Cybercrime jurisprudentieoverzicht – oktober 2018

Posted on 15/10/2018

Naar inmiddels goed gebruik heb ik weer een overzichtje gemaakt van opvallende jurisprudentie op het gebied van cybercrime. In het overzicht zit wederom een zaak over (grootschalige) drugshandel en witwassen met interessante bewijsoverwegingen. Daarop volgt een zaak over fraude met internetbankieren via de ING met leuke technische details, een zaak waarbij rechters hun visie geven op de (incidenteel terugkerende) vraag of het bezit van mangaporno strafbaar is en de (reeds in de media al breed uitgemeten) zaak over het hacken van een rioolinstallatie.

Drugshandel via het darkweb en witwassen

Op 18 september 2018 is een 32-jarige man uit Maastricht door de Rechtbank Overijssel veroordeeld (ECLI:NL:RBOVE:2018:3394) voor handel in hard- en softdrugs via het darkweb, witwassen via bitcoins en het bezit van hard- en softdrugs. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast moet hij 21.492,50 euro aan de Staat betalen als ontneming. Een medeverdachte in het onderzoek ‘26Maywood’ is tevens veroordeeld (ECLI:NL:RBOVE:2018:3395) tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf met proefschrift, voor het witwassen van grote hoeveelheden bitcoins, met vermoedelijk een illegale herkomst, tegen contant geld.

De hoofdverdachte rekende een commissie van 10% voor het omzetten van de bitcoins tegen contant geld voor een totaalbedrag aan € 208.420,-. Hij had wetenschap dat de bitcoins onder meer afkomstig waren uit drugshandel. De verdachte handelde ook zelf in XTC en cocaïne via het darkweb en heeft deze XTC en cocaïne naar het buitenland per post verzonden.

Het bewijs is onder andere verzameld via een pseudokoop van de drugs, de analyses op de postpakketten en enveloppen, de analyse van bitcoin wallets op smartphones, foto’s op het scherm van de mobiele telefoon met daarop Whatsapp-gesprekken en onderzoek aan inbeslaggenomen laptops van de verdachte.

Veroordeling voor phishing

Op 25 september 2018 heeft het Hof Den Haag een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:GHDHA:2018:2488) voor computervredebreuk, oplichting, deelname aan een criminele organisatie en diefstal via een nepwebsite voor internetbankieren. De verdachte krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 18 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.

De verdachten hebben een e-mail verstuurd naar slachtoffers, waarbij zij zich voordeden als de ING-bank. Via een hyperlink in deze e-mail werden de slachtoffers naar een “phishing-website” geleid. De website leek sterk op de officiële ING-webpagina, waarna de slachtoffers werd gevraagd om op deze pagina diverse persoonlijke (bank)gegevens in te vullen. Dankzij deze gegevens konden degenen achter dit “phishing” traject inloggen op de ING-internetbankier-omgeving van de aangevers en kennisnemen van onder meer de aard van de bankrekeningen (betaal- en/of spaarrekening) en de daarmee corresponderende saldogegevens van de betrokkenen. Het Hof overweegt in het arrest dat op dat moment sprake is van het opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk, en daarom van het delict computervredebreuk (art. 138ab Sr).

De daders logden in op de rekeningen van de slachtoffers, waarbij het IP-adres werd vastgelegd van een Apple MacBook, waarvan later bleek dat de verdachten gebruik van maakten, met telkens dezelfde ‘User Agent’. Het IP-adres kon worden gekoppeld aan het (adres) waarop een verdachte tijdens de strafbare gedragingen verbleef. Interessant is dat de verdachte in dit geval geen toegang wilde geven tot zijn MacBook Pro dat was versleuteld met ‘FileVault’. Blijkbaar kon de politie geen toegang krijgen tot deze laptop van de verdachte, maar wel is bewezen dat de verdachte van dezelfde laptop gebruik maakte om de inloggegevens van de verdachten te vergaren. Dat is gebeurd door op listige wijze de wificode van slachtoffers te verkrijgen, waarbij vervolgens is ingelogd op de wifirouter van de slachtoffers. Vervolgens is met gebruikmaking van de inloggegevens van de slachtoffers ingelogd op de ING webserver en hier vandaan betalingen verricht ten laste van de aangevers. Het staat niet expliciet vermeld in de uitspraak, maar het is hoogstwaarschijnlijk voor de bewijsvoering ook digitaal forensisch onderzoek aan de wifi-routers uitgevoerd.

Volgens het Hof is ook sprake van deelname een criminele organisatie vanwege een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en continuïteit tussen de verdachte en anderen, die tot oogmerk had om door middel van “phishing” en oplichting de bankrekeningen van slachtoffers leeg te halen (diefstal).

Vrijspraak voor bezit van “manga-porno”

Op 31 augustus 2018 heeft de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2018:3579) een verdachte vrijgesproken van computervredebreuk, dwang en bezit van kinderporno, maar veroordeeld voor 40 uur taakstraf vanwege het voorhanden hebben van een ‘Remote Access Trojan’ (RAT)-bestand (art. 139d Sr).

Uit de verklaring van de verdacht blijkt dat hij deze bestanden naar verschillende personen heeft verzonden met het oogmerk om computervredebreuk te plegen en om gegevens af te tappen, namelijk door het meekijken via een webcam. Het voorhanden hebben van RAT-bestanden met dit oogmerk acht de rechtbank daarom bewezen.

De uitspraak is echter vooral opvallend, omdat de officier van justitie het bezig van kinderporno ten laste had gelegd, mede vanwege het bezit van ‘manga’s’. Manga zijn cartoontekeningen die in een bepaalde Japanse stijl zijn gemaakt. De erotische vorm daarvan heet overigens ‘hentai’, waarbij dikwijls zogenaamd minderjarigen seksuele handelingen verrichten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de cartoontekeningen die in de collectiescan zijn opgenomen. De rechtbank overweegt dat virtuele kinderpornografie strafbaar is, indien er sprake is van een realistische, niet van echt te onderscheiden afbeelding. De rechtbank is van oordeel dat de in de selectie opgenomen manga’s niet als realistisch zijn aan te merken, in welk geval deze niet van echte afbeeldingen te onderscheiden zouden zijn geweest. De rechtbank vindt ook dat met betrekking tot de overige afbeeldingen de (kennelijke) minderjarigheid, dan wel de seksuele strekking van de gedragingen, niet blijken. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van dit ernstige zedendelict.

