrator’ is een Nederlander die vermoedelijk 2 miljoen doller heeft verdient aan de verkoop van het materiaal op de website. De verdachte wordt onder andere vervolgd voor de verspreiding van kinderpornografie en witwassen.  

Opsporing en bestrijding van online drugsmarkten

Posted on 03/01/2020 on Oerlemansblog

In december 2019 heeft Strafblad het artikel ‘Opsporing en bestrijding van online drugsmarkten’ gepubliceerd. Samen met Rolf van Wegberg heb ik het artikel geschreven. Het bevat een overzicht van opsporingsmethoden die worden gebruikt voor de opsporing op online drugsmarkten. Ook bespreken we ‘Operation Bayonet’, met de verstoringsstrategie van ‘Hansa Market’. De belangrijkste conclusies zetten we hier nog op een rij.

Opsporing

In het artikel wordt de regulering van opsporingsmethoden besproken, zoals openbronnenonderzoek en undercover opsporingsmethoden. De Hansa Market-uitspraak wordt daarbij uitgelicht (zie ook deze blog post). Ook wordt toegelicht waarom online undercoveroperaties interessante mogelijkheden bieden voor opsporingsinstanties, met name vanwege de mogelijkheden tot misleiding en interactie met verdachten op afstand.

We benadrukken daarbij dat digitale undercoveroperaties in de toekomst vaker zullen worden toegepast, al dan niet door of in gezamenlijkheid met buitenlandse opsporingsinstanties. Het is belangrijk dat advocaten en rechters blijven toetsen hoe de gebezigde opsporingsmethoden zich tot de wet verhouden. In de Hansa-zaak heeft de verdediging enkele voor de hand liggende verweren laten liggen, zoals het doorlaatverbod en de toepassing van andere opsporingsbevoegdheden dan infiltratie. Ook verdient het nader onderzoek of de ontwikkeling van internationale verdragen noodzakelijk zijn voor het in goede banen leiden van grensoverschrijdende online operaties van opsporingsautoriteiten.

Verstoring

Aan de hand van Hansa Market leggen we ook uit hoe de ‘verstoring’ van deze online drugsmarkt in elkaar steekt en hoe de effecten daarvan kunnen worden gemeten. Verstoringsacties bieden mooie kansen voor onderzoek. Het meetbaar maken van politie-interventies in het digitale domein biedt nieuwe inzichten op eerder onbeantwoordbare vragen rondom de effectiviteit van deze interventies. Het is daarnaast een handvat voor toekomstig optreden. Immers, wanneer een interventie ontworpen wordt die gebruikmaakt van eerdere, bewezen resultaten, kan daarmee de politiële slagkracht worden vergroot zonder extra middelen of capaciteit.

Vanuit juridisch perspectief biedt het onderwerp van verstoring bij cybercrime nog nadere bestudering, met name op het gebied van toezicht op de rechtmatigheid van dergelijke operaties. Zo komen de betrokkenen van een verstoringsactie meestal niet voor een rechter, waardoor de rechtmatigheid van een dergelijke operatie niet achteraf wordt getoetst.

Annotatie Hansa Market

Posted on 01/11/2019 op Oerlemansblog

De digitale infiltratieoperatie op de darknet market ‘Hansa’ is uniek. Tijdens deze operatie heeft de Nederlandse politie onder leiding van het openbaar ministerie een darknet market overgenomen en 27 dagen lang gerund, teneinde bewijs te verzamelen over de verkopers en kopers op de markt.

Deze zaak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2019:5339) zaak betreft een veroordeling van één van de verkopers op het darknet market. De advocaat van de verdachte voert aan dat de infiltratieoperatie onrechtmatig was. In deze annotatie (.pdf) ga ik uitvoerig in op de juridische basis voor een digitale infiltratieoperatie en plaats ik een paar kritische kanttekeningen bij het gebrek aan andere verweren in deze zaak.

De feiten

Hansa is een darknet market waarop grootschalig werd gehandeld in voornamelijk drugs, zoals XTC, cocaïne, speed en amfetamine. Darknet markets zijn online handelsplaatsen die verkopers (‘vendors’) en kopers (‘buyers’) bij elkaar brengen. De handelsplaatsen zijn slechts via een bepaald protocol bereikbaar, in dit geval via het Tor netwerk. Tor zorgt ervoor dat het IP-adres van de handelsplaats en de bezoekers verborgen blijven en versleuteld het netwerkverkeer. Gesprekken tussen kopers en verkopers worden vaak versleuteld door middel van het ‘Pretty Good Privacy’-programma (PGP) en betalingen worden verricht door middel van cryptocurrencies, zoals Bitcoin en Monero. De bestelde producten worden per pakketpost afgeleverd op het gewenste adres.

De verdachte is veroordeeld voor het witwassen van bitcoins, die gekoppeld waren aan debet-, credit- en prepaidcards, en vervolgens werden omgewisseld bij een Bitcoin-uitwisselingkantoor voor in totaal meer dan 800.000 euro. Ook heeft de verdachte samen met anderen meer dan 22.000 bestellingen afgeleverd. De drugs werden verstopt in speciaal met 3D-printers geprinte verpakkingen als make-updoosjes. De hoofdverdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

De rechtbank legt in het vonnis uit dat onder het bevel van een officier van justitie de infiltratiebevoegdheid in artikel 126h Wetboek van Strafvordering (Sv) is ingezet. De rechtbank omschrijft helder op welke wijze de darknet market is overgenomen:

“(…) de infrastructuur van Hansa Market naar Nederlands grondgebied geëmigreerd en is Hansa Market heimelijk en ongewijzigd door het onderzoeksteam overgenomen met als doel wachtwoorden, berichten, orderinformatie en bitcoins niet-versleuteld af te vangen teneinde verdachten te identificeren en illegale goederen in beslag te nemen. Het onderzoeksteam fungeerde daarbij als beheerder van Hansa Market, reageerde op verzoeken van kopers, nam deel aan berichtenverkeer, onderhield contacten en verrichtte een aantal pseudokopen.”

Verweer van advocaat en commentaar

De advocaat van de verdachte voert aan dat het overnemen en beheren van de site geen wettelijke basis heeft, de verdediging geen zicht heeft verkregen in de wijze waarop de infiltratie heeft plaatsgevonden, en niet te controleren is of het optreden van de opsporingsambtenaren rechtmatig was en of voldaan is aan de proportionaliteitseis. De verdediging stelt dat daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.

De rechtbank oordeelt dat ‘het overnemen en beheren van de website valt onder de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie in de zin van artikel 126h Sv’ (zie rechtsoverweging 3.1 uit de uitspraak). Daaruit bestaat dan ook de gehele motivering van de rechtbank ten aanzien van het eerste verweer, wat wel érg summier is. De rechtbank had kunnen verwijzen naar de wetsgeschiedenis van de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden waarin al in 1997 duidelijk werd aangegeven dat infiltratie ook op internet mogelijk is. Ook lag het voor de hand dat de rechtbank nog eens de achtergrond van de bevoegdheid aanhaalde. Infiltratie is namelijk bedoeld om te participeren in een criminele organisatie teneinde bewijsmateriaal over strafbare feiten te verzamelen. Het is daarbij mogelijk dat (geautoriseerde) strafbare feiten worden gepleegd. De overname en het beheer van de website voor 27 dagen lang, wordt aldus geplaatst onder de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie. Uit het vonnis wordt niet duidelijk of Nederlandse opsporingsambtenaren ook de online identiteit (het account) van de oorspronkelijke ‘administrators’ (beheerders) van de darknet market hebben overgenomen (zie hierover dit – uitstekende – artikel van Wired). Die handeling is mogelijk onderdeel van de inzet van de infiltratiebevoegdheid, maar het is bijvoorbeeld interessant om te weten of de accountovername op vrijwillige basis plaatsvond.

Uitlokking?

