Cybercrime jurisprudentieoverzicht november 2026

AI-generated by Gemini (3.8 Flash): A neonpunk conceptual visual of data theft and hardware spoofing, incorperate automated account checkers, and a stylized chaotic open-world video game city with glowing blimps, explosions, and crashed vehicles.

Voorlopig oordeel van de Hoge Raad over het maken van een image en prejudiciële vragen

Aanleiding voor het onderhavige arrest (ECLI:NL:HR:2026:1615) van de Hoge Raad vormt de vraag van een rechter-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant van of het maken van een kopie zonder voorafgaande machtiging in strijd is met de Landeck-uitspraak en legde daarom prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt in zijn arrest van 6 oktober 2026 dat de Landeck-uitspraak op twee manieren kan worden gelezen. Volgens de eerste lezing ontstaat het risico op een ernstige of zeer ernstige grondrechteninmenging al bij iedere poging toegang tot de gegevens te verkrijgen, en dus mogelijk al bij het kopiëren daarvan. In dat geval is ook voor het maken van een image in beginsel een voorafgaande machtiging nodig. Volgens de tweede lezing ontstaat het relevante risico pas wanneer de inmenging zich daadwerkelijk kan verwezenlijken doordat opsporingsambtenaren inhoudelijk van de gegevens kunnen kennisnemen. Dat risico doet zich nog niet voor wanneer uitsluitend een voor het onderzoeksteam ontoegankelijke kopie van de inhoud van de smartphone wordt gemaakt. Omdat over de juiste uitleg redelijkerwijs twijfel bestaat, legt de Hoge Raad zelf een prejudiciële vraag voor aan het HvJ EU.

In afwachting van de uitspraak van het HvJ EU sluit de Hoge Raad zich voorlopig aan bij de tweede lezing. Dit voorlopige oordeel is van belang omdat in Nederland jaarlijks ongeveer 40.000 digitale gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones, in beslag worden genomen en in lopende strafzaken behoefte bestaat aan duidelijkheid. Onder meer vanwege het risico dat gegevens op afstand worden gewist, en om te voorkomen dat gegevens na verloop van korte tijd anderszins verloren gaan of worden gewijzigd, wordt bij wijze van bevriezingsmaatregel een kopie van de inhoud van de smartphone gemaakt. Omdat deze maatregel snel na de inbeslagneming moet worden genomen, worden de gegevens door een opsporingsambtenaar veiliggesteld. Volgens het openbaar ministerie worden de genoemde risico’s onvoldoende ondervangen door de smartphone in de vliegtuigstand te zetten of door andere maatregelen te nemen, zoals het plaatsen van de smartphone in een Faraday-zak.

Volgens de Hoge Raad stelt het Unierecht niet de eis dat voorafgaand aan de inbeslagneming van een smartphone een rechterlijke toetsing plaatsvindt. Naar het voorlopige oordeel van de Hoge Raad ontstaat het “risico van een ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene” pas als een opsporingsambtenaar daadwerkelijk inhoudelijk van de gegevens kan kennisnemen. Het Unierecht biedt volgens de Hoge Raad daarom ruimte om zonder voorafgaande rechterlijke machtiging gegevens veilig te stellen op een wijze die geen daadwerkelijke inhoudelijke kennisneming van de gegevens meebrengt. Van een reëel risico op een ernstige of zeer ernstige inmenging is pas sprake als een opsporingsambtenaar de beschikking krijgt over voor hem leesbare en analyseerbare persoonsgegevens.

Als aanvullende waarborg oppert de Hoge Raad dat het Openbaar Ministerie een Aanwijzing over de werkwijze kan vaststellen. Daarin kan onder meer worden vastgelegd dat de handelingen die aan de inhoudelijke kennisneming voorafgaan zo veel mogelijk geautomatiseerd worden uitgevoerd, dat de inrichting en omvang van het onderzoek schriftelijk worden vastgelegd en dat aan inhoudelijke kennisneming door opsporingsambtenaren een rechterlijke machtiging vooraf moet gaan. Ook moet de inrichting en omvang van de verrichte handelingen in een proces-verbaal worden vastgelegd.

Veroordeling in hoger beroep Genesis Market en vormverzuim

Op 26 augustus 2026 heeft het gerechtshof Den Haag een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHDHA:2026:2745) voor bankfraude tegen vermogensbeheerder Robeco en haar klanten en voor het verwerven en voorhanden hebben van bots die via Genesis Market waren verkregen. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk. Het hof wees uiteindelijk € 191.946,67 aan materiële schade aan Robeco toe.

De verdachte en zijn mededaders zijn opzettelijk binnengedrongen in de digitale klantomgeving van Robeco (MijnRobeco) met behulp van onrechtmatig verkregen inloggegevens. Zij hebben zich voorgedaan als rechtmatige klanten, tegenrekeningen gewijzigd, beleggingsfondsen verkocht en rekeningen laten opheffen. Door het misbruik van de inloggegevens zijn geldbedragen van de rekeningen van verschillende gedupeerde klanten afgeboekt en ontvreemd. De verdachte had bovendien lijsten met inloggegevens en wachtwoorden van Robeco-klanten voorhanden. Daarnaast had hij via de criminele marktplaats Genesis Market toegang verworven tot ongeveer 377 bots, die onder meer gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en browser fingerprints bevatten waarmee toegang kon worden verkregen tot geautomatiseerde werken.

Het hof boog zich over de vraag of de oplichting van Robeco (feit 2) en de diefstal met valse sleutels van de klanten (feit 4), die betrekking hadden op hetzelfde feitencomplex, naast elkaar bewezen konden worden verklaard. Het hof oordeelt dat dit mogelijk is. Robeco is door verschillende oplichtingsmiddelen bewogen tot het verlenen van diensten, waaronder het verkopen van beleggingsfondsen, het opheffen van klantrekeningen en het overmaken van geldbedragen. Deze handelingen leveren een voltooide oplichting op. Het gevolg daarvan was dat geld van de rekeningen van de klanten werd afgeboekt en zij daarover de beschikkingsmacht verloren. Dit levert diefstal met een valse sleutel op. Door bij de oplichting het onderdeel “bewegen tot afgifte van geldbedragen” niet bewezen te verklaren, kunnen beide feiten naast elkaar worden bewezen.