Veroordeling voor hack rioolinstallatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 september 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2018:4380) voor het hacken van de rioolinstallatie van de gemeente Lopik. De verdachte heeft na het inloggen op de server van de rioolinstallatie een aanzienlijke hoeveelheid bestanden gewist. De rioolinstallatie kon daardoor enige tijd niet correct worden aangestuurd. Een paar maanden later heeft de verdachte via datzelfde programma rioolafsluiters dichtgezet en rioleringspompen aangezet en de daaropvolgende storingsmelding genegeerd, als gevolg waarvan ernstige schade aan de rioolinstallatie van de gemeente had kunnen ontstaan.

Bij een gedraging als deze kan een ‘gemeen gevaar voor het leveren van diensten’ ontstaan. Bij een rioolwatervoorziening is daarvan sprake, omdat het een dienst van algemene nutte is. Daarop kan artikel 161sexies onderdeel 1 Sr ten laste worden gelegd. Dat is een misdrijf waarop een maximale gevangenisstraf van zes jaar kan worden opgelegd. De technische bewijsoverwegingen uit de uitspraak zijn ook wel interessant. De verdachte werd overigens relatief eenvoudig geïdentificeerd via het niet-afgeschermde IP-adres van zijn computer waarmee hij met het Remote Desktop Protocol verbinding met de server maakte. De verbindingen werden gelogd, waardoor het IP-adres en de gebruikersnaam waarmee werd ingelogd zijn vastgelegd. Na het vorderen van de gebruikersgegevens en het identificeren van de vermoedelijke woning van de verdachte, werd in de woning van de man een briefje gevonden met gebruikersnamen en wachtwoorden waarmee is ingelogd. Bewijs werd ook geleverd aan de hand locatiegegevens van de mobiele telefoon van de verdachte en een internettap.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die in soortgelijke strafzaken worden opgelegd en met het feit dat de man ZZP’er is en een gezin met twee kinderen moet onderhouden. De verdachte krijgt – vergeleken met de ernst van het delict de mijns inziens milde – maximale taakstraf opgelegd gekregen van 240 uur.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – augustus 2018

Posted on 16/08/2018 op Oerlemansblog

Zoals ik al vaker heb aangegeven blijf ik het bijzondere interpretatie en principieel onjuist vinden dat het bekijken van foto’s in een smartphone een ‘beperkte inbreuk op het recht op privacy’ zou opleveren. Onderstaand arrest bevestigd dat nog eens. Daarnaast zijn er enkele spraakmakende cybercrimezaken met een veroordeling voor het hacken van iCloud-accounts, een milde veroordeling voor het hacken van computers in de Rotterdamse haven en een veroordeling voor deelname aan een terroristische organisatie (het ‘United Cyber Caliphate’) en de verspreiding van zorgwekkende video’s.

HR: Het bekijken van foto’s is een ‘beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer’

Op 10 juli 2018 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen ECLI:NL:HR:2018:1121 over de rechtmatigheid van onderzoek in een smartphone. Naar aanleiding van een verkeerscontrole is er verdenking ontstaan van overtreding van de Wegenverkeerswet en Opiumwet, waarna op grond van art. 94 Sv zijn smartphone in beslag is genomen en onderzocht. Daarbij zijn foto’s in de fotogalerij in de smartphone bekeken. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:592 m.b.t. onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken. Het onderzoek aan de telefoon is niet alleen noodzakelijk als proportioneel te noemen, volgens het Hof. Dit oordeel acht de Hoge Raad niet onjuist en is niet onbegrijpelijk. Het bericht bekijken van foto’s in de fotogalerij op een smartphone levert niet een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in de zin van art. 8 EVRM op.

Veroordeling voor hacken meer dan 500 iCloud-accounts

De rechtbank Amsterdam heeft op 8 augustus een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2018:5745) voor computervredebreuk, afdreiging en het bezit van kinderpornografie.

De verdachte heeft door het raden van antwoorden op beveiligingsvragen binnengedrongen in de iCloud-accounts van 524 slachtoffers. Daarna heeft de verdachte wachtwoorden op de iCloud account gewijzigd, zodat deze tijdelijk ontoegankelijk waren en vervolgens de backups van deze iCloud accounts gedownload. Uit gesprekken op KIK op de inbeslaggenomen computer van de verdachte volgt op welke wijze de verdachte de iCloudbackups heeft gehackt.

De motivatie van de verdachte was gelegen in het vinden “pikante” foto’s en video’s, bij voorkeur meisjes tussen de 12 en 15 jaar, die hij ‘wins’ noemde. In de iCloudbackups van slachtoffers stonden foto’s, Whatsapp historie, inloggegevens van ene e-mailaccount, dropbox-, DigiD- en ING-accounts. In andere back-up bevonden zich ook Snapchat gegevens. Dit laat zien wat voor een rijkdom aan gegevens hackers van iCloudaccount kunnen binnenhalen.

De verdachte is vrijgesproken voor voorhanden hebben van ‘Elcomsoft Phone Breaker’, omdat het programma niet is ontworpen (hoofdzakelijk geschikt is gemaakt) met het oogmerk computervredebreuk te plegen. Het programma kan ook voor legale doeleinden worden gebruikt. Wel is duidelijk dat het programma gebruikt om de iCloud-backups van slachtoffers te downloaden.