De rechtbank oordeelt tevens, terecht meen ik, dat er geen sprake is van uitlokking. De rechtbank past de gebruikelijke toets toe of de verkopers en kopers door de overname niet tot andere strafbare feiten zijn gebracht door het onderzoeksteam, dan waarop hun opzet reeds was gericht (zie ook HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613). Met de geruisloze overname van Hansa Market heeft het onderzoeksteam de bestaande situatie in zoverre ongewijzigd voortgezet. Niet is gebleken dat verkopers (of kopers) door de overname, dan wel door het handelen van het onderzoeksteam, zijn gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop hun opzet reeds van tevoren was gericht. Het toelaten van nieuwe vendors en aanbieden van een korting bij personen bij wie al het opzet bestond om te handelen in verdovende middelen op deze specifieke en verborgen website, past volgens de rechtbank eveneens in dit kader en kan dan ook niet worden gekwalificeerd als uitlokking.

Over de transparantie van de infiltratieoperatie oordeelt de rechtbank dat voldoende valt te controleren of is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het strafdossier bevat een aanvullend proces-verbaal  waarin inzicht in de werkwijze van de opsporingsambtenaren tijdens de infiltratie wordt verschaft. De rechtbank overweegt daarbij in het kader van de subsidiariteit, naar mijn mening terecht, dat ‘enkel het in beslag namen van servers van illegale marktplaatsen eerder niet heeft geleid tot een effectieve verstoring van de handel in verdovende middelen, maar tot een verplaatsing hiervan met behoud van de digitale structuur bij de verkopers op een andere website (het zgn. ‘waterbedeffect’)’. De operatie was namelijk opgezet in samenwerking met de FBI. De FBI heeft eerst de darknet market ‘Alphabay’ ontmanteld. De kopers en verkopers migreerden toen naar ‘Hansa Market’. Op dat moment heeft de Nederlandse politie en het openbaar ministerie de markt overgenomen en 27 dagen lang beheerd teneinde bewijs te verzamelen. Met deze infiltratieactie is het wel mogelijk gebleken de identiteit van verkopers en kopers te achterhalen en eventuele criminele tegoeden van hen in beslag te nemen. De aard en ernst van de strafbare feiten, de onmogelijkheid langs andere weg het bewijs te verzamelen en de begrensde periode van de inzet van het opsporingsmiddel, maakt in combinatie met elkaar dat is voldaan aan de proportionaliteit- en subsidiariteitseis, aldus de rechtbank.

Toch zal de proportionaliteitstoets niet eenvoudig zijn geweest. Hansa Market had naar verluid in totaal meer dan 3600 dealers en in totaal 420.000 bezoekers. Volgens een achtergrondartikel in Wired op basis van een interview met betrokken opsporingsambtenaren waren er op enig moment 5000 bezoekers per dag op de drugsmarkt en vonden ongeveer 1000 bestellingen per dag plaats tijdens het beheer van de Nederlandse autoriteiten. In totaal zouden minstens 10.000 adressen van gebruikers van de darknet market zijn vastgelegd. Hoe weegt de noodzaak tot de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie, vermoedelijk in combinatie met andere bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals een netwerkzoeking en de telecommunicatietap, op tegen de privacy-inbreuk van die duizenden betrokkenen? In de uitspraak staat bijvoorbeeld in rechtsoverweging 5.3.2 dat tijdens een doorzoeking computers werden aangetroffen die waren ingelogd op een server in Parijs met toezicht tot een ander darknet market (“Dream Market”). In het eerder aangehaalde artikel van Wired staat bijvoorbeeld ook: “The NHTCU officers explained how, in the undercover work that followed, (…),  even tricked dozens of Hansa’s anonymous sellers into opening a beacon file on their computers that revealed their locations”.  Ook zijn naar verluidt de instellingen van de (programmeercode van) de  website gewijzigd, zodat wachtwoorden en geolocatiegegevens in de foto’s van gebruikers van de website zijn vastgelegd.

Rechterlijke toets?

Hieraan gerelateerd bestaat de vraag of het wenselijk is deze toets slechts bij een officier van justitie te beleggen. Het Europees Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM) acht de betrokkenheid van een rechter(-commissaris) in undercoveroperaties als het meest geschikt, maar acht ook toezicht van een officier van justitie mogelijk als er voldoende procedures en waarborgen zijn (zie bijvoorbeeld EHRM 4 november 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:1104JUD001875706, par. 50 (Bannikova/Rusland), EHRM 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD005464809, par. 53, (Furcht/Duitsland) en EHRM 28 juni 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0628JUD003153607, par. 45 (Tchokhonelidze/Georgië). Procedures en waarborgen kunnen bijdragen aan het ondervangen van bepaalde risico’s omtrent de integriteit van een dergelijk onderzoek, bijvoorbeeld het risico dat een undercoveragent zich bezighoudt met zelfverrijking of criminele activiteiten die verder gaan dan oorspronkelijk met een officier van justitie zijn afgesproken. Wellicht zag de advocaat geen heil in dit verweer en speelt hierbij mee dat in Nederland bij infiltratieacties nog een extra toets door de Centrale Toetsingscommissie van het Openbaar Ministerie plaatsvindt.

Doorlaatverbod?

De advocaat van de verdachte stelt verder geen verweer in met betrekking tot het doorlaatverbod uit 126ff Sv, wellicht omdat de schutznorm niet van toepassing is en het verweer waarschijnlijk geen voordeel voor de verdachte oplevert (zie bijvoorbeeld HR 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9915). De politie en openbaar ministerie mogen in principe geen drugs doorlaten op de markt en moeten tot inbeslagname van de drugs overgaan, tenzij een zwaarwegend opsporingsbelang prevaleert en de Centrale Toetsingscommissie schriftelijk instemt. Uit nieuwsberichten (zoals deze uit Trouw) is af te leiden dat het openbaar ministerie zich heeft ingespannen pakketverzendingen met drugs tegen te houden. De vraag blijft bijvoorbeeld wel hoe dat in zijn werking ging met de levering van drugs vanuit andere landen. Het vonnis gaat hier verder niet op in.

Conclusie

Het bovenstaande in overweging nemende, kan worden geconcludeerd dat de digitale infiltratieactie op Hansa Market door de Nederlandse politie en het openbaar ministerie een klinkend succes is geweest. De infiltratieoperatie wordt rechtmatig verklaard en daar is in beginsel veel voor te zeggen.

Wel is de rechtbank summier in de motivering van de uitspraak, wordt geen verweer gevoerd met betrekking tot tal van andere bevoegdheden die vermoedelijk zijn ingezet en is het opvallend dat de advocaat niet is ingegaan op het doorlaatverbod. De Hansa-zaak laat de potentiële schaal en technische complexiteit van een dergelijke operatie zien en de lastige overwegingen die hierbij spelen, in het bijzonder met betrekking tot de proportionaliteit.

Ten slotte op deze plaats nog een persoonlijke observatie: het is opvallend dat tot nog toe zo weinig door andere juristen is geschreven over deze operatie. Het is bij uitstek een zaak met interessante juridische discussies (zie ook de opmerking van officier in deze video op 5:50 min). Zou het te technisch zijn voor de gemiddelde jurist of is de zaak simpelweg aan de aandacht ontsnapt? Het is interessant om te zien welke veroordelingen er mogelijk nog komen en welke online undercover operaties in de toekomst zullen volgen.

Internet Organised Threat Assessment report 2019

Het Europol Cybercrime Center in Den Haag biedt elk jaar een mooi overzicht van actuele ontwikkelingen en bedreigingen op het gebied van cybercrime. Het ‘IOCTA rapport’ (.pdf) komt tot stand via enquêtes aan alle EU opsporingsautoriteiten en door input uit de private sector en wetenschap. Hier volgt een samenvatting van de zaken die mij het meest opvielen.

