Wraakporno nu strafbaar

Posted on 14/12/2019 op Oerlemansblog

Op 15 december 2019 treedt de wet ‘Herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen’ in werking. Dat betekent onder andere dat wraakporno nu strafbaar is op grond van het nieuwe artikel 139h Sr.

Artikel 139h Sr stelt het strafbaar om opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard te vervaardigen of de beschikking te hebben, terwijl diegene weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door of als gevolg van een wederrechtelijke gedraging is verkregen. De openbaarmaking (bijvoorbeeld het op internet zetten van zo’n afbeelding van wraakporno) is ook strafbaar, eenvoudig gezegd als het door een strafbaar feit is verkregen en de verdachte weet dat het openbaarmaking nadelig kan zijn voor die persoon.

‘Afbeeldingen’

Misschien vraagt u zich net als ik af waarom alleen ‘een afbeelding van seksuele aard’ strafbaar is gesteld. In de memorie van toelichting is te lezen dat het begrip “afbeelding” (veel) breder wordt gezien, namelijk als alle vormen van beeldmateriaal, zoals foto’s, videomateriaal en live streamingbeelden. Een afbeelding van “seksuele aard” is een afbeelding die ‘een zodanig intiem seksueel karakter heeft dat deze door ieder redelijk denkend mens als privé zal worden beschouwd. Hierbij kan het gaan om beeldmateriaal waarop het ontblote lichaam van iemand te zien. Of om beeldmateriaal waarop het deels ontblote lichaam te zien is en lichaamsdelen als borsten of billen of geslachtsdelen prominent in beeld worden gebracht. Ook beeldmateriaal van iemand die, al dan niet (deels) ontbloot, seksuele handelingen verricht met of aan het eigen lichaam of iemand met wiens lichaam seksuele handelingen worden verricht’, kunnen een ‘afbeelding van seksuele aard’ opleveren.

‘Opzet’

Voor bewezenverklaring van het oogmerk de afgebeelde persoon te benadelen is niet zozeer de vraag of de betrokkene zich benadeeld heeft gevoeld, maar zijn de intentie van de pleger en de context van de openbaarmaking relevant. In de toelichting is ook te lezen dat ‘sprake dient te zijn van een doelbewust kwaadaardig handelen. Voorwaardelijk opzet op de benadeling is niet voldoende’. Als voorbeelden worden gegeven ‘het bewust zonder toestemming van de afgebeelde handelen, het plaatsen van denigrerende opmerkingen of seksualiserende teksten over de afgebeelde bij het beeldmateriaal (wraakporno) of het delen van persoonlijke gegevens van de afgebeelde bij het beeldmateriaal, zoals het telefoonnummer of de adresgegevens (exposen). Door als uitgangspunt voor strafbaarheid het oogmerk de afgebeelde persoon te benadelen te nemen is de strafbepaling zo geformuleerd dat nieuwe en toekomstige vormen van aan wraakporno en exposen verwante vormen van misbruik van seksueel beeldmateriaal hieronder vallen’.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht oktober 2017

Wraakporno op Facebook geplaatst

Op 18 oktober 2017 heeft het Hof Amsterdam een arrest gewezen (ECLI:NL:GHAMS:2017:4648) inzake smaadschrift en het verspreiden van afbeeldingen die de eerbaarheid schenden (art. 240 Sr).

In deze zaak had de verdachte een naaktfoto in een post op Facebook op het account van het slachtoffer geplaatst. Deze post in verschenen in de nieuwslijst van vrienden en volgers van het slachtoffer. Daarmee is volgens het Hof sprake van het toezenden van een afbeelding dat aanstotelijk is voor de eerbaarheid is, waarbij die afbeelding aan iemand wordt toegezondenals bedoeld in art. 240 Sr.

Het Hof acht het plaatsen van deze wraakporno ‘volstrekt onacceptabel’ gelet het ‘specifieke, eeuwige karakter van het internet’ en de ernstige gevolgen voor het slachtoffer wier naaktfoto openbaar is geworden. Ook is sprake van smaadschrift. Het Hof overweegt dat de eer of goede naam van het slachtoffer is aangetast door bij de naaktfoto de tekst te plaatsen: ‘app me voor meer’, met vermelding van het telefoonnummer van de aangeefster. Daarmee heeft de verdachte de aangeefster ervan beschuldigd (ten laste gelegd) een meisje te zijn dat bezig was met het werven van willekeurige personen om seksuele handelingen mee te verrichten.

Deze beschuldiging is naar haar aard aan te merken als een aanranding van iemands eer of goede naam. De verdachte krijgt een taakstraf opgelegd van 80 uur en een verplichting tot het betaling van een schadevergoeding van 2000 euro aan het slachtoffer voor geleden immateriële schade. Opvallend is dat in deze zaak geen computervredebreuk ten laste is gelegd, aangezien de post zonder toestemming via het account van het slachtoffer op Facebook is geplaatst.

Sexting en toegang tot kinderporno via Snapchat         

De militaire kamer van de Rechtbank Gelderland heeft op 30 oktober 2017 (ECLI:NL:RBGEL:2017:5674) een verdachte veroordeeld voor het aanbieden van schadelijke afbeeldingen aan iemand onder de zestien jaren en toegang tot kinderporno. De verdachte is een militair en scoutingleider en heeft seksueel contact gehad via Snapchat met een 13-jarige pupil.