Één van de slachtoffers werd gedreigd naaktfoto’s van haar en haar vriend openbaar te maken, als zij niet aan het verzoek van de dader zou voldoen nog meer pikante foto’s en video’s te sturen. Het slachtoffer zag dat de laatste logins op haar e-mail account waren gedaan op het IP-adres in gebruik bij verdachte. In de map op de computer van de verdachte werden de foto’s teruggevonden, waarmee de afdreiging kon worden bewezen. In de woning van verdachte hebben twee doorzoekingen plaatsgevonden. Daarbij zijn op gegevensdragers in totaal 130.000 afbeeldingen met kinderpornografie aangetroffen.

De verdachte is veroordeeld voor 3 jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ook moet de verdachte worden opgenomen in een kliniek om voor de duur van maximaal tien weken voor behandeling.

Veroordeling ‘Rotterdamse havenhacker’

De rechtbank Rotterdam heeft op 3 mei 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2018:5141) voor computervredebreuk. De verdachte hackte zogenoemde ‘containerlijsten’ van de Rotterdamse haven en gaf deze door aan drugscriminelen. Deze lijsten werden gebruikt voor de invoer van verdovende middelen in de haven. De verdachte is veroordeeld voor 176 uur taakstraf. Ik vermoed dat dit nieuwsbericht ook over deze zaak gaat.

De verdachte is vrijgesproken van een technisch hulpmiddel (de programma’s ‘Metasploit’ en ‘Zenmap’) met het oogmerk computervredebreuk te plegen. Deze software worden als ‘penetration testing’ tools gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier ‘slechts aanwijzingen’ dat de software is gebruikt bij het plegen van de misdrijven. Niet kan worden vastgesteld dat zij voor dit doeleinde ‘hoofdzakelijk geschikt zijn gemaakt of ontworpen’, zoals art. 139d lid 2 sub a Sr vereist. Wel is hij veroordeelt voor het voorhanden hebben van het programma Medusa, Hydra en RWW Attack, waarmee hij het netwerkverkeer van het draadloze toegangspunt heeft afgeluisterd en opgenomen, waardoor een beveiligingswachtwoord kon worden achterhaald.

De inbeslaggenomen Macbook Pro van de verdachte was versleuteld, maar kon met behulp van ‘recovery key’ op de iPhone van de verdachte worden ontsleuteld. Gegevens op de Macbook en weinig verhullende Whatsapp gesprekken (zoals “Heb de login server van [naam bedrijf 3] gevonden” en “Nu nog gebruikersnamen en wachtwoorden vinden”) leverden het benodigde bewijs op voor computervredebreuk (art. 138ab Sr).

Veroordeling voor maken en verspreiden van terroristische video’s

De Rechtbank Rotterdam heeft op 13 maart 2018 een minderjarige verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2018:5367) voor deelname aan een terroristische organisatie en het maken en verspreiden van ernstige opruiende video’s. Het onderzoek ‘26Brookhaven’ ving aan met (i) informatie uit de opsporingsautoriteiten in de Verenigde Staten, (ii) een ambtsbericht van de AIVD van 9 juni 2017 en (iii) een digitale melding bij de politie Midden Nederland op 8 mei 2017. De verdachte is op 15 juni 2017 aangehouden, waarbij het bewijs van bovenstaande video’s op zijn laptop werd gevonden, alsmede contact met een hoge leidinggevende bij IS en het ‘United Cyber Caliphate’.

De video’s bestonden uit gewelddadige IS films, maar ook ander materiaal zoals een videoclip over een aanslag op Utrecht Centraal en een brandende Domtoren ‘met begeleidende onheilspellende teksten’. Ook heeft de verdachte een video gemaakt, waarin executies te zien zijn en waarin een zogenaamde kill-list wordt gedeeld: het betreft een lijst van 8000 mensen, met daarbij een oproep mensen te doden. De verdachte heeft deze video via Telegram gedeeld met United Cyber Caliphate, maar ook op YouTube geplaatst. De verdachte heeft verder samen met een persoon in Zweden een video gemaakt waarin de ‘Counter Terrorism’-directeur werd bedreigd, ook in deze video was een executie te zien, welke video op de computer van verdachte werd aangetroffen.

Op de verdachte is het jeugdstrafrecht toegepast. Hij is veroordeeld voor 181 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met bijzondere voorwaarden.

Voorhanden hebben van software met het oogmerk computervredebreuk te plegen

De Rotterdamse hackerzaak en iCloudaccount hacks laten zien dat ook het voorhanden hebben van programma’s met het oogmerk computervredebreuk te plegen strafbaar kan zijn. IT-beveiligingsonderzoekers zijn soms bezorgd over de vraag of hun normale pentest-tools zoals Metasploit ook illegaal zijn, maar die worden gebruikt om volgens afspraak (waardoor de strafbaarheid (‘wederrechtelijkheid’) vervalt) computers binnen te dringen. Er is dan geen oogmerk computervredebreuk te plegen en dus niet strafbaar.

Art. 139d lid 2 sub a Sr schrijft ook voor het moet gaan om software dat ‘hoofdzakelijk geschikt is gemaakt’ om (o.a.) computervredebreuk te plegen. Op dit punt waren de rechtbanken er niet van overtuigd, voor zover de software (in deze zaken Metasploit, Zenmap en Elcomsoft Phone Breaker) ook voor legale doeleinden kan worden gebruikt. Wel is de Rotterdamse havenhacker veroordeeld voor het bezit (‘voorhanden hebben’) van de programma’s Medusa, Hydra en RWW Attack, waarbij de rechtbank de overtuiging had dat die wel hoofdzakelijk geschikt zijn gemaakt om strafbare feiten te plegen (namelijk het aftappen van netwerkverkeer teneinde een beveiligingswachtwoord te achterhalen).

Er is niet zoveel jurisprudentie over dit delict en deze zaken zijn alleen daarom al interessant. Ik vraag mij ook af hoe het zich verhoudt (en of dat er überhaupt een relatie heeft) met bijvoorbeeld het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen bij drugs die ook voor legale doeleinden kunnen worden gebruikt. Suggesties of gedachtes hierover per e-mail zijn uiteraard welkom!