In eerste aanleg (ECLI:NL:RBROT:2025:13090) was de verdachte ten aanzien van feit 3 ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat volgens de rechtbank niet alle bestanddelen van het strafbare feit waren ten laste gelegd. In de oorspronkelijke dagvaarding werd onder de tekst van het ten laste gelegde feit verwezen naar artikel 139d lid 2, aanhef en onder b, Sr. Het hof overweegt dat de vermelding van een wetsartikel in de dagvaarding geen dwingend kader vormt. Alleen de feitelijke tekst van de tenlastelegging is bepalend. De bewezenverklaarde gedragingen kunnen volgens het hof worden gekwalificeerd als overtreding van artikel 234 Sr. De verdachte wordt daarom in hoger beroep ook voor dit feit veroordeeld.

Het hof stelt verder vast dat voor het onderzoek aan de in beslag genomen gegevensdragers vooraf geen toestemming van de rechter-commissaris was verkregen. Onder verwijzing naar de Landeck-rechtspraak en het arrest van het HvJ EU van 16 juli 2026 (ECLI:EU:C:2026:585) overweegt het hof dat opsporingsdiensten voorafgaand aan het veiligstellen van gegevens op een gegevensdrager en voorafgaand aan het raadplegen daarvan toestemming moeten verkrijgen van een rechter of een andere onafhankelijke autoriteit. Volgens het hof geldt dit ongeacht de aard en ernst van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en voor alle gegevensdragers die ook voor privédoeleinden kunnen zijn gebruikt, dus niet alleen voor smartphones.

Het hof merkt daarbij expliciet op dat de na het Landeck-arrest ontstane praktijk waarin gegevensdragers zonder machtiging worden uitgelezen en de daardoor beschikbaar gekomen gegevens pas na toestemming van de rechter-commissaris voor het onderzoeksteam toegankelijk worden gemaakt, naar het zich laat aanzien niet in overeenstemming is met de rechtspraak van het HvJ EU. Het ontbreken van voorafgaande toestemming levert volgens het hof een onherstelbaar vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv.

Het hof verbindt aan dit vormverzuim echter geen verder rechtsgevolg. Het hof oordeelt daarom dat de verdachte onvoldoende in zijn persoonlijke belangen is geschaad om aan het vormverzuim enig rechtsgevolg te verbinden en volstaat met de enkele constatering van het vormverzuim.

Rechtbank plaatst kanttekeningen bij procesafspraken in omvangrijke cybercrimezaak

Op 8 mei 2026 heeft de rechtbank Oost-Brabant een interessant vonnis gewezen over procesafspraken in een omvangrijke cybercrime- en oplichtingszaak (ECLI:NL:RBOBR:2026:3891).

De verdachte is veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie die in de periode van oktober 2023 tot en met maart 2024 tot oogmerk had op grote schaal oplichting te plegen. Ook is hij veroordeeld voor witwassen en het voorhanden hebben van phishinginfrastructuur, waaronder phishingpanels en valse webpagina’s van International Card Services (ICS), Payconiq en verschillende banken. Daarnaast had hij onder meer een belscript voor bankhelpdeskfraude (team no limit.txt), lijsten met e-mailadressen en telefoonnummers en Telegramberichten met door phishing verkregen creditcardnummers, wachtwoorden en andere persoonsgegevens voorhanden.

De verdachte is verder veroordeeld voor het voorhanden hebben van technische hulpmiddelen en inloggegevens die bestemd waren voor het plegen van computervredebreuk of andere cyberdelicten. Het ging onder meer om bestanden met accountgegevens van NordVPN, Netflix, Office 365 en SMTP-servers. Ten slotte is de verdachte veroordeeld voor oplichting en diefstal met een valse sleutel.

Op 11 december 2025 hebben de verdachte, bijgestaan door zijn advocaat, en het Openbaar Ministerie een overeenkomst over proces- en vonnisafspraken gesloten. De verdediging zou geen onderzoekswensen indienen, geen bewijsverweren voeren en de ten laste gelegde feiten niet betwisten. Ook zou de verdachte afstand doen van de nog niet teruggegeven in beslag genomen goederen en zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken. Het Openbaar Ministerie zou een gevangenisstraf van 587 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, en tweemaal een taakstraf van 240 uur eisen. Zonder procesafspraken zou volgens het Openbaar Ministerie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal dertig maanden passend zijn geweest.

De rechtbank heeft de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel getoetst aan het kader uit het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252. Zij stelt voorop dat de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv leidend blijven en dat zij geen partij is bij en niet gebonden is aan de gemaakte afspraken. De rechtbank stelt vast dat de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en met besef van de rechtsgevolgen heeft ingestemd met de procesafspraken en daarmee ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, doet volgens de rechtbank geen afbreuk aan zijn recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.

De rechtbank benoemd dat zij, gelet op de ernst en omvang van de feiten en de leidende rol van de verdachte, een aanzienlijk hogere straf eveneens passend had gevonden. De overeengekomen straf valt volgens haar echter nog binnen een “acceptabele bandbreedte”. Bij de aanvaarding van het afdoeningsvoorstel weegt de rechtbank mee dat afwijzing daarvan zou betekenen dat de zaak alsnog uitgebreid inhoudelijk moet worden behandeld. Het daarmee gemoeide tijdsverloop, dat bij een eventueel hoger beroep meerdere jaren zou kunnen bedragen, zou ertoe leiden dat een straf pas veel later ten uitvoer kan worden gelegd. Ook zouden de veelal hoogbejaarde slachtoffers aanzienlijk langer op schadevergoeding moeten wachten.

Bij de beoordeling van de schadevergoedingsafspraken constateert de rechtbank verder dat niet alle benadeelden en aangevers waren opgenomen in het door het Openbaar Ministerie opgestelde overzicht. Ook kwamen niet alle daarin vermelde bedragen overeen met de bedragen uit de aangiften. Als de rechtbank de procesafspraken zonder meer zou volgen, zouden daarom niet alle slachtoffers volledig schadeloos worden gesteld.