Ransomware grootste bedreiging op het gebied van cybercrime

Ransomware blijft de grootste bedreiging volgens het IOCTA 2019 rapport. De totale hoeveelheid aanvallen met ransomware is gedaald. Echter, de aanvallen zijn gerichter, winstgevender en schadelijker. Als voorbeeld wordt bijvoorbeeld een bedrijf genoemd waarbij het gijzelbedrag uit één miljoen euro bestond. Versies van de ransomwarefamilie ‘Dharma/CrySiS’, ‘ACCDFISA, ‘GlobeImposter’ en ‘Rapid’ kwamen veel in de rapportages van politiediensten voor. De private sector vreest dat naast normale ransomware ook de meer destructieve gijzelsoftware die ook ‘wiper-elementen’ bevatten; daarmee worden bestanden echt gewist of onherstelbaar beschadigd.

Zorgelijk zijn ook de ransomware-aanvallen op lokale overheden, die zich voornamelijk in de Verenigde Staten hebben voorgedaan. Zo lag de stad Atlanta in 2018 enige weken plat. In 2019 ging het al zo’n vijf steden in de VS, waaronder Baltimore en Florida. Dit vormt mogelijk een prelude voor steden Europa.

Handel in gestolen data

De handel in gestolen data betreft de twee-na-grootste dreiging volgens het Europol rapport. De data wordt het vaakst buitgemaakt door de aankoop van financiële gegevens, zoals creditcardgegevens, online bankiergegevens en gegegevens uit cryptocurrency portemonnees. De gegevens worden buitgemaakt via phishing, door lekken bij bedrijven, na grote hacks en door kwaadaardige software waarmee gegevens heimelijk worden verzameld. Deze gegevens worden verkocht op o.a. het dark web of gebruikt om fraude mee te plegen; bijvoorbeeld door er goederen mee te bestellen. Als voorbeeld worden in het rapport ook de veelvoorkomende aanvallen op uitwisselingskantoren voor cryptogeld (‘cryptocurrency exchanges’) genoemd. In 2018 is naar schatting 1 miljard in dollar wereldwijd aan cryptogeld gestolen, ook door statelijke actoren.

Logingegevens zijn minder makkelijk te besteden (‘monetisable’), maar mogelijk meer waard voor georganiseerde cybercrimegroepen. Interessant is het voorbeeld hoe zes verdachten in Engeland en Nederland zijn opgepakt voor ‘typosquatting’. Daarbij zetten criminelen nepwebsites waar mensen per ongeluk op kunnen bij het intypen van een URL. In dit geval leidde de website tot een nep bitcoinportemonnee. Door het overnemen van inloggevens kon de bitoinportemonnee geleegd worden en het virtuele geld worden overgemaakt naar de verdachten. Daarmee zou volgens Europol door de groep 24 miljoen euro zijn buitgemaakt.

Ddos-aanvallen

Ddos-aanvallen blijven een prominente dreiging als we het hebben over de ‘target cybercrime’ (criminaliteit waarbij computers en netwerk het doelwit zijn van de gedraging, wordt ook wel ‘cybercrime in enge zin’ genoemd). Ddos-aanvallen worden het meest gebruikt voor afpersing, maar ook aanvallen voor ideologische of politieke redenen kwamen veel voor. Financiële instellingen en overheden, zoals de politie, werden het vaakst onder vuur genomen. In het bijzonder voor banken vormen ddos-aanvallen een groot probleem, omdat het kan leiden tot het verstoren van de online bankierdiensten. De aanvallen zijn volgens Europol het vaak afkomstig van ‘low-capability actors’, die bijvoorbeeld gebruik maken van ‘exploit booters of stressers’.

Operation Power Off

In april 2018 hebben Nederlandse en Engelse opsporingsautoriteiten de illegale dienst ‘Webstresser.org’ offline gehaald. Webstresser was volgens Europol destijds een van de grootste marktplaatsen voor het huren van ddos-diensten met meer dan 150.000 klanten en de bron van meer dan 4 miljoen ddos-aanvallen.

Kinderporno

De hoeveelheid kinderpornografisch materiaal (ook wel genoemd: materiaal van kindermisbruik) op internet blijft volgens Europol stijgen. Kindermisbruikers werken vaak volgens dezelfde modus operandi: zij zoeken potentiele slachtoffers via sociale media, creëren een aantal nepprofielen waarbij zij zich als een leeftijdsgenoot voordoen en leggen contact. Nadat er een niveau van vertrouwen is gaan naar Whatsapp of apps als Viber om de gesprekken voor te zetten. Als – eerst op vrijwillige basis – seksueel materiaal is uitgewisseld zetten de kindermisbruikers de slachtoffers onder druk om meer materiaal te maken, bijvoorbeeld onder de dreiging het materiaal te openbaren.

Gecoördineerde actie tegen kindermisbruik, in samenspraak met de private sector en het gebruik van technologie zoals kunstmatige intelligentie, kan helpen tegen de bestrijding van materiaal van kindermisbruik en ook helpen in het verwerken van enorme hoeveelheden materiaal. Ter illustratie: in 2017 ontving Europol 44.000 verwijzingen met mogelijk kinderpornografisch materiaal van Amerikaanse internetdienstverleners (zoals Google en Microsoft). In 2018 waren dat er 190.000. Europol heft zelf een database met 46 miljoen afbeeldingen of video’s met geïdentificeerd kinderpornografisch materiaal. Nederland wordt expliciet in het rapport genoemd als de grootste hoster van kinderporno.

Het rapport signaleert verder dat (soms extreme) kinderpornografie wordt verspreid via exclusieve online forums. Het Europol rapport noemt bijvoorbeeld het forum ‘Elysium’, dat alleen bereikbaar was via Tor (op het darknet dus). Vier mannen runde het forum met meer dan 11.000 geregistreerde gebruikers over de hele wereld.

De auteurs waarschuwen dat het een ‘kwestie van tijd’ is tot ‘deepfakes’ met kinderporno voorkomen die worden gebruik voor het “personaliseren” van het materiaal. Dat kan problemen opleveren voor de vervolging en digitale bewijsproblemen.

Rol van het dark web en cybercrime

In het rapport is extra aandacht voor de rol van het ‘dark web’, als facilitator van online criminaliteit. Het rapport signaleert dat de markten veranderen in kleinere online drugsmarkt en ‘single-vendor’ shops, soms in een specifieke (d.w.z. niet-Engelse taal). De toegang tot online drugsmarkten via Tor blijft het meest populair, mogelijk vanwege de gebruikersvriendelijkheid.

xDedic marketplace

De xDedic markplaats wordt als voorbeeld genoemd in het rapport. In januari 2019 hebben Amerikaanse, Belgische en Oekraïense opsporingsautoriteiten de ‘xDecic’-marktplaats inbeslaggenomen. xDedic verkocht gehackte computers en gestolen persoonsgegevens. Het was actief op zowel het dark web als het clear web. De geïnfecteerde computers konen worden geselecteerd op criteria als prijs, geografische locatie en besturingssystemen. De marktplaats zou meer dan 60 miljoen euro in fraude hebben gefaciliteerd. (zie ook dit nieuwsbericht waarin wordt gesteld dat op de markplaats meer dan 70.000 servers in 170 landen werden aangeboden).

Daarnaast hebben opsporingsautoriteiten actie ondernomen tegen Wall Street Market, Valhalla en Bestmixer. Wall Street Market had toen volgens Europol 1.150.000 geregistreerde bezoekers en 5400 verkopers van drugs. Europol schat in dat in 2018 één miljard dollar aan virtueel geld op het dark web is besteed. Bitcoin blijft daarbij de meest populaire cryptocurrency.