De Wiv 2017: een technologisch gedreven wet

Posted on op Oerlemansblog

Vorige week is een artikel gepubliceerd van Mireille Hagens en mijzelf over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Het artikel gaat in op de bijzondere bevoegdheden van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie, de hackbevoegdheid, de informantenbevoegdheid en het verzamelen van gegevens op internet. Ook worden belangrijke wijzigingen met betrekking tot toezicht en enkele waarborgen in de wet toegelicht. Hieronder volgt een korte toelichting op de achtergrond en het doel van het artikel.

Achtergrond

Het landschap waarin inlichtingen- en veiligheidsdiensten opereren is in de afgelopen 15 jaar door technologische ontwikkelingen drastisch veranderd. Aan de ene kant betekende dit een beperking van de mogelijkheden van de AIVD en de MIVD, met name met betrekking tot het onderscheppen van de inhoud van communicatie met de bevoegdheden die ze hadden onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdienst 2002. Daarin was immers niet voorzien in de bevoegdheid tot bulkinterceptie van de kabel. Aan de andere kant biedt de andere (digitale) context nieuwe mogelijkheden met de bestaande bevoegdheden. Daarmee kunnen immers grotere hoeveelheden (persoons)gegevens worden verkregen. Daarbij kan gedacht worden aan de hackbevoegdheid, de bevoegdheid op vrijwillige basis gegevens te verkrijgen (informantenbevoegdheid) en het verzamelen van gegevens op internet. De verkregen gegevens konden vervolgens met steeds geavanceerder technieken worden geanalyseerd.

Veranderingen in de Wiv

Deze technische ontwikkelingen zijn een belangrijke drijfveer geweest voor de wijzigingen die in de Wiv 2017 zijn vastgelegd. Als tegenwicht voor – onder andere – het mogelijk maken van de nieuwe bevoegdheid tot onderzoeksopdrachtgerichte interceptie op de kabel (ook wel bulkinterceptie genoemd), zijn nieuwe waarborgen en een versterking van het toezicht in de wet gecreëerd. Daarbij kan worden gedacht aan de instelling van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en meer waarborgen omtrent het verwerken van gegevens, zoals de introductie van een zorgplicht voor de kwaliteit van gegevensverwerking en het vereiste van een ‘zo gericht mogelijke inzet’. Deze wijzigingen zijn ook deels ingegeven door de jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens en aanbevelingen uit toezichtsrapporten van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Artikel

In ons artikel (.pdf) bespreken we de bevoegdheden die een andere dimensie door digitalisering hebben gekregen en de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot toezicht en waarborgen in de wet. Daarbij hebben wij ook de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe Wiv uit april van dit jaar meegenomen die het kabinet heeft aangekondigd als resultaat van de negatieve uitslag van het raadgevend referendum over de nieuwe Wiv op 21 maart 2018. Ook in de toekomst zullen wij ons bezighouden met het schrijven over de Wiv 2017.

Jan-Jaap Oerlemans & Mireille Hagens

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – juni 2018

Posted on 18/06/2018

Dit jaar kom ik steeds meer strafzaken te maken die te maken hebben met cybercrime. Het wordt zo langzamerhand een uitdaging alles bij te houden. Ik heb een selectie gemaakt van de zaken van de afgelopen drie maanden en hieronder op een rijtje gezet.

Uitspraak over het gebruik van PGP berichten

De Amsterdamse topcrimineel Naoufal ‘Noffel’ F. is door de Rechtbank Amsterdam op 19 april 2018 veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2018:2504) tot 18 jaar gevangenisstraf. De zaak is voor deze rubriek relevant, omdat de politie en het Openbaar Ministerie voor de bewijsvoering gebruik hebben gemaakt van grootschalige data-analyse technieken op een server met PGP-berichten die met speciale Blackberry’s werden verstuurd. De Rechtbank acht het gebruik van deze gegevens toelaatbaar. Het Openbaar Ministerie heeft de gegevens op de server op een rechtmatige manier via rechtshulp van Canada verkregen met een bevel op grond van artikel 126ng lid 2 Sv (het vorderen van opgeslagen gegevens bij elektronische communicatieaanbieders). De gegevens zijn bovendien op een rechtmatige manier geanalyseerd door het NFI met het geavanceerde ‘Hansken-systeem’.

De rechters stellen vast dat de onderzoekers zich bij de analyse niet hebben gehouden aan het vooraf opgezette zoekplan en dat er extra steekwoorden zijn gebruikt om tot bewijs te komen. Er worden geen sancties verbonden aan dit vormverzuim. Het Openbaar Ministerie is volgens de rechtbank voldoende zorgvuldig geweest met de geheimhoudercommunicatie, alhoewel het niet de geïdentificeerde geheimhoudercommunicatie terstond heeft vernietigd.

Arrest gewezen in Jumbo afpersing zaak

Op 20 april 2018 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden arrest gewezen (Hof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3737) in de ‘Jumbo-afpersingszaak’. De bedreiger plaatste in 2015 explosieven Jumbo-supermarktketen, waarvan één explosief is afgegaan. Voor het versturen van de mailberichten maakte hij gebruik van het Tor-netwerk en een proxydienst (freeproxy.net). Ook verstuurde hij een bombrief. Daarbij werden 2000 bitcoins als losgeld geëist. De verdachte is geïdentificeerd aan de van DNA-materiaal op de postzegel van een bombrief. Ook was de user-agent in de dreigmail overeenkomstig de user-agent in de TOR-browser op de in beslag genomen computer. Hij is in hoger beroep veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf.

Hacker van BN-ers veroordeeld

Op 16 mei 2018 is door de Rechtbank Amsterdam een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2018:3297) voor het hacken van de o.a. de ‘online accounts’ van bekende Nederlanders. De hacker bleek amateuristisch te werk te gaan, omdat er steeds werd ingelogd op de accounts door een iPhone vanaf een IP-adres dat stond geregistreerd op het woonadres van de verdachte. Met de daaropvolgende doorzoeking is de verdachte geïdentificeerd en is het benodigde bewijsmateriaal op computers in beslag genomen. De verdachte is veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaar.