Toch oordeelt de rechtbank dat voldoende rekening is gehouden met de belangen van de slachtoffers. Met verschillende medeverdachten zijn eveneens procesafspraken gemaakt, op grond waarvan zij bijdragen aan de vergoeding van de schade. Daardoor kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld. Slachtoffers van wie de vordering niet of slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, kunnen hun vordering voor het overige bij de civiele rechter aanbrengen.

Ontwikkelaar en administrator van Bohemia en Cannabia veroordeeld

Op 15 december 2025 veroordeelde de rechtbank Rotterdam een ontwikkelaar en administrator van de darkwebmarkten Bohemia en Cannabia tot een gevangenisstraf van twee jaar (ECLI:NL:RBROT:2025:15814).

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2024 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die de darkwebmarkten Bohemia en Cannabia exploiteerde. Deze organisatie had tot oogmerk het plegen van Opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. De verdachte was samen met anderen betrokken bij het vanaf de grond opzetten, ontwikkelen, beveiligen, beschikbaar houden en onderhouden van de technische infrastructuur van de marktplaatsen.

De marktplaatsen waren uitsluitend toegankelijk via de anonimiserende Tor Browser. Op de platforms werd wereldwijd gehandeld in onder meer hard- en softdrugs, hackingtools, gestolen gebruikers- en creditcardgegevens, ransomware en malware. Cannabia richtte zich uitsluitend op de verkoop van softdrugs. De database van Bohemia was bij de lancering naar Cannabia gekopieerd, waardoor gebruikers van Bohemia ook over een account bij Cannabia beschikten.

De verdachte begon als moderator, maar zijn rol binnen de organisatie werd steeds belangrijker. Rond de lancering van Bohemia had hij het opzetten van de servers en de network backend overgenomen. In 2023 nam hij de positie van een vertrekkende beheerder over en werd hij administrator. In die hoedanigheid had hij toegang tot alle vitale functies van de darkwebmarkten en verrichtte hij technische en financiële beheerderswerkzaamheden. Ook had hij meegewerkt aan de ontwikkeling van een bitcoinmixer, hoewel deze uiteindelijk niet in gebruik werd genomen.

De vergoeding van de verdachte nam toe van 500 dollar per week tot ongeveer 8.000 dollar per week. Nadat hij administrator was geworden, ontving hij gedurende een bepaalde periode de helft van de opbrengsten van de markt. Die opbrengsten bestonden uit commissies op transacties en inkomsten uit advertenties. De totale winst van de beheerders werd geschat op ruim 5,8 miljoen euro. De rechtbank verwerpt daarom het verweer dat de verdachte slechts een beperkte en ondergeschikte technische rol had.

Volgens de rechtbank was het oogmerk van de organisatie mede gericht op het plegen van Opiumwetdelicten. De darkwebmarkten faciliteerden immers op grote schaal de handel in verdovende middelen. Het oogmerk was daarnaast gericht op gewoontewitwassen. De inkomsten uit commissies en advertenties waren afkomstig van verkopers die zich met criminele activiteiten bezighielden.

Daarnaast werd bewezen verklaard dat de verdachte op 27 juni 2024 te Schiphol afbeeldingen en video’s van seksueel kindermisbruik in het bezit had. In zijn Telegram-account op een MacBook Pro werden gesprekken aangetroffen waarin hij specifiek gevraagd had om beeldmateriaal van minderjarigen in de leeftijdscategorie tussen 13 en 18 jaar en hiervoor betalingen verrichtte in Bitcoin vanuit zijn crypto-wallets.4

Veroordeling voor geautomatiseerde fraude met OV-chipkaartrestituties

Op 7 september 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een verdachte wegens oplichting van de Nederlandse Spoorwegen (NS) voor bijna € 150.000 (ECLI:NL:RBMNE:2026:6188). De rechtbank veroordeelde onder meer voor computervredebreuk en oplichting, en het voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt of ontworpen voor het plegen van computermisdrijven. Zij legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van negen maanden, een taakstraf van 360 uur, en een proeftijd van twee jaar.

De NS deed op 10 juni 2024 aangifte van computervredebreuk en oplichting, nadat Translink Systems, de uitgever van de OV-chipkaart, had ontdekt dat in korte tijd ruim 9.500 restitutieclaims waren ingediend. Uit onderzoek bleek dat gegevens van ongeveer 300.000 OV-chipkaarten waren opgevraagd. De politie en de NS analyseerden vervolgens de bankrekeningen waarop de restitutiebedragen waren gestort. Het ging onder meer om rekeningen bij Rabobank, bunq, Revolut en Wise, die op naam van gefingeerde personen stonden. Rabobank had € 29.423,06 bevroren en aan de NS terugbetaald. Ook bunq had € 13.685,87 bevroren, welk bedrag naar verwachting aan de NS zou worden terugbetaald.

Op 3 oktober 2024 doorzocht de politie de woning van de verdachte in Utrecht. Daarbij werden onder meer zijn MacBook Air, verschillende telefoons en diverse bankpassen aangetroffen. Op de laptop trof de digitale recherche het programma OpenBullet2 en de daaraan gekoppelde configuraties en scripts aan. In een van de scripts stonden tien combinaties van namen, IBAN-rekeningnummers en authenticatietokens. De tien IBAN-rekeningnummers kwamen terug in de aangifte van de NS over de OV-chipkaartfraude. Daarmee kon de verdachte rechtstreeks in verband worden gebracht met de restitutieclaims en de geldstromen.

