Innovatiewet Strafvordering

Op 22 juni 2022 is de ‘Innovatiewet Strafvordering’ gepubliceerd (Stb. 2022, 276). Met deze wet wordt een nieuwe (tijdelijke) titel ingevoegd in het huidige Wetboek van Strafvordering op grond waarvan pilotprojecten kunnen plaatsvinden. Voor een periode van twee jaar kan het openbaar ministerie en de politie experimenteren met nieuwe procedures. Deze mogelijkheid vervalt na twee jaar, maar de werking kan bij algemene maatregel van bestuur worden verlengd. In deze blog bespreek ik de artikelen met betrekking tot het ‘vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming’.

Kennisnemen van berichten na inbeslagname

Artikel 556 Sv ziet op het kennisnemen van nieuwe berichten die na inbeslagneming van bijvoorbeeld een smartphone op dat apparaat binnenkomen. Het eerste lid ziet op het kennisnemen van gegevens die gedurende de eerste drie dagen na de inbeslagneming van het geautomatiseerd werk worden opgeslagen. De officier van justitie kan een daartoe strekkend bevel geven tot uiterlijk drie dagen na de inbeslagneming. Het tweede lid maakt nu duidelijk dat de officier van justitie, óók in het geval hij in de eerste drie dagen na de inbeslagneming van het geautomatiseerd werk nog geen bevel heeft gegeven, ook daarna het bevel nog mag afgeven (voor drie maanden en met mogelijke verlening van drie maanden). Amendementen op het wetsvoorstel hebben ertoe geleid dat voor deze onderzoekshandelingen een machtiging van de rechter-commissaris nodig is.  

De netwerkzoeking na inbeslagname

Artikel 557 Sv omvat de bevoegdheid tot het verrichten van een netwerkzoeking na de inbeslagneming van een geautomatiseerd werk, zoals smartphone. Met deze bevoegdheid is het mogelijk toegang te verschaffen tot bestanden die niet op het inbeslaggenomen apparaat zijn opgeslagen, maar bijvoorbeeld op cloudopslagdiensten, zoals Dropbox, iCloud, Picasa en Google Drive. Dat is mogelijk voor zover dat redelijkerwijs nodig is ‘om de waarheid aan de dag te brengen’. Worden dergelijke gegevens aangetroffen, dan kunnen zij worden vastgelegd. Deze netwerkzoeking reikt zo ver als de netwerken waar de rechtmatige gebruiker van het apparaat toegang toe heeft. De regeling werd door de wetgever noodzakelijk geacht, omdat de huidige netwerkzoeking in artikel 125j Sv is beperkt tot de plaats en het apparaat waar een doorzoeking plaatsvindt en daarom niet mag plaatsvinden vanaf een andere plaats en apparaat, zoals op het politiebureau. De officier van justitie kan het bevel aan een opsporingsambtenaar afgeven, na een machtiging van een rechter-commissaris.

Ongedaan maken van biometrische beveiliging

Artikel 558 Sv bevat de bevoegdheid van de officier van justitie om aan een opsporingsambtenaar te bevelen dat hij biometrische beveiliging of versleuteling ongedaan maakt, in de gevallen dat een inbeslaggenomen geautomatiseerd werk biometrisch is beveiligd of de gegevens die daarop staan biometrisch zijn versleuteld. Het gaat om biometrische beveiliging in de vorm van een vingerafdruk of een opname van de iris of het gezicht. Op 9 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:202) heeft de Hoge Raad zich al uitgesproken over het ontgrendelen van een smartphone met de vingerafdruk van een verdachte. In zijn arrest overweegt de Hoge Raad dat uitoefening van het dwangmiddel van inbeslagneming kan inhouden dat desnoods met toepassing van proportioneel geweld handelingen worden verricht die strekken tot het onder zich nemen of gaan houden van voorwerpen ten behoeve van de strafvordering. Daarmee vormt de onderhavige bevoegdheid een codificatie van deze recente jurisprudentie van de Hoge Raad en wordt zo een expliciete wettelijke grondslag geboden voor deze vormen van onderzoek, aldus de toelichting.