Lid van beruchte ‘LizardSquad’ veroordeeld

‘LizardSquad’ is de naam van een hackergroep die voornamelijk in 2014 ddos-aanvallen uitvoerde op gamingplatforms, zoals Xbox Live en PlayStation Network. Op 17 mei 2018 is een Nederlandse verdachte die door de rechtbank Den Haag veroordeeld (ECLI:NL:RBDHA:2018:5775) voor een taakstraf van 180 uur.

De verdachte is door de FBI geïdentificeerd op basis van onder meer een Skype-account waarvan telkens werd gebeld. Ook heeft de politie de gebruikersgegevens van het Twitteraccount achterhaald waar de verdachte gebruik van maakte. Het IP-adres was door KPN uitgegeven aan de internetaansluiting van de moeder van de verdachte. Zij woonden beiden op hetzelfde adres. Dat IP-adres was ook aan de dos-aanvallen te linken, omdat de verdachte daarmee zes keer verbinding maakte met een webserver waar een internettap op stond waarbij voor de ddos-aanvallen werd geadverteerd. De verdachte gaf aan dat hij de ‘support tickets’ voor de website behandelde en daarmee vragen van gebruikers heeft beantwoord. Voor deze bijdrage aan een criminele organisatie is hij veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). Daarnaast is de verdachte veroordeeld voor “phonebombing” (art. 285 Sr) en het plegen van ddos-aanvallen (art. 138b, art. 161sexies en art. 350a Sr)

Teruggave van bestanden aan kinderpornoverdachte?

Op 3 mei 2018 heeft het Hof Den Haag een interessant arrest (ECLI:NL:GHDHA:2018:1074) gewezen over de inbeslagname van computers en de omgang met de daarop opgeslagen gegevens. In deze zaak heeft een kinderpornoverdachte verzocht om een kopie te maken van een specifieke selectie van niet-strafbare gegevensbestanden. De computer van de verdachte is inbeslaggenomen en onttrokken aan het verkeer, omdat daar 9 kinderpornoafbeeldingen op gevonden waren. De verdachte biedt aan met een externe schijf naar het politiebureau te komen, om daar in ieder geval zijn jeugdfoto’s en -films te kopiëren.

De Advocaat-Generaal was van mening dat het formeel strafrecht geen ruimte laat tot deze selectie van bestanden als een computer in beslag is genomen en wordt onttrokken aan het verkeer. Het Hof Den Haag beslist echter dat de wetgever bij de totstandkoming van de regeling over de inbeslagname van voorwerpen de wetgever zich nog geen mening heeft kunnen vormen over dit vraagstuk. Uit EHRM-jurisprudentie (zie ook mijn artikel met Sofie Royer) leidt het Hof af dat een rechter wel degelijk kan een selectie kan (laten) maken van de gegevens op een inbeslaggenomen computer.

Als een verdachte gemotiveerd verzoekt om verstrekking van duidelijk omschreven gegevensbestanden dan dient een belangenafweging plaatsvinden. Die afweging gaat tussen de strafvorderlijke en maatschappelijke belangen bij onttrekking enerzijds en de persoonlijke belangen van de verdachte bij behoud c.q. verkrijging van de verzochte gegevensbestanden anderzijds. Op basis daarvan moet worden beslist of het onderzoek of het om wel of niet-strafbaar materiaal gaat bij de teruggave geen onevenredige inspanning voor de politie met zich meebrengt.

Miljoenen met bitcoins witgewassen

Op 30 mei 2018 heeft de rechtbank Rotterdam negen verdachten in het onderzoek ‘Ijsberg’ veroordeeld voor gevangenisstraffen tussen de zes maanden en zes jaar voor het witwassen van bitcoins en drugshandel. De verdachten waren bijna allemaal bitcoinshandelaren.

In de onderhavige zaak (ECLI:NL:RBROT:2018:4291) kwam de verdachte via een advertentie op localbitcoins.com in contact met bitcoin verkopende klanten. Vervolgens werd er afgesproken in een openbare gelegenheid, zoals Starbucks, waarna de bitcoins tegen contant geld werden door de verdachte werden gekocht. De bitcoins werden vrijwel onmiddellijk na de inkoop via de Bitcoin exchangebedrijf Kraken weer verkocht. De bedragen dat op de bankrekeningen werden ontvangen werden daarna grotendeels in contant opgenomen om nieuwe bitcoins aan te schaffen. Een van de verdachten heeft binnen twee jaar tijd via exchanges 1,5 miljoen euro ontvangen en 1,4 miljoen euro gepind.

De rechtbank vermoed witwassen omdat de bitcoinhandelaar anonimiteit biedt aan zijn klanten en een (onredelijk hoge) commissie rekent voor zijn diensten. Ook komen de verdachten niet met een verklaring voor de herkomst van de bitcoins. Onderzoek van de FIOD laat zien dat de bitcoinportemonnees van de door de verdachte genoemde klanten voor een groot deel – ruim meer dan 50% – werden gevoed uit darkweb-markten. De verdachte kreeg twee jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – april 2018

Veroordeling voor hackende politieambtenaar en chantage van homo’s

Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 februari 2018 een arrest (ECLI:NL:GHARL:2018:1959) gewezen over een politieambtenaar die van het interne systeem van de politie gebruik maakte om homoseksuelen te chanteren (‘afdreigen’).

De verdachte ging als volgt te werk. Op een homo-ontmoetingsplaats noteerde hij de kentekens van  geparkeerde auto’s. Daarna heeft hij 77 van die kentekens bevraagd via het politieaccount van zijn collega. Dit deed hij zonder haar toestemming, nadat hij eerder haar wachtwoord had afgekeken. Daarmee is sprake van computervredebreuk. Vervolgens heeft de verdachte aan 29 personen een brief gestuurd, inhoudende dat zij naar hun woning zijn gevolgd en dat de foto’s van de activiteiten bij de parkeerplaats openbaar zouden worden gemaakt aan hun familie en omgeving als zij geen losgeld van € 1.000 euro in bitcoins zouden betalen. Daarmee was volgens het Hof sprake van poging tot afdreiging.