Ten aanzien van de computervredebreuk stelde de rechtbank vast dat de verdachte in de periode van 7 april 2023 tot en met 23 april 2024 opzettelijk en wederrechtelijk was binnengedrongen in de webservers van Translink Systems en de NS achter de websites uitcheckgemist.nl en ns.nl/mijnns. Hij deed dit door het aannemen van een valse hoedanigheid: met behulp van geautomatiseerde software en scripts deed hij zich voor als de rechtmatige kaarthouder van een zeer groot aantal anonieme OV-chipkaarten

De rechtbank achtte verder bewezen dat de verdachte in de periode van 10 februari 2023 tot en met 3 oktober 2024 de applicatie OpenBullet2 en de daaraan gekoppelde configuraties en scripts, waaronder LoliScript, voorhanden had met het oogmerk daarmee computervredebreuk te plegen. Hoewel OpenBullet2 oorspronkelijk is ontwikkeld voor penetratietesten en de automatisering van online taken, lieten de door de verdachte gemaakte en gekoppelde configuraties en scripts volgens de rechtbank geen andere conclusie toe dan dat het door hem gebruikte geheel hoofdzakelijk geschikt was gemaakt voor het plegen van computermisdrijven.

Ten aanzien van de oplichting achtte de rechtbank bewezen dat de verdachte de NS in de periode van 7 april 2023 tot en met 23 april 2024 meermalen had bewogen tot de afgifte van geldbedragen van in totaal € 145.281,69. Dat deed hij door zich voor te doen als de kaarthouder van anonieme OV-chipkaarten en met behulp van computerapparatuur, software en scripts automatisch restitutieclaims wegens gemiste check-outs in te dienen. Uit het bewijs bleek overigens dat de NS in totaal € 174.704,75 had overgemaakt naar de door de verdachte beheerde bankrekeningen. De rechtbank was echter gebonden aan het lagere bedrag van € 145.281,69 dat in de tenlastelegging was opgenomen

De werkwijze van de verdachte hield in dat hij met OpenBullet2 en een zelfgeschreven script automatisch de website uitcheckgemist.nl bevroeg. Het script kon op basis van elf vaste en vijf variabele cijfers 100.000 mogelijke OV-chipkaartnummers genereren. Omdat de kaartnummers en bijbehorende vervaldata tot op zekere hoogte voorspelbaar waren, kon de verdachte vaststellen voor welke anonieme OV-chipkaarten nog restitutieclaims wegens gemiste check-outs openstonden. Op zijn laptop werden uiteindelijk 15.713 unieke kaartnummers met openstaande transacties aangetroffen.

Vervolgens maakte de verdachte op ns.nl/mijnns handmatig accounts aan met gefingeerde persoonsgegevens. Aan die accounts koppelde hij bankrekeningen waarover hij beschikte, maar die op naam van anderen stonden. Met behulp van een door hem geschreven script koppelde hij de gevonden OV-chipkaarten automatisch aan de Mijn NS-accounts, vroeg hij de openstaande transacties op en diende hij restitutieclaims in. Om telkens het maximale instaptarief van € 20 terug te ontvangen, liet hij het script hetzelfde station als in- en uitcheckstation invullen. Daardoor concludeerde het systeem dat niet was gereisd en keerde de NS automatisch het bij het inchecken afgeschreven instaptarief uit op de door de verdachte beheerste bankrekeningen.

In het kader van de strafoplegging voerde de verdediging aan dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim, omdat de politie de in beslag genomen telefoons en computers had onderzocht zonder voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris. De rechtbank stelde vast dat inderdaad sprake was van een onherstelbaar vormverzuim. Gelet op de omvang van het onderzoek aan de gegevensdragers was vooraf een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte te verwachten, zodat voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris vereist was.

De rechtbank verbond aan het vormverzuim echter geen strafvermindering of ander rechtsgevolg. Het ging om een onderzoek naar ernstige strafbare feiten, waarvan de aard een onderzoek aan de telefoons en computers rechtvaardigde. Volgens de rechtbank zou een machtiging zonder meer zijn verleend als deze was aangevraagd, waardoor zij de ernst van de normschending beperkt achtte. Ook had de verdediging niet toegelicht welk concreet nadeel, in de zin van welke privégegevens, door het vormverzuim was ontstaan. De rechtbank volstond daarom met de enkele constatering van het vormverzuim

Achttien maanden cel voor verkoop van illegale cheatsoftware en handel in combolijsten

Op 28 september 2026 veroordeelde de rechtbank Noord-Nederland een verdachte voor het verkopen van illegale software via zijn webshop, het voorhanden hebben van combolijsten met niet-openbare persoonsgegevens en de handel in softdrugs (ECLI:NL:RBNNE:2026:4078). De rechtbank legde hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden op.

Het opsporingsonderzoek kwam op gang door een combinatie van digitaal recherchewerk, financieel onderzoek en een doorzoeking van de woning van de verdachte. Opsporingsambtenaren deden onderzoek naar zijn webshop, waarop op grote schaal cheatsoftware en hulpmiddelen voor het omzeilen van bans werden aangeboden. Ook vorderde de recherche gegevens bij bunq en ING.

Uit de bankafschriften bleek dat de verdachte vele betalingen van particulieren ontving met specifieke omschrijvingen als “Lumia premium fivem mod menu lifetime (discord= de joke#4019)”, “Redengine”, “Fivem spoofer” en “Spoofer + 5 rockstar accs”. Bij de doorzoeking van zijn woning in de gemeente Noordoostpolder trof de politie op de zolder zijn game-pc aan. Op deze computer stonden onder meer de KvK-registratie van zijn eenmanszaak en een afbeelding van zijn identiteitskaart. Ook werden meer dan 200 combolijsten aangetroffen met in totaal meer dan één miljoen unieke combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden van onlineaccounts. Uit een gesprek op TikTok bleek dat de verdachte beschikte over zogenoemde “gaming combos”, deze door een geautomatiseerde checker haalde en de werkende accounts vervolgens aanbood als “gta accs in bulk”.

In de webshop werden onder meer het Nexus Redengine Premium Menu en het Lumia Redengine Premium Menu aangeboden. Met deze cheatsoftware konden gebruikers op FiveM-gameservers van Grand Theft Auto V vergaande verstoringen veroorzaken. Zo konden zij andere spelers afluisteren, hun verbinding met de server verbreken, hun spel laten vastlopen, explosies veroorzaken en grote hoeveelheden voertuigen, vliegtuigen en zeppelins in het spel laten verschijnen. Uit demonstratievideo’s op YouTube, met titels als “GTA 5 SERVER KAN MOD MENU NIET AAN” en “Mensen bannen en crashen met Lumia”, bleek dat het gebruik van deze software de server kon overbelasten en het spel voor andere spelers tijdelijk ontoegankelijk of onspeelbaar kon maken.

