
Veroordeling voor drugshandel via Snapchat
Op 19 juni 2026 heeft de rechtbank Oost-Brabant een Snapchatdealer veroordeeld (ECLI:NL:RBOBR:2026:4402) voor drugshandel. Hij heeft voor een periode van ongeveer twee jaar gehandeld in verschillende soorten harddrugs via Snapchat. Daarnaast had hij op verschillende locaties een grote hoeveelheid harddrugs, designerdrugs en ketamine aanwezig. Media berichtte al eerder dat de dealer met nickname “Koen Kampioen” dromen had om daarmee multimiljonair te worden. De politie heeft in het opsporingsonderzoek verschillende pseudokopen en observaties uitgevoerd.
De rechtbank laat de rol van de verdachte en de mate van professionaliteit meewegen in de strafmaat. De verdachte maakte onder andere gebruik van prijslijsten, kortingsacties tijdens bepaalde feestdagen en liet soms anderen voor hem de drugs bezorgen. Uit het dossier komt daarnaast het beeld naar voren van een verdachte die zich al veel langer dan de tenlastegelegde periode bezighield met het overtreden van Opiumwetdelicten.
Gelet op de aard en ernst van de feiten, de grote hoeveelheden aangetroffen drugs en ketamine, de mate van professionaliteit en de pleegperiode ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Dit met het oog op vergelding en speciale preventie: het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten door verdachte. Daarnaast wil de rechtbank met deze straf anderen ontmoedigen soortgelijke strafbare feiten te plegen. Een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zou geen recht doen aan de ernst van het bewezenverklaarde. De rechtbank zal daarnaast een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank acht een stok achter de deur noodzakelijk om herhaling in de toekomst te voorkomen.
Eerste veroordeling voor mishandeling op afstand vanuit ‘The Com’-netwerk
De rechtbank Amsterdam heeft op 9 juli 2026 bij mijn weten voor het eerst iemand veroordeeld voor activiteiten die verband hielden met het gewelddadige ‘The Com’-netwerk (ECLI:NL:RBAMS:2026:6968).
Wat is ‘the Com’?
‘The Com’ bestaat uit onderling verbonden onlinegroepen waarin extreem geweld tegen slachtoffers wordt aangemoedigd en genormaliseerd. De groepen beconcurreren elkaar bij het produceren van zo extreem mogelijke content. Vanuit een nihilistische en gewelddadige wereldvisie proberen leden anderen ertoe te bewegen zichzelf of anderen schade toe te brengen. Zij zoeken hun slachtoffers, vaak jonge en kwetsbare personen, onder meer via gameplatforms als Roblox en Minecraft, streamingdiensten en sociale media. Vervolgens lokken zij hen naar privékanalen op bijvoorbeeld Discord of Telegram.
Modus operandi van ‘the Com’
Door ‘lovebombing’, waarbij slachtoffers worden overladen met aandacht, vriendelijkheid en begrip, wordt hun vertrouwen gewonnen. Daarna worden zij overgehaald om naaktbeelden of persoonlijke informatie te delen. Met het dreigement dat materiaal openbaar te maken, worden zij vervolgens gedwongen tot het produceren van steeds extremer seksueel of gewelddadig beeldmateriaal. Het kan gaan om het schrijven van namen of symbolen op het lichaam (‘fan signs’), het kerven of snijden daarvan in het lichaam (‘cut signs’) of het schrijven met bloed op muren (‘bloodwalls’). Het verkregen materiaal wordt gebruikt om binnen de Com status te verwerven.
Strafbaar handelen
De verdachte uit Roemenië ontmoette in oktober 2025 via Roblox een kwetsbaar dertienjarig meisje uit Nederland. Hij deed zich voor als iemand die haar interesses deelde en bood haar een luisterend oor. Het slachtoffer dacht dat sprake was van een soort liefdesrelatie. Volgens de rechtbank was echter sprake van een geraffineerd proces van grooming. De verdachte gebruikte haar gevoelens om seksuele beelden te verkrijgen, die hij heimelijk opsloeg. Nadat hij het materiaal had verkregen, dreigde hij het te verspreiden. Vervolgens dwong hij het slachtoffer tot steeds extremere handelingen. Zo moest zij zichzelf snijden, zijn bijnaam in haar lichaam kerven en zogenoemde bloodwalls maken. De verdachte vertelde haar daarbij tot in detail waar en hoe diep zij moest snijden. Ook moedigde hij haar aan zichzelf van het leven te beroven. Uiteindelijk verspreidde hij daadwerkelijk compromitterende beelden onder haar familie en klasgenoten.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte de beelden wilde gebruiken om waardering en status te verkrijgen bij leden of voormalige leden van de Com. Het netwerk opereert als volgt: hoe extremer het materiaal, hoe hoger de status. Hoewel de verdachte zelf niet daadwerkelijk lijkt te zijn toegetreden of toegelaten tot een Com-groep, was zijn handelen daarop gericht en kwam zijn werkwijze volledig overeen met die van dergelijke groepen.