Bitcoinmixer

In het rapport wordt ook aandacht besteed aan de spraakmakende FIOD-take down van ‘Bestmixer.io’ (zie ook het persbericht op de FIOD-website). In samenwerking met Europol en opsporingsautoriteiten in Luxemburg werd een operatie opgezet. Het was een van de drie grootste bitcoin mixingdiensten voor Bitcoin, Bitcoin Cash en Litecoin. De dienst startte in 2018 en had volgens Europol een omzet van ten minste 200 miljoen dollar (27.000 bitcoins) in één jaar (600.000 euro per jaar). Het is bovendien de eerste zaak waar – volgens een Kamerbrief van minister Grapperhaus van 12 juni 2019 – de hackbevoegdheid is ingezet!

Advies voor wetgeving en beleid

De laatste jaren geeft Europol enkele voorzichtige adviezen af voor de Europese wetgever. Het meest interessant vond ik dat Europol in dit rapport expliciet stelt dat een EU-raamwerk is vereist voor onderzoeken op het dark web. De coördinatie en standaardisatie van undercover online onderzoeken zijn vereist om dark web-onderzoeken te ‘deconflicteren’. Opnieuw wordt gesteld dat het huidige juridische instrumentatrium van rechtshulp in de EU (‘Mutual Legal Assistance’) onvoldoende is voor digitale opsporingsonderzoeken.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – augustus 2019

Posted on 11/08/2019 op Oerlemansblog

“Een webshop voor drugs!”

Met een vonnis “nieuwe stijl” heeft de rechtbank Rotterdam op 16 juli 2019 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2019:5630) voor drugshandel via het darkweb en het aanwezig hebben van de illegale handelsvoorraad. De verdachte heeft naar schatting meer dan 500 kg drugs verkocht en miljoenen omzet gehad. De bedenker, organisator en leidinggevende van het “bedrijf” krijgt zeven jaar gevangenisstraf opgelegd. In een afzonderlijk ontnemingsvonnis wordt bovendien ruim 1 miljoen euro afgenomen.

Het vonnis in deze zaak is op een nieuwe manier opgebouwd. Direct wordt een samenvatting van de zaak gegeven en de lezer kan aan de hand van een leeswijzer snel naar het hoofdstuk gaan waar de interesse naar uitgaat.

Als voorbeeld van deze nieuwe stijl is de nieuwe kop ‘Illustratie’ in het vonnis aardig om te lezen:

“Een webshop voor drugs! De overeenkomsten in de bedrijfsvoering tussen legale internetgiganten en de darkwebwinkel in hard- en softdrugs van de verdachte dringen zich op. Ook in zijn ‘internetbedrijf’ met meerdere ‘medewerkers’ was het iedere dag raak met online bestellingen, inpakken, verzending, levering, planning en voorraadbeheer. Het assortiment was groot. Bijna iedere populaire drug en zelfs grondstoffen voor drugs waren met één klik te bestellen en met PostNL zo bij je in huis. Ongewild en ongemerkt werd PostNL zo een internationale distributeur van Nederlandse drugs.

Nieuw arrest over doorzoeken van gegevens op smartphone

In een nieuw arrest (ECLI:NL:HR:2019:1079) over de rechtmatigheid van onderzoek aan een smartphone van 9 juli 2019 herhaalt de Hoge Raad het beoordelingskader over onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken uit het smartphone-arrest (ECLI:NL:HR:2017:584).

In deze zaak was de gehele inhoud van de mobiele telefoon van de verdachte en de bij die telefoon behorende SD-kaart gekopieerd en veiliggesteld voor nader onderzoek. Tijdens het daaropvolgende onderzoek zijn alle foto’s en video’s onderzocht. Het Hof Arnhem-Leeuwarden vond dat “de politie selectief is geweest in het onderzoek aan de telefoon”, maar de Hoge Raad gaat daar niet in mee en acht dit oordeel onvoldoende gemotiveerd. Het verweer dat vervolgens tot bewijsuitsluiting moet worden overgegaan, volgt de Hoge Raad niet en verwerpt dit verweer.

Persoonlijk vind ik het nogal wiedes dat een onderzoek aan ‘alle foto’s en video’s’ niet “selectief” is en meer dan geringe inbreuk op het recht op privacy met zich meebrengt. Maar goed, de waardeoordelen van rechters m.b.t. het recht op privacy en onderzoek aan smartphones verbazen mij helaas wel vaker..

Bewijs van Google en telecommunicatie

In een opmerkelijke moordzaak is een vrouw op 11 juli door de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld (ECLI:NL:RBNNE:2019:2986) voor de moord op haar man. De zaak is interessant, omdat de zaak sterk leunt op digitaal bewijs afkomstig uit de mobiele telefoon van de verdachte en het slachtoffer. Journalist Huib Modderkolk heeft over deze zaak een leuk artikel in de Volkskrant geschreven.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord op haar echtgenoot, vader van hun drie jonge kinderen. Het slachtoffer is doelbewust naar een weiland gelokt waar hij is doodgeslagen met een hard voorwerp. Uit de bewijsoverwegingen blijkt uit onder andere telecomgegevens en de gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google-account van de verdachte, dat zij op het moment van de moord vlakbij het delict worden gelokaliseerd (een weiland ter hoogte van de Bûterwei). Uit de gegevens van het Google-account van het slachtoffer kon een telecomdeskundige precies het moment afleiden waarbij de mobiele telefoon in beweging was en later tot stilstand kwam (vermoedelijk door de klap met het een hard voorwerp), bij het weiland waar het slachtoffer later is gevonden.

De verdachte heeft het slachtoffer met voorbedachte rade van het leven heeft beroofd. Zij heeft volgens een vooropgezet plan het slachtoffer naar de Bûterwei laten komen, zij heeft hem daar ontmoet en is met hem het weiland ingelopen, waar hij vervolgens op gewelddadige wijze om het leven is gebracht. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot de gevorderde gevangenisstraf van 20 jaar.

Rechtbank laat opnieuw gebruik Ennetcom-data toe

De rechtbank Gelderland heeft op 26 juli 2019 een verdachte 15 jaar gevangenisstraf opgelegd voor moord. De uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2019:2833) is interessant, omdat in deze zaak (wederom) wordt geoordeeld dat de politie en het openbaar ministerie gebruik mogen maken van bewijs op de server van ‘Ennetcom’, waarop verstuurde berichten met ‘PGP-telefoons’ zijn bewaard waarvan criminelen veel gebruik maakten. In deze duidelijke uitspraak overweegt de rechtbank iets uitgebreider welke wettelijke regeling voorhanden is.

De rechtbank stelt ‘met de verdediging en de officieren van justitie vast dat het Wetboek van Strafvordering, noch enige andere wet, een procedure kent tot het afgeven van een machtiging, zoals door de Canadese rechter wordt geëist’ voor het onderzoeken van de gevorderde gegevens. De Canadese rechter had eenvoudig gezegd als voorwaarde bij het verstrekken van de gegevens aan Nederland opgenomen dat als de gegevens ook voor andere opsporingsonderzoeken worden gebruikt, daarvoor een Nederlandse rechter een machtiging moet geven. Het openbaar ministerie heeft ervoor een gekozen de rechter-commissaris deze mogelijkheid te geven op grond van artikel 181 jo artikel 179 Sv. Voor de inhoudelijke toetsing van de vordering heeft de rechter-commissaris aansluiting gezocht bij artikel 126ng Sv, de bepaling die een vordering van opgeslagen gegevens bij aanbieders van elektronische communicatieaanbieders mogelijk maakt. De rechtbank gaat hiermee akkoord, mede omdat zulke zware voorwaarden gelden voor de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheid en deze als waarborg fungeren.

De verdediging stelt dat de rechten van de verdediging in het kader van een recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM niet voldoende worden gerespecteerd, omdat zij (1) niet alle informatie over de gebruikte technieken hebben ontvangen, (2) de belangrijkste getuige over de technische aspecten niet heeft kunnen bevragen en (3) een ‘wezenlijke informatieachterstand’ had bij het horen van verbalisanten en getuigen.