De rechtbank oordeelde dat het Nexus Redengine Premium Menu en het Lumia Redengine Premium Menu gegevens op een server of gebruikersapparaat konden manipuleren of de communicatie vanuit een van die apparaten konden beïnvloeden. Daarmee waren deze programma’s technische hulpmiddelen die hoofdzakelijk geschikt waren gemaakt of ontworpen voor het plegen van de in de artikelen 350a en 350c Sr bedoelde computermisdrijven.

Daarnaast verkocht de verdachte de Redengine FiveM Spoofer en de Super FiveM Spoofer. Met dergelijke hulpmiddelen kunnen de digitale identificerende kenmerken van een computer, zoals het hardware-ID, worden vervalst. Daardoor kan een speler een opgelegde ban omzeilen en opnieuw toegang krijgen tot een online multiplayeromgeving. Volgens de rechtbank kan het omzeilen van een ban worden gelijkgesteld met het verkrijgen van onrechtmatige toegang, voor zover het niet alleen een schending van de gebruikersvoorwaarden oplevert, maar de gebruiker daardoor zonder toestemming opnieuw toegang tot de multiplayeromgeving krijgt. De beide spoofers waren daarom technische hulpmiddelen die waren ontworpen voor het plegen van computervredebreuk.

Niet alle in de webshop aangeboden software kon volgens de rechtbank als verboden technisch hulpmiddel worden aangemerkt. De verdachte werd partieel vrijgesproken ten aanzien van onder meer Redengine Lua Executor, Eulen FiveM, TZ Project, GuavaClient FiveM en verschillende Ovix-tools. Uit het dossier kon onvoldoende worden afgeleid welke functies deze programma’s hadden of dat zij zelfstandig gegevens op een gameserver konden toevoegen of wijzigen. De Redengine FiveM Spoofer viel evenmin onder de tenlastelegging betreffende serververstoring, omdat deze alleen digitale identificerende kenmerken verhulde. De verkoop daarvan was wel strafbaar als voorbereidingshandeling voor computervredebreuk.

De verdachte had daarnaast meer dan 200 combolijsten voorhanden met de gebruikersnamen en wachtwoorden van ruim één miljoen accounts. Sommige van deze accounts had hij zelf in gebruik genomen. Volgens de rechtbank had hij deze gegevens voorhanden met het oogmerk dat daarmee computervredebreuk zou worden gepleegd.

Naast zijn digitale activiteiten handelde de verdachte gedurende ruim anderhalf jaar in hennep en hasj. Op zijn telefoons en computer werden gesprekken, afbeeldingen, filmpjes, prijslijsten en notities aangetroffen die betrekking hadden op de in- en verkoop van softdrugs. Daaruit bleek onder meer dat hij naar Málaga was gereisd om een mogelijke aankoop en verzending te bespreken. Ook hield hij een prijslijst bij waarop stond dat binnen en buiten Emmeloord tegen betaling kon worden bezorgd. Bij de doorzoeking van zijn woning werden 976 voorgedraaide joints aangetroffen.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van het rechtstreeks binnendringen in een specifieke gameserver. Ook werd hij, zoals gezegd, partieel vrijgesproken ten aanzien van verschillende tools waarvan de relevante technische werking onvoldoende uit het dossier bleek. De rechtbank achtte verder bewezen dat de verdachte een bedrag van ongeveer € 213.386,31 had verworven, voorhanden gehad en omgezet in cryptovaluta, terwijl hij wist dat dit bedrag onmiddellijk afkomstig was uit door hemzelf begane misdrijven (witwassen).

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de duur en omvang van de verkoop van illegale software, de grote hoeveelheid combolijsten en de langdurige handel in softdrugs. Zij woog ook mee dat de verdachte niet recent onherroepelijk voor strafbare feiten was veroordeeld. Omdat de rechtbank aanzienlijk minder bewezen achtte dan het Openbaar Ministerie en de verdachte ten aanzien van het witwassen ontsloeg van alle rechtsvervolging, legde zij een veel lagere straf op dan de door het Openbaar Ministerie geëiste gevangenisstraf van 48 maanden. De verdachte kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden.

Rapporten en trends in AI en criminaliteit 2024-2025          

In de afgelopen twee jaar zijn diverse rapporten verschenen van Europol (iOCTA (2024, 2025), SOCTA 2025, AI and Policing), de Politie (over AI en fraude), samen met het Openbaar Ministerie (eerste jaarbeeld), de UNODC (rapport), de AIVD (over AI en cybersecurity), het NCSC NL (o.a. het Cybersecuritybeeld Nederland 2025) en NCSC UK (onderdeel van GHCQ) over de invloed van AI op (cyber)criminaliteit en cybersecurity.

Het valt mij in de rapporten op dat op basis van incidenten soms grote conclusies worden getrokken. Toch is het belangrijk om de gesignaleerde trends op een rij te zetten. In deze blog vat ik daarom een aantal van die ontwikkelingen samen. De vijf trends heb ik zelf geselecteerd. Na het lezen heb ik voor deze tekst gebruik gemaakt van Copilot Researcher en Notebook LM. Een automatisch gegenereerde podcast is hieronder te beluisteren.

1.    Verlagen van drempels voor criminaliteit en de versterking van cyberaanvallen

Criminelen zetten AI in om cyberaanvallen sneller, groter en effectiever te maken. Het Britse National Cyber Security Centre (NCSC), onderdeel van GCHQ, waarschuwde in 2024 dat AI de omvang en impact van cyberaanvallen vrijwel zeker zal vergroten in de nabije toekomst. Dit komt doordat AI de benodigde technische kennis verlaagt en aanvallen automatiseert. Zie ook de tabel op The near-term impact of AI on the cyber threat – NCSC.GOV.UK.