De verdachte is veroordeeld voor poging tot afdreiging, opzettelijke schending van een ambtsgeheim en computervredebreuk. Hij kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan 14 maanden voorwaardelijk (met bijzondere voorwaarden), en een taakstraf van 240 uur. Ook moet hij ongeveer 6500 euro aan schadevergoeding betalen voor geleden immateriële schade voor de benadeelden.

Belangrijke rol voor digitaal bewijs in strafzaken

De rechtbank Limburg heeft op 28 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBLIM:2018:2940) tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw. De rechtbank verhaald dat ‘terwijl zij nietsvermoedend in haar keuken een sigaret draaide, de verdachte haar van achteren heeft vastgegrepen en door een verwurging/nekklem om het leven heeft gebracht’. De zaak is voor deze rubriek relevant, omdat digitaal bewijs op de telefoon van de verdachte een prominente rol speelt bij het bewijzen van de vereiste voorbedachte rade bij moord. Ook speelde DNA-bewijs een belangrijke rol bij de veroordeling.

Uit het digitaal forensisch onderzoek van de verdachte is gebleken dat de verdachte onder andere op de volgende veelzeggende zoektermen heeft gezocht:

“- dodelijk gif op 29 september 2015 (20:58 uur);

– nek breken op 4 oktober 2015 (21:33 uur);

– overlijden voor definitieve echtscheiding op 4 oktober 2015 (22:17 uur);

– dodelijke kruiden op 7 oktober 2015 (01:17 uur);

– vergiften op 7 oktober 2015 (02:02 uur);

– dodelijke wurggreep op 13 oktober 2015 (23:45 uur);

– wurggreep politie op 25 oktober 2015 (01:26 uur);

– wurggreep op 26 oktober 2015 (00:24 uur);

– nekklem op 6 november 2015 (14:32 uur)”

Ook heeft de politie door onderzoek te doen op de router van de verdachte vastgesteld dat de verdachte op 4 oktober heeft gezocht op de zoekterm ‘gebroken-nek-opslag-dood (om 19.38.20 uur)’. De verdachte heeft bekend dat hij op die zoektermen heeft gezocht (zij het met volgens hem een andere reden).

De rechtbank neemt de zoektermen mee in de bewijsvoering, omdat het slachtoffer kort na de zoekopdrachten is overleden. De rechtbank achtte de verklaringen van de verdachte niet aannemelijk.

Bron: Rb. Limburg 28 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:2940

In een heel ander soort zaak speelde digitaal bewijs ook een opzienbarende rol. Op 13 maart 2018 is een verdachte door de rechtbank Limburg veroordeeld (ECLI:NL:RBLIM:2018:2399) voor brandstichting, woninginbraken en diefstal  in Maastricht.

In dit geval speelde de telefoon van de verdachte een cruciale rol. Naar eigen zeggen had de verdachte deze telefoon altijd bij zich. Kort na de brandstichting, op 23 juni 2016 om 01.56 uur, maakte de telefoon die de verdachte verbinding met een wifinetwerk van een woning in de buurt. Dit plaatst de verdachte vlakbij de locatie en tijd van de brandstichting. Samen met ander bewijs waren de rechters overtuigd van de schuld van de verdachte.

Veroordeling voor witwassen van 11 miljoen aan bitcoins

De rechtbank Rotterdam heeft op 6 maart 2018 een interessante uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2018:2201) gewezen over het witwassen van bitcoins. In de uitspraak maken de rechters de wat merkwaardige opmerking dat het ‘een feit van algemene bekendheid’ zou zijn dat ‘Bitcoins destijds veelvuldig in het criminele circuit als betaalmiddel zijn gebruikt’.

In deze zaak ging de verdachte als volgt te werk. Hij bood aan bitcoineigenaren die dienst aan hun bitcoins om te zetten in contanten. De bitcoineigenaren schreven de bitcoins over naar een van de ‘wallets’ (virtuele portemonnees) van de verdachte en kregen dan de tegenwaarde minus een commissiepercentage direct in contanten uitbetaald. Deze transacties werden op openbare plaatsen uitgevoerd. De verdachte verkocht de verkregen bitcoins vervolgens aan verkoopmaatschappijen als Kraken of Bitstamp. Deze verkoopmaatschappijen betaalden de verkoopprijs van de bitcoins uit op door de verdachte gebruikte bankrekeningen op zijn naam en op naam van anderen. In totaal is in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 11.690.267,85 euro naar deze bankrekeningen overgemaakt.

De rechtbank vond dat de verdachte wel wetenschap moest hebben van de illegale herkomst gezien (1) het hoge commissiepercentage (5-8%), (2) het gebruik van bankrekeningen op naam van anderen, (3) het in ontvangst nemen van hoge contanten, en (4) het niet-vaststellen van de identiteit  of het bijhouden van een administratie van zijn klanten. De rechtbank is van oordeel dat deze handelingen het delict van (gewoonte)witwassen oplevert. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar.