De rechtbank reageert hierop door voorop te stellen dat ‘verdediging geen onbeperkt recht heeft op het ontvangen van alle informatie waarom zij verzoekt. Slechts die informatie die relevant is voor enige in de strafzaak te nemen beslissing moet in het dossier worden gevoegd’. De rechten van de verdediging zouden wel voldoende zijn nagekomen, omdat naast het strafdossier ook relevante stukken uit het desbetreffende onderzoek ‘26DeVink’ zijn verstrekt, alle beschikbare Ennetcom-data over de door de politie aan verdachte toegeschreven e‑mailaccounts op cd-rom hebben verstrekt en de verdediging in de gelegenheid is gesteld zelf onderzoek te doen in de datasets.

Veroordeling bommelding Amsterdam CS en bezit hacksoftware

Het Hof Amsterdam heeft op 23 juli 2019 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHAMS:2019:2749) voor valse bommelding op het Centraal Station van Amsterdam, bedreiging, creditcardfraude (voor slechts 40 euro) en het voorhanden hebben van hacksoftware. De minderjarige verdachte krijgt voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd en houdt daarmee de opgelegde straf van de rechtbank Amsterdam in stand. Het Hof overweegt daarbij de valse bommelding onnodig veel politiecapaciteit heeft gekost en gevoelens van angst en onveiligheid inde maatschappij heeft veroorzaakt.

In de onderliggende uitspraak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:117) zijn meer interessante feiten te vinden. De verdachte heeft via een gehackt Facebookaccount de volgende melding geplaatst:

“Vandaag om 1 uur zal Amsterdam Centraal niet meer staan en zullen alle mensen die er bij waren niet meer onder ons zijn. NOS Politie Amsterdam er zullen vershillende (sic!) explosieven tot ontploffing worden gebracht.”

Via het Facebookaccount kon het IP-adres worden achterhaald waarvandaan het bericht was geplaatst. De naam en adresgegeven van de abonneehouder bij KPN zijn gevorderd en op basis van die informatie heeft huiszoeking plaatsgevonden. Via het Facebookaccount kon het IP-adres achterhaald worden, waar vanaf het bericht was geplaatst. De naam en adresgegeven van de abonneehouder bij KPN zijn gevorderd en op basis van die informatie heeft een huiszoeking plaatsgevonden.

Op de harde schijf van de verdachte is het programma ‘Havij’ gevonden, een zogenoemd ‘SQL-injectietool’ waarmee de zwakheden in databases van websites zijn op te sporen. Boeiend is om te lezen dat op een Lenovo-laptop een IP-adres is gevonden in een snapshot-bestand van de applicatie ‘Virtual Box Virtual Machine’ en in de verwijderde bestanden geïnstalleerde software aangetroffen van onder meer programma’s waarmee anonieme VPN-verbindingen opgezet kunnen worden, programma’s waarmee een virtual machine kan worden benaderd, en het programma Havij. De stelling dat een andere dan de verdachte van de laptop gebruik maakte acht de rechtbank, zonder nadere motivering, vond rechtbank onaannemelijk.

Het waren “de Russen”

Op 30 juli 2019 heeft de rechtbank Oost-Brabant een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBOBR:2019:4412) voor bedreiging, oplichting, valsheid in geschrift en computervredebreuk. De verdachte heeft twee bedrijven voor ruim 560.000 euro opgelicht. De zaak is vooral interessant vanwege het spraakmakende (hack)verweer van de verdachte.

Via het computersysteem van het bedrijf heeft de verdachte de gegevens in facturen aangepast. Daarna werd een bedrag van €561.578,81 euro op verdachtes bankrekening gestort, terwijl het slachtoffer in de veronderstelling verkeerde dat zij dit bedrag aan een ander bedrijf overmaakte. De verdachte heeft dit geldbedrag vervolgens naar meerdere op zijn naam gestelde bankrekeningen overgemaakt. Vanaf die rekeningen heeft hij een deel van dit bedrag naar bankrekeningen van in totaal 26 personen doorgesluisd. Het ging hierbij telkens om een bedrag van om en nabij € 10.000,-. De verdachte had deze personen van tevoren benaderd en gevraagd of hij tegen een vergoeding geld kon laten storten op hun bankrekeningen. De derden mochten dan € 1.000,- à 1.500,- van het bedrag houden en het overige moesten zij van de rekening halen en contant aan verdachte teruggeven. Deze modus operandi is voldoende om van een verhullingshandeling in de zin van witwassen te spreken.

De verdediging beweert dat twee Russen de handelingen hebben verricht en hem op verzoek geld hebben overgemaakt. Ook zouden de Russen advies hebben gegeven over het doorsluizen van het geld. De verdachte heeft ook verklaard dat hij in tussentijd zijn huis aan deze mannen heeft verhuurd. De mannen maakten gebruik van zijn laptops en van zijn wifi-code. De rechtbank vindt het verweer “in meer of mindere mate niet aannemelijk”. Het is aan de verdachte om redengevende feiten en omstandigheden aan te voeren. De betrokkenheid van de Russen bij de feiten is op geen enkele wijze onderbouwd door de verdachte. Bovendien, zo is de rechtbank van oordeel, wijzen alle feiten en omstandigheden in het dossier er juist op dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan én dat hij hier alleen verantwoordelijk voor is. Met betrekking tot het feit van witwassen acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Echter, niet met “de Russen” waar de verdediging op doelt. De rechtbank verwijst daarbij overigens niet het maatgevende arrest van de Hof Den Haag over het hackverweer in ECLI:NL:GHDHA:2018:3529.

De verdachte krijgt vier jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

12 maanden cel voor witwassen van Bitcoins

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 juni 2019 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBZWB:2019:2897 en ECLI:NL:RBZWB:2019:2898) voor het medeplegen van witwassen van bitcoins ter waarde van ruim 100.000 euro. De verdachte heeft met behulp van een ‘Bitcoinkaart’ bijna 85.000 euro gepind.

Uit de uitspraak met een medeverdachte is af te leiden dat de bitcoins zijn omgezet naar courante valuta en vervolgens zijn gepind en uitgegeven. Uit de transactiegegevens van de Bitcoinkaart is gebleken dat er in totaal 158 geslaagde geldopnames zijn uitgevoerd. Zowel de verdachte als de medeverdachte worden op camerabeelden van pinautomaten herkend terwijl er opnames worden gedaan met de Bitcoinkaart. Ook blijkt uit onderzoek dat transacties met deze bitcoins – direct dan wel indirect – via ‘Bitcoinmixers’ of ‘darkweb marketplaces’ plaatsvonden.

De verklaring van de verdachte dat het geld afkomstig was uit donaties via online advertenties acht de rechtbank volslagen onaannemelijk. De verdachte heeft deze verklaring eveneens onvoldoende verifieerbaar gemaakt. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden.

Veroordeling voor ‘ontucht buiten echt’, laster, bedreiging en bezit van kinderporno

Het Hof Den Bosch heeft op 5 juli 2019 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHSHE:2019:2360) voor ontucht, laster, bedreiging en bezit van kinderporno. De verdacht krijgt een straf opgelegd van. De zaak is interessant, omdat ontucht (met een minderjarige) wordt bewezen zonder dat er lichamelijk contact is geweest. Het Hof acht ‘ontucht buiten echt’ bewezen, omdat er sprake is van ‘enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen verdachte en die minderjarige’. Het Hof verwijst daarbij naar HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0950 en HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.

In dit geval deed de verdachte zich voor op Instagram als een 17-jarige jongen en zocht daarbij contact met een 13-jarig meisje. Hij is zelf begonnen met naaktfoto’s versturen en heeft op listige wijze het slachtoffer overtuigd om drie naaktfoto’s naar hem te sturen. Deze foto’s zijn op zijn telefoon aangetroffen.