Door generatieve AI kunnen ook onervaren of minder technisch onderlegde daders geavanceerde aanvallen uitvoeren. AI-modellen genereren bijvoorbeeld phishing-teksten en malwarecode waardoor de drempel voor nieuwe cybercriminelen daalt. Fraude en kindermisbruik worden vaak expliciet genoemd als domeinen die “bijzonder waarschijnlijk” door AI-gebruik zullen intensiveren. Europol signaleerde al in 2020 dat AI kan worden ingezet voor slimme wachtwoordkrakers, CAPTCHA-bots en gerichte social-engineeringaanvallen. Deze voorspellingen zien we nu werkelijkheid worden, met steeds geavanceerdere phishingaanvallen en door AI gegenereerde malware.

Daarnaast ontstaan illegale diensten waarbij cybercriminelen generatieve AI als betaalde dienst aanbieden. Volgens NCSC UK, de Organised Crime Agency (NCA) en Europol ontwikkelen kwaadwillenden eigen AI-tools en verkopen zij ‘GenAI-as-a-service’. Deze trend sluit aan bij de eerder gesignaleerde “vermarkting” van cybercrime-tools (zoals ransomware-as-a-service) in Europol-rapporten. Ook het UNODC-rapport uit 2024 signaleert dit fenomeen voor fraude en oplichting.

De beschikbaarheid van dergelijke tools, ook in kwaadaardige varianten op het dark web zonder ‘guardrails’, verlaagt de drempel voor cyberactoren zonder diepgaande technische vaardigheden. Criminelen gebruiken LLM’s om scripts te ontwikkelen voor phishingmails of websites voor gegevensdiefstal. Het groeiende ‘phishing-as-a-service’-aanbod weerspiegelt de automatisering van deze aanvalsvector.

2.    Georganiseerde criminaliteit en AI

Veel van bovenstaande ontwikkelingen komen samen in de georganiseerde misdaad. Het SOCTA-rapport 2025 stelt dat criminelen AI als “onderdeel van hun gereedschapskist” beginnen te gebruiken. Klassieke activiteiten zoals drugshandel convergeren met cybercriminaliteit. Grote criminele groepen investeren in online fraude en datadiefstal naast hun traditionele handel. Zie eerder ook deze samenvatting van het SOCTA-rapport. 

Europol signaleert ook vermenging met statelijke actoren. Criminele netwerken kunnen gegevens stelen voor staten door in te breken in beveiligde systemen. Deze informatie kan worden gebruikt voor spionage, economische voordelen of chantage. Daarnaast spelen deze netwerken een sleutelrol in desinformatiecampagnes, waarbij nepaccounts, trollen en gemanipuleerde nieuwscontent worden ingezet om democratische instellingen te ondermijnen.

Criminele organisaties misbruiken corruptie om vervolging te vermijden, onder meer door het omkopen van politie en justitie. Digitale trends versterken dit fenomeen: corrupte contacten worden online geworven, betalingen verlopen via cryptovaluta, en personen met toegang tot digitale systemen zijn belangrijke doelwitten. Netwerken gebruiken versleutelde communicatieplatforms zoals EncroChat en Sky ECC, maar ook reguliere apps om te rekruteren, handelen en betalingen te regelen.

Geweld wordt steeds vaker als dienst aangeboden (‘violence-as-a-service’), gefaciliteerd door online platforms en versleutelde communicatie. Jongeren worden actief gerekruteerd voor cyberaanvallen, drugshandel en als geldezel, vaak via sociale media en met verleidelijke tactieken zoals gamificatie. Technologie speelt ook een rol in traditionele misdrijven: online werving voor mensenhandel, wapensmokkel en illegale streamingdiensten. AI en 3D-printing vergroten de toegang tot vuurwapens en maken productie van vervalste medicijnen mogelijk. Digitale piraterij en online verkoop van illegale geneesmiddelen blijven groeien, ondersteund door anonimiserings- en cryptotechnieken.

Ook de UNODC signaleert hoe online gokken, grootschalige oplichting en witwassen van cryptocurrencies samenkomen in één ecosysteem, aangejaagd door AI-tools. Dit leidt tot een “criminele dienstverleningseconomie”, waarin phishingkits, valse documenten en AI-gegenereerde propaganda worden verhandeld. De VN noemt Zuidoost-Azië een proeftuin voor AI-gedreven criminaliteit. Scam-centra rekruteren jonge mensen onder valse voorwendselen en dwingen hen om samen met AI-systemen slachtoffers op te lichten. AI automatiseert een groot deel van het werk, terwijl mensen geloofwaardige interacties onderhouden.

Ook de AIVD constateerde in 2024 (‘Versterkte dreigingen in een wereld vol kunstmatige intelligentie’ .pdf) dat AI door iedereen kan worden gebruikt voor het maken van malware en phishingberichten, wat de dreiging door niet-statelijke actoren vergroot. Het SOCTA-rapport noemt ook hoe criminele organisaties door staten worden ingezet voor sabotage van kritieke infrastructuur, informatiediefstal en cyberaanvallen. Een van de belangrijkste manieren waarop zij bijdragen, is via ransomware-aanvallen op kritieke infrastructuur, bedrijven en overheidsinstanties. Deze aanvallen genereren niet alleen financiële inkomsten – vaak via cryptovaluta – maar dienen ook om tegenstanders te ontwrichten door essentiële diensten lam te leggen, chaos te creëren en het vertrouwen van het publiek te ondermijnen.

Een concreet voorbeeld is de cyberaanval op de Nationale Politie in september 2024 door de waarschijnlijk staatsgesteunde Russische groep LAUNDRY BEAR (zie deze advisory report .pdf).

LAUNDRY BEAR richt zich, net als andere Russische cyberdreigingsactoren, voornamelijk op landen die lid zijn van de EU of NAVO. De groep valt vooral organisaties aan die relevant zijn voor de Russische oorlogsinspanningen in Oekraïne, zoals defensieministeries, krijgsmachtonderdelen, defensiebedrijven en EU-instellingen. Ook ministeries van Buitenlandse Zaken en andere overheidsorganisaties behoren tot de doelwitten. Naast Europa zijn er aanvallen waargenomen in Oost- en Centraal-Azië. In 2024 voerde LAUNDRY BEAR aanvallen uit op defensiecontractanten, luchtvaartbedrijven en hightech ondernemingen, waarschijnlijk om gevoelige informatie te verkrijgen over wapenproductie en leveringen aan Oekraïne. De groep lijkt kennis te hebben van militaire productieprocessen en probeert technologieën te bemachtigen die door sancties moeilijk toegankelijk zijn.