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 3 april 2018 ook enkele verdachten veroordeeld (ECLI:NL:RBMNE:2018:1179) voor het witwassen tussen de drie ton en 10 miljoen euro via Bitcoin. De verdachten zijn door de rechtbank onderverdeelt tussen  bitcoinhandelaren (de hoofdverdachten) en hun klanten. De hoofdverdachten namen bitcoins aan van hun klanten en zetten deze via een netwerk van rechtspersonen om in grote contante geldbedragen. De verdachten hadden geen ‘concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring’ voor de herkomst van de geldbedragen en de bitcoins. De verklaring blijkt ook niet uit het dossier en daarmee stelt de rechtbank vast dat de tenlastegelegde geldbedragen en bitcoins onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Enkele van de relevante factoren voor de vereiste verhullingshandeling bij witwassen waren hier (1) het gebruik van een ‘bitcoinmixerdienst’, (2) het garanderen van anonimiteit voor hun klanten en (3) het rekenen van een ongebruikelijk hoge commissie voor de dienst. De hoofdverdachten controleerden niet waar de bitcoins vandaan kwamen en konden daarover ook geen uitleg geven. De opsporingsambtenaren hadden de beschikking over de administratie met bitcointransacties en in de uitspraak is een helder overzicht van de analyse van bitcointransacties openomen. De bitcoins zijn daarbij gegroepeerd in ‘bitcoinclusters’. De hoofdverdachten kregen 2 tot 3 jaar gevangenisstraf opgelegd en de vervolgde klanten tussen de 12 en 30 maanden.

Veroordeling voor computervredebreuk en diefstal

De rechtbank Gelderland heeft op 2 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBGEL:2018:957) voor computervredebreuk in een systeem van de Makro en diefstal van de waarde van cadeaubonnen. De helpdeskmedewerker had via de autorisatie die bij zijn functie hoorde op listige wijze inloggegevens van andere werknemers verkregen. Daarmee heeft hij ingelogd op de website ‘mijncarrousel.nl’ om een cadeau van de Makro te kiezen of een cadeau(bon) van een aangesloten retailer, zoals Wehkamp, Ici Paris en de Bijenkorf.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte zich daarmee aan computervredebreuk schuldig gemaakt door met een valse sleutel het CMS-systeem van de Makro te betreden met de intentie om handelingen te verrichten die buiten zijn bevoegdheid lagen, waardoor hij wederrechtelijk het computersysteem is binnengedrongen.

In totaal waren 1554 digitale cadeaubonnen ter waarde van € 97.002,50 aangeschaft. De verdachte heeft veelvuldig vouchers aangemaakt en met de daarbij behorende gegevens vervolgens cadeaubonnen besteld. Daarmee is volgens de rechtbank ook sprake van diefstal van de aangemaakte vouchers en de daarmee bestelde cadeaubonnen van bovengenoemde waarde. De verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 150 uur opgelegd.

In een enigszins vergelijkbare zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 22 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2018:2421) voor oplichting en computervredebreuk. In deze zaak heeft een student van de Hogeschool Rotterdam phishingmails naar medestudenten gestuurd met de mededeling dat zij eenmalig het collegegeld handmatig moesten overmaken. Daarnaast heeft hij medewerkers van een ziekenhuis een e-mail gestuurd met het bericht dat er een taak voor hen klaarstond in het personeelszakensysteem. De e-mail bevatte ook een link naar, wat later bleek, een nagebootst personeelszakensysteem. Van de medewerkers die inlogden op het nagebootste systeem, verwierven de verdachte en zijn mededaders de inloggegevens. Daarmee logde hij in op het echte personeelszakensysteem, waarna hij hun bankrekeningnummers wijzigde in die van een katvanger.

De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar, een taakstraf van 240 uur een geldboete van 1500 euro.

Digitaal bewijs in moordzaken II

Posted on 16/04/2018 on Oerlemansblog

Ook in niet-cybercrime zaken kan digitaal bewijs een cruciale rol spelen. Neem bijvoorbeeld deze zaak van de rechtbank Limburg op 28 maart 2018.

In deze zaak is de verdachte veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw. De rechtbank verhaald dat “terwijl zij nietsvermoedend in haar keuken een sigaret draaide, de verdachte haar van achteren heeft vastgegrepen en door een verwurging/nekklem om het leven heeft gebracht”. In deze zaak heeft digitaal bewijs op de telefoon van de verdachte een prominente rol gespeeld bij het bewijzen van de vereiste voorbedachte rade bij moord. Ook speelde DNA-bewijs een belangrijke rol bij de veroordeling.

Uit het digitaal forensisch onderzoek op apparaten van van de verdachte is gebleken dat de verdachte onder andere op de volgende veelzeggende zoektermen heeft gezocht:

“- dodelijk gif op 29 september 2015 (20:58 uur);

– nek breken op 4 oktober 2015 (21:33 uur);

– overlijden voor definitieve echtscheiding op 4 oktober 2015 (22:17 uur);

– dodelijke kruiden op 7 oktober 2015 (01:17 uur);

– vergiften op 7 oktober 2015 (02:02 uur);

– dodelijke wurggreep op 13 oktober 2015 (23:45 uur);

– wurggreep politie op 25 oktober 2015 (01:26 uur);

– wurggreep op 26 oktober 2015 (00:24 uur);

– nekklem op 6 november 2015 (14:32 uur)”

Ook heeft de politie door onderzoek te doen op de router van de verdachte vastgesteld dat de verdachte op 4 oktober heeft gezocht op de zoekterm ‘gebroken-nek-opslag-dood (om 19.38.20 uur)’. De verdachte heeft bekend dat hij op die zoektermen heeft gezocht (zij het met volgens hem een andere reden).

De rechtbank neemt de zoektermen mee in de bewijsvoering, omdat het slachtoffer kort na de zoekopdrachten is overleden. De rechtbank achtte de verklaringen van de verdachte niet aannemelijk.

In een heel ander soort zaak speelde digitaal bewijs ook een opzienbarende rol. Op 13 maart 2018 is een verdachte door de rechtbank Limburg veroordeeld voor brandstichting, woninginbraken en diefstal  in Maastricht.

In dit geval speelde de telefoon van de verdachte een cruciale rol. Naar eigen zeggen had de verdachte deze telefoon altijd bij zich. Kort na de brandstichting, op 23 juni 2016 om 01.56 uur, maakte de telefoon die de verdachte verbinding met een WiFi-netwerk van een woning in de buurt. Dit plaatst de verdachte vlakbij de locatie en tijd van de brandstichting. Samen met ander bewijs waren de rechters overtuigd van de schuld van de verdachte.