In deze omstandigheden waarbij de verdachte ook actief seksueel getinte gedragingen van de minderjarige verlangt en/of door uitlatingen of al dan niet seksuele gedragingen van hemzelf, de ontuchtige gedragingen bevordert of aanmoedigt, is naar het oordeel van het Hof Den Bosch dan ook sprake van handelingen die – gelet op de sociaal-ethische opvattingen over deze handelingen, gepleegd in de context zoals het hof die heeft vastgesteld – zijn aan te merken als het ‘buiten echt’ plegen van ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 Wetboek van Strafrecht.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – december 2018

Posted on 14/12/2018 op Oerlemansblog

De Rechtbank Groningen en Den Haag en het parket Noord-Holland hebben in november en december 2018 een themazitting cybercrime gehouden. Daarop volgende ook enige media-aandacht.

Wat een goed initiatief! Door dit soort themazittingen krijgen rechters en andere betrokken organisaties in de strafrechtketen meer ervaring met cybercrime. Het laat ook zien dat cybercrime een veel voorkomende vorm van criminaliteit is, dat ook via het reguliere strafrecht moet worden aangepakt (zeker voor zover het gaat om gedigitaliseerde criminaliteit (cybercrime in brede zin)).

Hieronder volgt een overzicht van cybercrimezaken die in mij in de afgelopen maanden opgevallen. Daarbij geef ik dit keer ook speciaal aandacht aan de digitale bewijsvoering in deze zaken (voor zover relevant).

1.     Aankoop van semtex via AlphaBay

De Rechtbank Amsterdam heeft op 23 augustus 2018 een man veroordeeld voor het bezit van vuurwapens. De zaak is echter vooral interessant vanwege de verweren van de raadsman van de verdachte.

De advocaat voert in deze zaak ter verdediging aan dat sprake was van uitlokking, omdat het dossier sterke aanwijzingen bevat dat de FBI zelf actief heeft geprobeerd om (nep)semtex te verkopen en hiertoe afspraken met de verdachte heeft gemaakt. De rechtbank verwerpt het verweer en legt uit dat van uitlokking pas sprake is als de verdachte door het handelen van de FBI tot andere handelingen is gebracht dan die waarop zijn opzet al was gericht. Hiervoor zijn geen aanwijzingen in het dossier. Interessant is ook de overweging:

“Hoewel de rechtbank net als de verdediging best wil aannemen dat de FBI als pseudo-verkoper van de semtex heeft gefungeerd, is daarmee niet zonder meer aannemelijk dat de FBI de koper ‘[naam]’ heeft gebracht tot handelen waar zijn opzet niet reeds op was gericht. In de beperkte informatie die de FBI heeft doorgegeven staat immers vermeld dat het onderzoek ermee is gestart dat deze [naam] op AlphaBay een verzoek had geplaatst om onder meer semtex te kopen. Ook de overige informatie van de zijde van de FBI wijst niet op het wekken van de interesse van [naam] voor het kopen van semtex.”

Ook merkt de rechtbank nog op dat ‘is gesteld noch gebleken’, dat het openbaar ministerie enige rol had bij of invloed had op het handelen van de FBI. Het bewijs uit het buitenland mag daarom worden gebruikt in het strafproces.

De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van voorbereiding van moord, doodslag, diefstal met geweld of brandstichting, omdat niet met voldoende bepaaldheid is gebleken welk crimineel doel verdachte met dat pakketje voor ogen had. Voor het bewijs dat de ten laste gelegde voorwerpen ‘bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf’moeten namelijk ook de contouren van het (feitelijk) te plegen misdrijf blijken. In deze zaak ontbraken de contouren van het feitelijk te plegen misdrijf en kon dit niet door de officier van justitie worden aangetoond. De rechtbank verwijst hier naar het arrest HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:179. De verdachte wordt tot drie maanden gevangenisstraf veroordeeld voor het illegale bezit van vuurwapens.

2.     Afdreiging na reactie op advertenties sekswebsites

De Rechtbank Amsterdam heeft op 12 november 2018 een aantal verdachten veroordeeld voor het medeplegen van afdreiging en gewoontewitwassen door misbruik van advertenties op sekswebsites.

De zaken in het onderzoek ‘13Malone’ richten zich tegen zeven verdachten. De verdachten pleegden afdreiging door mannen die reageerden op de door hen geplaatste advertenties te chanteren. Er is geen sprake van het delict ‘afdreiging’, om dat de verdachten niet voldoende concrete bedreigingen met geweld naar de slachtoffers hebben gestuurd.

De verdachte ging met zes medeverdachten als volgt te werk. De verdachten plaatsen een seksadvertentie op de websites speurders.nl, kinky.nl en sexjobs.nl. Nadat een slachtoffer heeft gereageerd op een seksadvertentie wordt met deze persoon contact gelegd door iemand die zich voordoet als een vrouw/prostituee. Er volgt een uitwisseling van seksueel getinte berichten en er wordt soms om een naaktfoto van het slachtoffer gevraagd waar zowel het hoofd als het geslachtsdeel van de man op staat. Intussen worden er – vermoedelijk aan de hand van het telefoonnummer van het slachtoffer via Facebook – namen van het slachtoffer en personen uit zijn omgeving achterhaald.

Dan veranderen de verdachten de berichten van toon en komt ‘de pooier’ aan het woord. Het slachtoffer moet geld betalen om bekendmaking van zijn ‘schaamtevolle’ gedrag aan de met naam genoemde personen uit zijn omgeving te voorkomen. De slachtoffers ‘moeten er van leren dit niet meer te doen’. De slachtoffers moeten vervolgens geld overmaken naar een bankrekeningnummer waarbij vaak dezelfde tenaamstelling wordt genoemd. Het geld moet door het slachtoffer snel worden overgemaakt en er moet een screenshot als bewijs van de betaling worden verzonden. Het bedrag dat op de rekening wordt gestort wordt daarna snel in cash opgenomen. De verdachten hebben de ontvangen bedragen daarmee ook witgewassen. Een aantal verdachten zijn slechts veroordeeld voor het witwassen, omdat hun betrokkenheid bij de afdreiging niet kon worden bewezen. Als slachtoffers hebben betaald, worden zij gedwongen steeds opnieuw te betalen. De bedreigingen houden overigens uiteindelijk op als de slachtoffers niet betalen of daarmee stoppen.

Interessant is ook dat de rechtbank opmerkt dat er vanwege de lage aangiftebereidheid van het delict waarschijnlijk veel meer zaken spelen, waar deze modus operandi van de criminelen wordt gebruikt. Op de mobiele telefoon van één van de verdachten stonden 4780 seksgerelateerde berichten uit de periode van 1 tot 11 december 2016. Dat vormt volgens de rechtbank mogelijk een aanwijzing voor de daadwerkelijke omvang van de criminele praktijken van de verdachten. Ook stonden honderden verdachte transacties op de bankrekeningen van de verdachten van in totaal ruim € 56.000, waarvan slechts een klein deel aan de acht aangevers is te linken. De rechtbank beschouwt de acht beschikbare aangiftes als één feitencomplex. In onderlinge samenhang bezien, blijkt uit de bewijsmiddelen dat er diverse dwarsverbanden zijn als het gaat om gebruikte IP-adressen, gebruikersaccounts, telefoonnummers en bankrekeningen. Die onderlinge verwevenheid vormt één feitencomplex. Daarbij wordt in de zaken weliswaar een wisselende combinatie gebruikt van telefoonnummers, e-mailadressen, de bankrekeningnummers van verdachten en/of IP-adressen, maar vindt de afdreiging veelal in dezelfde bewoordingen plaats.

Met betrekking tot de bewijsvoering is relevant dat de politie onderzoek heeft gedaan bij de exploitant van de site Kinky.nl. De website-exploitant heeft in de eigen systemen gezocht op de gebruikte telefoonnummers en bankrekeningnummers in verschillende combinaties. Bij navraag blijkt dat op de rekeningen van de verdachten meer dan 10.000 euro aan verdachte transacties is te vinden. De verdachte transacties zijn betalingen waarbij de betaler geen bekende relatie heeft met de houder van de bankrekening. Verder is hierbij relevant de frequentie van de bijschrijvingen op de betreffende rekening en de omschrijving die daarbij staat vermeld. Uit onderzoek bij de exploitant van sexjobs.nl heeft de politie twee IP-adressen kunnen afleiding die op naam van de verdachten staan.