Naast militaire en overheidsdoelen richt LAUNDRY BEAR zich ook op civiele organisaties en commerciële bedrijven, vooral in de IT- en digitale dienstensector. Deze netwerken bieden vaak indirecte toegang tot overheidsinformatie, waardoor ze aantrekkelijk zijn voor spionage. Verder zijn aanvallen vastgesteld op NGO’s, politieke partijen, media, onderwijsinstellingen en kritieke infrastructuur, vrijwel zeker met spionagedoeleinden. In vergelijking met andere Russische actoren heeft LAUNDRY BEAR een hoge succesgraad. De meest getroffen sectoren zijn: overheidsorganisaties, defensie en defensiecontractanten, IT- en digitale diensten, sociale en culturele organisaties, onderwijs en kritieke infrastructuur.

3.    AI in fraude en oplichting

Criminelen misbruiken deepfakevideo’s, -audio en -afbeeldingen om vertrouwen te winnen of druk uit te oefenen. Europol waarschuwde in 2022 dat deepfakes een “standaardtool voor georganiseerde misdaad” dreigen te worden. Voorbeelden zijn CEO-fraude (waarbij een vervalste stem of video van een leidinggevende ondergeschikten instrueert geld over te maken), vervalsing van bewijs en productie van niet-consensueel seksueel materiaal.

LLM’s versnellen aanvalsvoorbereiding door automatisch grote hoeveelheden informatie over doelwitten te verzamelen. Ze genereren foutloze phishingmails in meerdere talen en imiteren schrijfstijlen, wat spearphishing veel geloofwaardiger maakt.

Een concrete toepassing is het creëren van synthetische identiteiten met AI. Criminelen gebruiken AI-gegenereerde gezichten en stemmen om zich voor te doen als betrouwbare derden – bijvoorbeeld als helpdeskmedewerker, bankmedewerker of bekende van het slachtoffer. Voice cloning (het klonen van stemmen) is dermate geavanceerd dat in enkele gevallen in 2023–2024 bedrijfsmedewerkers zijn opgelicht door een telefoontje dat klonk als hun directeur, waarin om een spoedoverboeking werd gevraagd. Uit het UNODC-rapport blijkt ook dat ze geloofwaardige valse identiteitsdocumenten of profielfoto’s genereren om verificaties te omzeilen. Dit omvat bijvoorbeeld AI-gedreven ‘identity masking’, waarbij online profileren automatisch worden gerouleerd, deepfake-video’s worden gebruikt tijdens illegale transacties, of het foppen van biometrische toegangscontroles.

Dankzij AI kunnen fraudeurs hun aanpak beter afstemmen op hun doelwitten. Tools kunnen enorme datasets doorzoeken (OSINT) en patronen herkennen om bijvoorbeeld overtuigende persoonlijke babbels of op maat gemaakte phishing-mails te genereren. De Nederlandse politie verwacht dat social engineering-aanvallen de komende jaren verder verfijnd en grootschaliger worden door AI. In het Fenomeenbeeld Online Fraude 2024 wordt expliciet vermeld dat de trend van steeds gerichtere benadering van slachtoffers “vermoedelijk zal versnellen onder invloed van kunstmatige intelligentie”.

Uit een andere analyse van het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC 2024) blijkt dat criminele fraudenetwerken in Zuidoost-Azië op grote schaal AI inzetten om slachtoffers wereldwijd te bereiken. De onderzoekers zagen een stijging van meer dan 600% van deepfake-content op criminele fora in de eerste helft van 2024 vergeleken met eerdere periodes. Zij combineren bijvoorbeeld gescripte chatbots met deepfake-profielen om geloofwaardige gesprekken te voeren in meerdere talen.

4.    AI en seksuele uitbuiting

Een van de meest verontrustende ontwikkelingen sinds 2023 is het gebruik van AI voor het produceren van seksueel materiaal van minderjarigen (ook wel: materiaal van seksueel misbruik van kinderen (CSAM).

Sinds 2023 neemt het gebruik van AI voor het produceren van seksueel materiaal van minderjarigen sterk toe. Politie en opsporingsinstanties zien een duidelijke stijging van AI-gegenereerde afbeeldingen en video’s van kindermisbruik. In Nederland meldde de politie in 2024 dat dit materiaal “steeds vaker opduikt” in onderzoeken. Rechercheurs besteden veel tijd aan het vaststellen of een afbeelding echt is of door AI is gemaakt, wat capaciteit wegneemt van het bestrijden van daadwerkelijk misbruik.

Europol bevestigt deze trend in het iOCTA-rapport 2024: volledig synthetische of door AI gemanipuleerde CSAM vormt een opkomende dreiging.

iOCTA rapport van 2024 op Europees niveau: volledig synthetische of door AI gemanipuleerde CSAM komt steeds vaker voor. ‘Operation Cumberland’ illustreert dit: wereldwijd werden ~270 kopers geïdentificeerd en diverse arrestaties verricht. De Nederlandse politie voerde met vier geïdentificeerde kopers waarschuwingsgesprekken om herhaling te voorkomen.

Nederlandse en internationale politiediensten maken daarbij geen onderscheid in echte of met AI gegenereerde CSAM.  Dit is niet alleen omdat de impact (normalisering van misbruikfantasieën) ernstig is, maar ook omdat voor de training van zulke AI vaak echte misbruikbeelden worden gebruikt.

5.    Prompt injection attacks

De NCSC UK legt uit dat ‘prompt injection’ een relatief nieuwe kwetsbaarheid is in generatieve AI-toepassingen (ontstaan in 2022). Het treedt op wanneer ontwikkelaars eigen instructies combineren met onbetrouwbare inhoud in één prompt en aannemen dat er een duidelijke scheiding bestaat tussen ‘wat de app vraagt’ en externe data.