Terroristisch oogmerk?
Volgens de rechtbank kan vanuit Com-groepen een terroristische dreiging uitgaan. Het fenomeen krijgt een steeds grotere omvang en veroorzaakt grote maatschappelijke onrust, in het bijzonder doordat kwetsbare kinderen erin verstrikt kunnen raken. Dat betekent echter niet dat de verdachte zelf met een terroristisch oogmerk handelde. Bij hem was volgens deskundigen geen sprake van gewelddadig extremisme of van een ideologie die geweld rechtvaardigde. Wel was sprake van extreem geweld, maar niet van extremistisch geweld, omdat daaraan geen ideologie ten grondslag lag. De verdachte werd vooral gedreven door eenzaamheid, de behoefte ergens bij te horen en zijn verlangen naar erkenning binnen de Com. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat hij beoogde een deel van de Nederlandse bevolking ernstige vrees aan te jagen of de fundamentele structuren van de samenleving te ontwrichten of te vernietigen. De rechtbank sprak hem daarom vrij van handelen met een terroristisch oogmerk.
Mishandeling op afstand
De rechtbank veroordeelde de verdachte wel voor mishandeling, hoewel hij het slachtoffer niet lichamelijk had aangeraakt. Voor haar beoordeling sloot de rechtbank aan bij rechtspraak van de Hoge Raad over seksuele handelingen op afstand. Daaruit volgt dat lichamelijk contact niet altijd noodzakelijk is wanneer sprake is van voldoende relevante interactie tussen de verdachte en het slachtoffer. Het slachtoffer sneed zichzelf omdat de verdachte daarmee dreigde compromitterend beeldmateriaal te verspreiden. Zij nam die dreiging serieus, mede omdat hij het materiaal daadwerkelijk met anderen deelde. Bovendien vertelde de verdachte haar gedetailleerd hoe diep en op welke plaatsen zij moest snijden en welke naam zij in haar lichaam moest kerven. Daarmee was de verdachte volgens de rechtbank een onmiskenbare schakel bij het toebrengen van het letsel. Er was sprake van actieve en relevante interactie en van concrete bemoeienis met de wijze waarop het slachtoffer zichzelf verwondde. Hoewel mishandeling op afstand slechts in uitzonderlijke gevallen als plegen kan worden aangemerkt, was daarvan hier sprake. De verdachte werd daarom als pleger van de mishandeling veroordeeld.
Straf
De rechtbank legde een jeugddetentie van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Het voorwaardelijke gedeelte dient als stok achter de deur en maakte het mogelijk bijzondere voorwaarden op te leggen. Daarnaast moet de verdachte € 11.875 aan immateriële schadevergoeding betalen.
Ook veroordeling opiniemaakster voor groepsbelediging in hoger beroep
Op 28 mei 2026 heeft het hof Den Haag een bekende opiniemaakster ook in hoger beroep veroordeeld (ECLI:NL:GHDHA:2026:1802) voor groepsbelediging en belediging door middel van een Twitterbericht. Zie hierover ook bijvoorbeeld dit bericht in de media: Lagere taakstraf voor ON-presentator Raisa Blommestijn in hoger beroep.
Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad moet bij de beoordeling van groepsbelediging (artikel 137c Sr), smaad (artikel 261 Sr) en eenvoudige belediging (artikel 266 Sr), worden gekeken naar de bewoordingen van de uitlating en de context waarin deze is gedaan. Daarbij is van belang of de uitlating een bijdrage kan leveren aan het publieke debat of een vorm van artistieke expressie is. Ook moet worden beoordeeld of de uitlating in dat verband niet onnodig grievend is.