Tijdens een huiszoeking zijn de mobiele telefoons van de verdachte in beslag genomen. Op deze telefoons stond het (veelzeggende bewijsmateriaal) van ‘een groot aantal voor verdachten belastende berichten, seksadvertenties, screenshots van bankoverschrijvingen en (naakt)foto’s’. Op de telefoon van een andere verdachte zijn screenshots aangetroffen van diverse profielen en de contactenlijsten van deze profielen afkomstig van Facebook. Verder is gebleken dat meerdere van de telefoonnummers gebruikt zijn in de telefoons van de medeverdachten. Op de telefoon van één van de verdachten zijn onder andere de gebruikersaccounts voor de websites kinky.nl en sexjobs.nl aangetroffen.

De verdachte in de ondergenoemde zaak is minderjarig en wordt veroordeeld tot 300 dagen jeugddetentie (waarvan 233 voorwaardelijk). Ook krijgt hij een taakstraf van 200 uur opgelegd en moet hij een schadevergoeding betalen.

3.     Sextortion van minderjarige meisjes

Het Hof Den Haag heeft op 1 november 2018 arrest gewezen in een sextortion-zaak. Door middel van een bekende modus operandi deed de online zedendelinquent zich voor als een scout van een modellenbureau. De verdachte zocht via sociale media contact met de meisjes, met de vraag of zij foto’s wilde sturen. Als bevestiging dat zij benaderd waren door het modellenbureau), werd er een e-mail gestuurd met een e-mailadres van het modellenbureau.

De meisjes hebben van zichzelf foto’s verstuurd naar een de verdachte die gebruik maakte van het pseudoniem ‘Manisha’, waarbij sommige meisjes ook naaktfoto’s versturden. De verdachte eiste meer naakfoto’s van de slachtoffer onder dreiging van het publiceren (‘exposen’) van de naakfoto’s via een instagramaccount. Ook dwong hij sommige slachtoffers de app ‘Snapchat’ te installeren op hun mobiele telefoons. Via Snapchat zijn normaliter foto’s en video’s na enkele seconden niet meer zichtbaar. Diverse aangeefsters dachten daardoor ook dat zij bij verzending van foto’s weinig risico op verdere verspreiding liepen. De verdachte gebruikte echter een specifieke applicatie (‘Mobizen’) waarmee hij deze foto’s en video’s wel direct vanaf het scherm van zijn smartphone kon opslaan. Op de inbeslaggenomen gegevensdragers van de verdachte is tevens een grote hoeveelheid kinderporno gevonden.

De verdachte is veroordeeld tot 250 dagen jeugddetentie en een bijzondere maatregel met controle door jeugdreclassering, onder meer wegens het bezit van kinderporno, oplichting, en afpersing.

De zaak is in het bijzonder ook interessant vanwege de uitgebreide digitale bewijsvoering. De politie heeft op 2 juni 2016 een e-mail gestuurd aan één van de vermelde e-mailadressen in de aangifte van sextortion naar ‘Manisha’. Of de politie de e-mail onder dekmantel heeft gestuurd en een bijzondere opsporingsbevoegdheid heeft ingezet blijft onduidelijk door de summiere informatie die hierover wordt verschaft. Nadat de verdachte de e-mail heeft geopend, werd het IP-adres van de verdachte zichtbaar voor de opsporingsambtenaren. Het IP-adres kon worden gekoppeld aan het woonadres van de verdachte. Hetzelfde IP-adres heeft de verdachte gebruikt bij het aanmaken van het Instagramaccount van ‘Manisha’ ook toe aan het woonadres van de verdachte. Bovendien behoorde het telefoonnummer dat bij het aanmaken van het Instagramaccount is opgegeven tevens toe aan de verdachte. Het telefoonnummer behoorde toe aan de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte, waarmee is ingelogd op het instagramaccount.

Uit het onderzoek naar de inbeslaggenomen telefoon is gebleken dat mailapplicatie geconfigureerd was voor de eigenaar van het modellenbureau. Daaruit blijkt dat de verdachte over de mailaccounts van het modellenbureau kon beschikken en uit naam daarvan e-mails on uitsturen. Enkele naaktfoto’s en snapchatberichten met de slachtoffers zijn tevens op de inbeslaggenomen mobiele telefoon gevonden. Ten slotte blijkt uit digitaal onderzoek naar de internetgeschiedenis dat de verdachte meerdere sites bezocht en zoektermen gebruikt die te relateren zijn aan het modellenbureau en de scouts van het modellenbureau.

4.     Oplichting via Whatsapp

De Consumentenbond en Fraudehelpdesk waarschuwen voor een toename van fraude via Whatsapp. Daarbij doen de oplichter zich voor als de zoon of dochter van een slachtoffer met het verzoek om geld over te maken. Dit doen zij vaak op geraffineerde wijze, waarbij eerst via een app weten een ‘nieuw telefoonnummer’ te hebben, compleet met profielfoto van de persoon van wie ze de identiteit gebruiken. Deze foto hebben ze van social media gehaald, evenals informatie over familierelaties en hoe mensen elkaar aanspreken. Vervolgens vragen ze om een betaling voor een openstaande rekening.

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 oktober 2018 twee verdachten voor oplichting met een vergelijkbare werkwijze veroordeeld. De verdachten hebben zich op WhatsApp voorgedaan als iemand anders. De 19-jarige man zocht begin dit jaar via de berichtendienst contact met een 85-jarige man. De verdachte deed zich voor als de dochter van het slachtoffer en vroeg hem om in totaal ruim 2.300 euro over te maken. Het slachtoffer dacht echt met zijn dochter te appen. De 21-jarige Utrechter heeft zich op een soortgelijke manier schuldig gemaakt aan oplichting. Hij stuurde in september 2017 een WhatsApp-bericht naar een 71-jarige vrouw en deed zich voor als haar dochter. In het gesprek vroeg hij meerdere keren aan het slachtoffer om geld over te maken. In totaal heeft de vrouw ruim drieduizend euro overgemaakt.

De 21-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De 19-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast moeten ze ongeveer 10000 euro aan schade vergoeden.

5.     Klonen van modems VodafoneZiggo

De Rechtbank Rotterdam heeft op 11 oktober 2018 een aantal verdachte veroordeeld die in georganiseerd verband de modems van Vodafone Ziggo hebben gekloond. In het onderzoek ‘26Cicero’ is de verdenking gerezen dat in Nederland in georganiseerd verband op illegale wijze (met gebruikmaking van speciaal daartoe ontwikkelde software) modems van betalende klanten van Ziggo werden uitgelezen en gekloond. Het onderzoek ving aan naar aanleiding van informatie van de Canadese politie. De unieke modemgegevens van honderden betalende klanten van Ziggo zijn met behulp van malware gekopieerd en geplaatst op andere modems. Tegen betaling van een eenmalig bedrag van zo’n € 150,- konden de afnemers van de gekloonde modems gratis internetten zolang de betalende klant wiens modem was gekloond een abonnement had.

De verdachte kloonde de modems en installeerde die bij zijn afnemers. De modems kocht hij in bij een medeverdachte die bij Ziggo werkte. Een andere medeverdachte, die via een onderaannemer in dienst was bij Ziggo, installeerde de gekloonde modems als de Ziggo-straatkast moest worden geopend om de internetverbinding mogelijk te maken.