In werkelijkheid maken LLM’s geen onderscheid tussen data en instructies; ze voorspellen simpelweg het volgende token. Hierdoor kan een aanvaller via indirecte prompt injection – bijvoorbeeld door verborgen tekst in een CV – het model ongewenste acties laten uitvoeren. Dit maakt prompt injection fundamenteel anders dan klassieke kwetsbaarheden zoals SQL-injectie, waarbij mitigaties zoals parameterized queries effectief zijn.

De NCSC adviseert om prompt injection niet te zien als code-injectie, maar als exploitatie van een ‘inherently confusable deputy’. Ontwikkelaars moeten systemen zo ontwerpen dat ze geen privileges blindelings doorgeven aan LLM’s. Dit betekent: toegang tot gevoelige tools beperken, deterministische beveiligingslagen toepassen en invoer, uitvoer en mislukte API-calls monitoren. Volledige preventie lijkt onhaalbaar, maar het verkleinen van kans en impact is essentieel. Zonder maatregelen dreigt prompt injection dezelfde golf van incidenten te veroorzaken als SQL-injectie in het verleden.

iSpoof take down en veroordelingen

Op 24 november 2022 publiceerde de Nationale Politie een persbericht over het ontmantelen van  iSpoof. Het Cybercrimeteam Midden-Nederland heeft in nauwe samenwerking met de London Metropolitan Police Service een onderzoek gedaan – ‘Operation Elaborate’ – naar de internationale spoofingdienst iSpoof.

Wat is iSpoof?

iSpoof is een spoofingdienst waarmee gebruikers eenvoudig hun eigen telefoonnummers verbergen en zogenaamd bellen namens een ander. In dit geval gaat het om het vervalsen van telefoonnummers. Dat betekent dat het weergegeven telefoonnummer dat de persoon die gebeld wordt ziet, het zogenaamde Caller-ID, is geconfigureerd met behulp van een applicatie. Het is dus niet het werkelijke nummer van de beller, maar een gespooft nummer.

In de praktijk wordt deze dienst veel gebruikt door oplichters die slachtoffers bellen en zich daarbij voordoen als bijvoorbeeld een bank of overheidsorganisatie. Slachtoffers worden vervolgens met slinkse praatjes misleid om bank- of privégegevens prijs te geven of geld over te boeken. Dit heet bankhelpdeskfraude.

Verloop van de operatie

Op de website ‘ActionFraud’ vermeld de Britse politie:

The Met’s Cyber Crime Unit began investigating iSpoof in June 2021 under the name of Operation Elaborate. It was created in December 2020 and had 59,000 user accounts.

Investigators infiltrated the site and began gathering information alongside international partners.

The website server contained a treasure trove of information in 70 million rows of data. Bitcoin records were also traced.

De uitbater van iSpoof is op zondag 6 november 2022 door de London’s Metropolitan Police Service gearresteerd. Diezelfde week is de dienst iSpoof offline gehaald. Op 8 november 2022 werden de website en de server in beslag genomen en offline gehaald door de Amerikaanse en Oekraïense autoriteiten. De FBI heeft daarbij beslag gelegd op de domeinnaam ispoof.cc.

De politie vermeld dat door middel van een tap op de servers in Almere de Nederlandse politie inzicht kreeg in hoe gebruikers van iSpoof.cc te werk gaan. Daaruit werd duidelijk dat gebruikers wereldwijd per maand circa een miljoen gesprekken, of pogingen daartoe, voerden. In Nederland gaat het om vermoedelijk duizenden telefoontjes per maand. 

Uit een uitspraak van rechtbank Noord-Nederland van 12 januari 2024 (ECLI:NL:RBNNE:2024:51) blijkt dat op de server van iSpoof een tap actief stond in de periode van 4 juni 2022 tot en met 5 september 2022. Uit die tap werd volgens de politie duidelijk dat gebruikers wereldwijd per maand circa een miljoen gesprekken, of pogingen daartoe, voeren.

Resulaten

De Nederlandse politie deelde haar informatie over criminele gebruikers met Europol en andere landen. Volgens Europol waren er naar aanleiding van de operatie in november 2022 al 142 arrestaties verricht. De Britse Metropolitan Police stelt dat in 12 maanden (tot augustus 2022) ongeveer 10 miljoen telefoongesprekken zijn gevoerd.

Naar schatting van Europol hebben criminelen met iSpoof.cc in 16 maanden tijd meer dan 3,7 miljoen euro verdiend. De criminelen betaalden de dienst veelal in bitcoin. Volgens het artikel ‘Grootste fraudezaak in Britse geschiedenis’ in de Volkskrant zijn 200 duizend mensen op deze wijze opgelicht. Gemiddeld verloren slachtoffers die aangifte deden 10.000 pond. De geschatte schade is volgens de Britse autoriteiten meer dan 100 miljoen GBP (circa 115 miljoen EUR).

De politieorganisaties hebben ook de “promotievideo” van iSpoof ‘gespooft’ om te benadrukken welke sporen klanten achterlaten en wat dit voor hen kan betekenen.

Vervolgingen in Nederland n.a.v. de Operation Elaborate

Op het moment van schrijven zijn er drie uitspraken (ECLI:NL:RBNNE:2024:51, ECLI:NL:RBMNE:2024:5743, ECLI:NL:RBMNE:2024:1903) beschikbaar naar aanleiding van iSpoof operatie op rechtspraak.nl.

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelde (ECLI:NL:RBNNE:2024:51) bijvoorbeeld op 12 januari 2024 een verdachte voor grootschalige bankhelpdeskfraude, waarbij tientallen personen zijn gedupeerd met een totaal schadebedrag van circa € 800.000,-.

Voor de bewijsvoering worden bijvoorbeeld metadata en inhoudelijke gesprekken uit de tap gebruikt, en daarnaast transactie- en gebruikersdata uit de servers. Mogelijk volgen er nog andere uitspraken naar aanleiding van deze bijzondere politieoperatie.