Kenmerkend aan Snapchat is dat de berichten en verstuurde afbeeldingen na een paar seconden worden gewist. De rechtbank heeft daarom overwogen dat de verdachte de foto’s, gelet op de bijzondere eigenschappen van deze applicatie, niet in bezit heeft gehad of heeft verworven, maar zich wel met gebruikmaking van een geautomatiseerd werk en/of communicatiedienst de toegang tot de foto’s heeft verschaft.

Uit de bewijsmiddelen volgt ook niet dat verdachte de foto’s op een andere wijze heeft vastgelegd, bijvoorbeeld door hiervan een screenshot te maken. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een gevangenisstraf van 2 dagen met bijzondere voorwaarden.

Veroordeling tot poging tot verleiding, grooming en belaging via internet

Op 20 oktober 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBNNE:2017:4022) tot een gevangenisstraf van één jaar en TBS met verpleging voor (poging tot) verleiding, grooming en belaging.

De verdachte heeft zich op Facebook voorgedaan als twee verschillende vijftienjarige meisjes en daarna getracht twee minderjarige jongens zover te krijgen dat zij seksueel getinte foto’s of filmpjes zouden maken en het materiaal naar hem toe te sturen. Hij heeft een van de jongens ook onder druk gezet om hem te ontmoeten. Verdachte heeft de jongens zeer dwingend en ook dreigend benaderd met een stortvloed aan oproepen, telefoontjes en chatgesprekken.

De uitspraak is ook van uit bewijstechnisch oogpunt interessant, omdat het digitaal onderzoek van de politie uitgebreid wordt beschreven. Zo wordt in de uitspraak beschreven dat de politie op Facebook onderzoek heeft gedaan en zag dat de profielfoto bij het account van de verdachte een koalabeer betrof. De politie heeft op Instagram het profiel van het slachtoffer bekeken en geconstateerd dat dit account werd gevolgd door het Instagramaccount met de dezelfde kaolabeer.

De politie heeft van Instagram de ip-adressen en geregistreerde e-mailadres verkregen van de accounts van de verdachte. Ook heeft de politie van Facebook het IP-adres ontvangen waarmee het account van de verdachte was aangemaakt. De politie heeft daarna van Ziggo BV de gebruikersgegevens bij het IP-adres opgevraagd en van daaruit de verdachte opgespoord.

Het verweer van de verdediging dat iemand anders achter het account zat slaagt niet, omdat gelet op het voorgaande deze stelling volgens de rechtbank onaannemelijk is. Bovendien is het bewijs niet alleen naar verdachtes internetverbinding te herleiden; daarnaast is ook gebruik gemaakt van verdachtes’ e-mailadres, telefoon en USB-stick.

Veroordeling computervredebreuk en creditcardoplichting

Op 8 november 2017 heeft Hof Amsterdam een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHAMS:2017:4753) voor computervredebreuk, poging tot internetoplichting en het voorhanden hebben van een valselijk opgemaakt schrift.

De verdachte heeft ruim twee jaar lang websites gehackt en daarbij gebruik gemaakt van de WiFi van zijn buurvrouw via de gedeelde inloggegevens.

De verklaring van de verdachte dat hij niet wist hij van deze verbinding gebruik maken acht het Hof niet geloofwaardig, gezien de informaticaopleiding van de verdachte en zijn overige internetactiviteiten. Bovendien werd tijdens een huiszoeking op het scherm van de verdachte de volgende actieve programma’s te zien: Sendblaster Pro (software om massaal e-mails te versturen), Gre3NoX Exploit Scanner (software om zwakheden in websites op te sporen) en Havij (software om databases van websites te hacken door middel van SQL-injecties) en een website die erop was gericht gegevens met betrekking tot ICS af te vangen (te phishen).

De verdachte heeft met behulp van phishingapparatuur getracht op grote schaal creditcardgegevens te bemachtigen van ICS klanten door hun een e-mail te sturen (in totaal 132.260 e-mails) waarin hij zich voordeed als (medewerker van) ICS en waarin de klant werd gevraagd op een link te drukken die hen zou doorgeleiden naar een phishingwebsite. Ondanks dat bij de verdachte aangetroffen bestanden en papieren met creditcardnummers zijn aangetroffen, inclusief vervaldata en CVC codes, acht het Hof oplichting niet bewezen. De reden is dat volgens het Hof uit niets blijkt dat deze creditcardgegevens afkomstig zijn van ICS klanten, laat staan dat zij door ICS klanten naar de verdachte zijn verstuurd naar aanleiding van door hem verzonden phishing e-mails. Daarnaast heeft de verdachte een valselijk opgemaakt geschrift, te weten een jaaropgave, voorhanden gehad.

De verdachte krijgt daarvoor 2,5 jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan de helft voorwaardelijk. Het Hof vindt het daarbij, gelet op de bij de verdachte aanwezige kennis van computers en wegen om daarmee criminele activiteiten te ontplooien, in combinatie met zijn werk in de commerciële sector, van belang een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en een proeftijd van drie jaren vast te stellen als stok achter de deur.