De rechtbank overweegt dat het gevaarlijk is dat gekloonde modems ook kunnen worden gebruikt om kwaadaardige aanvallen op bedrijven uit te voeren of om persoonlijke informatie van derden te achterhalen. De veiligheid en integriteit van de infrastructuur kan daarmee ernstig in gevaar komen. De geschetste potentiële gevaren hebben zich in deze zaak niet voorgedaan. Wel heeft de verdachte hinder en schade veroorzaakt voor met name Ziggo en heeft hij door het witwassen van zo’n € 20.000,- volgens de rechtbank de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

De verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde computervredebreuk, het voorhanden hebben malware, gewoontewitwassen en listiglijk gebruik maken van een telecommunicatiedienst (326c Sr). Wel volgt vrijspraak voor het medeplegen van vervaardigen van malware, nu niet kan worden bewezen dat verdachte als medepleger een bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de ‘1337suite’. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden opleggen, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Tevens moet de verdachte een taakstraf uitvoeren van 180 uur. De straf was aanzienlijk lager dan de eis van de officier van justitie.

Veroordelingen voor online drugshandel en witwassen

De rechtbank Rotterdam heeft op 8 november 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:8988 en ECLI:NL:RBROT:2017:8989) verschillende verdachten veroordeeld voor het witwassen met bitcoins die afkomstig zijn uit drugshandel via het darkweb. In de uitspraken wordt uitgebreid besproken over de manier waarop de bitcoins zijn witgewassen.

De verdachten waren in deze zaak bitcoinhandelaren die bitcoins inwisselen tegen contant geld, zodat de anonimiteit van klanten gewaarborgd bleef. Met deze omzetting is de criminele herkomst van de bitcoins verhuld. De verdachte heeft de beschikking gehad over diverse bitcoinwallets (een soort digitale portemonnees). In die wallets zijn bitcoins gestort vanuit onder meer ‘MiddleEarthMarketplace’, ‘AgoraMarket’ en ‘NucleusMarket’, allen (illegale) marktplaatsen op het dark web.

In een andere uitspraak van de rechtbank Rotterdam op dezelfde dag (ECLI:NL:RBROT:2017:8989), wordt daarbij opgemerkt dat het een relevante factor voor het aanmerken van witwassen is dat de verdachte ervoor heeft gekozen om de bitcoins om te wisselen voor contanten bij een bitcoinhandelaar die zijn klanten anonimiteit garandeert en hiervoor een veel hogere commissie vraagt (5-7%) dan bij de reguliere wisselkantoren. Dit zou duiden op wetenschap van de criminele herkomst van de bitcoins bij de verdachte.

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 november 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:5717 en ECLI:NL:RBMNE:2017:5719) tevens twee verdachten flinke straffen (tot zes jaar gevangenisstraf) opgelegd voor de drugshandel via het dark web van tientallen kilo’s harddrugs (met name MDMA).  Zij verstopten daarbij de drugs in pindakaaspotten en wenskaarten en verstuurden dit per post naar klanten over de hele wereld. Een van de verdachte is ook veroordeeld voor het witwassen van bitcoins.

Interessant is hoe in de uitspraak wordt uitgelegd hoe de opsporing in zijn werking ging. Het benodigde is bewijs is onder andere vergaard op basis van de reviews en gevoerde alias (nickname) van de verdachte op een online drugsmarket dat alleen via het Tor-systeem toegankelijk is. Ook de ‘selfies’ op de iPhone van de verdachte met drugspakketjes en de unieke PGP-sleutel waarmee de verdachte versleuteld communiceerde heeft, hebben een belangrijke rol in de bewijsvoering gespeeld. Ten slotte bleek uit de ‘error reports’ op de laptop van de verdachte dat hij heeft ingelogd op de darkmarkts en succesvol drugs heeft verkocht en werden etiketten met het afleveradres op de laptop gevonden.

Een andere verdachte is tevens door de Rechtbank Midden-Nederland op 17 november 2017 veroordeeld (ECLI:NL:RBMNE:2017:5716) voor het witwassen van bitcoins. Deze verdachte kocht 20.000 bitcoins in met destijds een waarde van 5 miljoen euro, waarvan bleek dat een groot deel daarvan door derden op het darknet is verdiend. In de uitspraak wordt zeer gedetailleerd ingegaan op het gebruik van een zogenaamde ‘bitcoin mixer’, waarbij bitcoins bij elkaar worden gebracht en opnieuw aan de klanten van de diensten worden verstrekt waardoor de bitcoins anoniemer zijn.

De verdachte maakte in deze casus gebruik van de Bitcoin mixingdienst ‘Bitcoin fog’. Uit de verklaringen blijkt dat de bitcoins daarna zijn omgezet in contanten via handelaren die adverteerde op de website localbitcoins.net en een ander via het wisselkantoor Bitonic. Deze handelingen worden de rechtbank gezien als een verhullingshandeling, zoals vereist is voor witwassen. De rechtbank is na een analyse door een deskundige overtuigd dat alle bitcoins die van darknet markets afkomstig zijn, een criminele herkomst hebben. Ten behoeve van de bewijsvoering wijst de rechtbank ook op een vermenging van een grote hoeveelheid uit darknet market afkomstige bitcoins met een bitcoins met een mogelijk wel legale herkomst. Het gehele verzilverde bedrag aan bitcoins wordt om deze reden als van misdrijf afkomstig aangemerkt. De verdachte moet dan wel wetenschap hebben of redelijkerwijs vermoeden dat de uit de bitcoinhandel afkomstige geldbedragen die op zijn rekening werden verzilverd van enig misdrijf afkomstig waren.

Veroordeling voor online drugshandel op Agora en Evolution

Op 10 maart 2017 heeft de Rechtbank Noord-Holland een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBNHO:2017:1940) voor online drugshandel en gewoontewitwassen. De verdachte handelde in voornamelijk XTC-pillen en LSD via de – indertijd populaire – online drugsforums ‘Agora’ en ‘Evolution’. Deze forums zijn zogenaamde ‘hidden services’ en alleen bereikbaar via het Tor netwerk. De verdachte specialiseerde zich in zijn omvangrijke handel in het bevoorraden van de zogenaamde ‘resellers’ en behoorde daarmee tot het hogere segment van de drugshandel.

De zaak is ook interessant, omdat wordt beschreven hoe de rechercheurs van de ‘TNO darkwebmonitor’ gebruik maakten om bewijs te verzamelen. Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van de beoordelingen van klanten van de drugshandelaar op de fora. De onderzoekshandelingen zijn klaarblijkelijk goed gedocumenteerd.

In de zaak wordt ook uitgebreid ingegaan op de gebruikte ‘cryptocurrencies’ door de verdachte, die vaak worden gebruikt voor witwassen (zie ook Computerrecht 2017/35). In casu betroffen deze virtuele valuta  bitcoins, paycoins en opalcoins. Met behulp van financieel rechercheren zijn de rechercheurs nagegaan of er een verbinding gemaakt kon worden tussen de bitcoinadressen in de digitale portemonnee op de laptop van de verdachte en de transacties en bitcoinadressen die voorkomen op genoemde darknet markets. In de periode van 24 februari tot en met 9 maart 2015 waren bijvoorbeeld 889,90 bitcoins naar de forums overgemaakt met een toenmalige waarde van 208.125,72 euro. Daarbij is van 16 transacties vastgesteld dat de verdachte deze heeft ontvangen van Evolution of Agora.

De verdachte is veroordeeld voor gewoontewitwassen. De herkomst van de cryptocurrencies (uit de online drugshandel) werd verhult door het omwisselen van de bitcoins in euro’s. Deze geldbedragen zijn middellijk afkomstig uit enig misdrijf. De rechtbank kwalificeert de aanschaf van de personenauto’s en luxe goederen als verhullingshandelingen, nu deze zijn aangeschaft met geld afkomstig uit handel in verdovende middelen. Het virtuele geld dat de verdachte nog in zijn bezit had en de luxegoederen worden door de rechtbank verbeurd verklaard. Ondanks de relatief jeugdige leeftijd van verdachte tijdens het begaan van die feiten, wordt de verdachte veroordeeld voor de forste gevangenisstraf van 3 jaren.