Een veroordeling voor een uitingsdelict vormt een beperking van de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 EVRM. Daarom moet worden beoordeeld of die beperking in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd en proportioneel is. Daarbij weegt mee dat de verdachte als journalist en opiniemaker een belangrijke rol speelt in de verstrekking van nieuws en het voeren van het publieke debat.
Twitterbericht n.a.v. geweldsincident
De verdachte plaatste naar aanleiding van beelden van een geweldsincident een Twitterbericht, waarin zij mensen met een donkere huidskleur met bepaalde denigrerende termen aanduidde. Naar het oordeel van het hof zijn de bewoordingen “negroïde” en “primaten” op zichzelf niet beledigend. De woorden dienen echter niet slechts op zichzelf beoordeeld te worden, maar het gaat ook om hun onderlinge combinatie en de uitlating als geheel. Het woord “negroïde” is gelet op de algemeen bekende historische achtergrond van het woord (en aanverwante woorden) een beladen begrip. Juist door deze term te gebruiken in samenhang met de termen “primaten” en “dit volk” – in de onderhavige uitlating, afgezet tegen het begrip “blanke man” – wordt hieraan evident een racistische strekking gegeven, waarbij de suggestie wordt gewekt dat mensen met een donkere huidskleur onontwikkeld en inferieur zijn. Gelet hierop is de uitlating van de verdachte denigrerend en kwetsend voor mensen van kleur, die hierdoor collectief worden getroffen in wat voor hen als groep kenmerkend is, namelijk hun ras of kleur.
Het hof nam in aanmerking dat ten tijde van de uitlating een maatschappelijke discussie werd gevoerd over het Nederlandse migratiebeleid en de vrijheid van meningsuiting. De verdachte stelde dat zij met haar bericht aan dat debat wilde bijdragen. Het hof ging daarvan uit. Ook binnen het publieke debat is de vrijheid van meningsuiting echter niet onbeperkt. De grens ligt waar uitlatingen onnodig grievend zijn.
Het Twitterbericht was onnodig grievend, mede vanwege de sterk negatieve associaties die het opriep en omdat het gevoelens van vijandigheid en afkeer tegen mensen van kleur kon oproepen. Niet viel in te zien waarom het voor het debat noodzakelijk was mensen van kleur op deze stigmatiserende wijze te kenmerken. De verdachte had eenvoudig op een andere, niet-beledigende manier aan het maatschappelijke debat kunnen bijdragen.
Bericht over Kamerlid
Aan de verdachte werd ook tenlastegelegd dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan smaad(schrift), door op 27 maart 2023 op haar twitteraccount de volgende tekst te plaatsen: “Vandaag is er een voorwaardelijke straf uitgesproken door de Rechtbank Rotterdam omdat @[twitteraccount] “Kleuterneuker” werd genoemd op Twitter. In onze tijd wordt het benoemen van de waarheid gestraft en rent het system alleen voor je als je lid bent van D66. Typisch.”
Voor smaadschrift is vereist dat iemand wordt beschuldigd van een bepaald feit, dat wil zeggen een duidelijk te onderkennen concrete gedraging. Volgens het hof was daarvan geen sprake. Uit het bericht bleek niet welke concrete gedraging aan de aangever werd verweten. De term was ook in een minder letterlijke betekenis onvoldoende specifiek. De verdachte werd daarom vrijgesproken van smaadschrift.
De uitlating leverde volgens het hof wel eenvoudige belediging op. Door te stellen dat de bijzonder grievende aanduiding van het voormalig Kamerlid de waarheid was, tastte de verdachte zijn eer en goede naam aan. Dat zij de term tussen aanhalingstekens had geplaatst, maakte dat niet anders. De letterlijke betekenis lag volgens het hof besloten in het gebruik van de woorden ‘de waarheid’ en bestond onafhankelijk van de achteraf gegeven toelichting van de verdachte.
Straf
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van beide feiten, de omstandigheden waaronder zij waren gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Zij had zich in het openbaar beledigend uitgelaten over personen wegens hun ras en had daarnaast het voormalig Kamerlid in zijn eer en goede naam aangetast. Het hof rekende haar in het bijzonder aan dat de berichten waren geplaatst op een openbaar platform waarop zij een aanzienlijk aantal volgers had.
De verdachte kreeg een taakstraf van dertig uur, waarvan tien uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ten slotte wees het hof de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 550 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Voor de gevorderde immateriële schade werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.