Deze laatste zaak deed mij denken aan het aangehaalde voorbeeld van Hans Henseler over potentiële rol van digitaal bewijs (zie ook dit artikel ‘Verraden door je iPhone’ in Trouw) in bijvoorbeeld inbraakzaken. Henseler heeft overigens laatst een interessante inaugurele rede van zijn lectoraat aan de Hogeschool Leiden over de digitale revolutie! Ik ben benieuwd welke voorbeelden van digitaal bewijs in nabije toekomst de revue zullen passeren! Ik houd het in ieder geval in de gaten!

Drugshandel via darknet markets

Posted on 05/03/2018 op Oerlemansblog

In de afgelopen maanden zijn weer verschillende zaken geweest met veroordelingen voor drugshandel via het dark web en het witwassen van de verkregen gelden via Bitcoin. In deze blog zet ik ze nog even op een rijtje. De zaken zijn interessant omdat expliciet het gebruik van het programma ‘Chainanalysis’ voor het analyseren van de oorsprong van bitcoins wordt genoemd en wordt ingegaan op witwastypologieën bij het gebruik van bitcoin door verdachten, zoals het gebruik van bitcoinmixers.

Rechtbank Rotterdam: onderzoek naar oorsprong bitcoins met chainanalysis is OK

In deze zaak van 19 december 2017 handelde de verdachte via localbitcoins.net in bitcoins in ruil voor geld. Nadat het contact tussen verdachte en de bitcoin-eigenaren was gelegd via Twitter of Telegram, werden de bitcoins door de eigenaren overgeschreven, ofwel naar de wallet van verdachte ofwel naar de wallet van de Bitcoin verkoopmaatschappijen Bitonic of Coinvert. Bitonic en Coinvert betaalden de verkoopprijs uit per bank en maakte de bedragen telkens over naar de bankrekeningen van verdachte of van twee van zijn ex-vriendinnen. In totaal is er in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 447.882,65 naar deze bankrekeningen overgemaakt.

De stortingen van de bitcoingelden op de bankrekeningen van verdachte en de medeverdachte hebben ertoe geleid dat SNS Bank drie meldingen van verdachte transacties heeft gemaakt bij FIU Nederland. Naar aanleiding van deze melding is onderzoek gedaan naar de door verdachte omgewisselde Bitcoinadressen. Uit dat onderzoek, dat is uitgevoerd met behulp van het programma ‘Chainanalysis’, blijkt dat meer dan de helft van de bitcoins binnen één of twee tussenstappen is terug te voeren naar darkweb markten. De rechtbank gaat uit van de juistheid van die resultaten en constateert dat een deel van de door verdachte verhandelde bitcoins gelieerd zijn aan darkweb markten.

De rechtbank gaat niet mee met de officier van justitie dat er sprake is van witwassen als gronddelict. De rechtbank deelt wel het standpunt van de officier van justitie dat darkweb markten in de regel worden gebruikt voor criminele doeleinden en dat daarbij bitcoins worden gebruikt als betaalmiddelen. Uit het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte wist, of daar ernstig rekening mee moest houden, dat de bitcoins die hij verhandelde afkomstig waren van darkweb markten en dus dat het criminele bitcoins waren. Wel is er volgens de rechtbank sprake van een vermoeden was dat de bitcoins afkomstig waren uit enig misdrijf en er aldus een vermoeden van witwassen bestaat. De verdachte wordt veroordeeld voor twintig maanden gevangenisstraf.

Veroordeling van drugshandel via AlphaBay en gebruik van bitcoinsmixers

Op 24 januari 2018 is door de rechtbank Midden-Nederland een 24-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor internationale drugshandel met gebruik van Darknet markets en witwassen. Alphabay is lange tijd het meest populaire darknet market voor drugshandel geweest.

Uit de bewijsvoering blijkt dat de verdachte door opsporingsambtenaren in de gaten is gehouden. Deze activiteiten van de verdachte wegen mee als bewijs. Zo wordt opgemerkt: “Door het profiel ‘[gebruikersnaam]’ waren in totaal 31 advertenties geplaatst. De titels van deze advertenties bevatten onder meer de volgende teksten: “50g MDMA Very High Quality”, “50x 100 Dollar Bills Green Very High Quality”.

In de uitspraak wordt opgemerkt dat de verdachte een stichting had opgericht voor de uitbetalingen van cash geld in ruil voor bitcoins. In de uitspraak staat:

“Op 16 januari 2016 werden bij het bedrijf Bitonic alle transacties gevorderd die betrekking hadden op de negen betrokken bankrekeningen op naam van Stichting [stichting]. Uit de uitgeleverde informatie bleek dat over de periode van 26 maart 2015 tot en met 14 november 2016 voor € 501.165,38 aan bitcoins waren verzilverd. Alle negen rekeningen bleken, hoewel bij Bitonic voorzien van verschillende namen, volgens de verstrekking van de ING-bank op naam te staan van rekeninghouder Stichting

[stichting]

”.

Door de politie is ook onderzoek gedaan naar de bitcoinadressen die door verdachte werden gebruikt. Door middel van analyse met behulp van het programma Chainanalysis blijkt dat er veel betalingen en ontvangsten van en/of naar deze adressen via zogenaamde mixers liepen. Een mixer wordt aangeboden door diverse partijen. Deze stellen een bitcoinadres ter beschikking waar men bitcoins op kan storten. De mixer betaalt vervolgens deze bitcoins terug aan de klant na aftrek van een kleine ‘fee’. De bitcoins worden op een groot aantal verschillende bitcoinadressen gestort. In totaal werden 430 bitcoinadressen ingevoerd in Chainanalysis. Naast het gebruik van mixerdiensten bleek dat er een aantal transacties gelinkt was aan darknet markets. Daarmee is sprake van een aantal witwastypologieën. Niet alleen (1) staan de transacties niet in verhouding tot de inkomsten van verdachte, maar er is ook (2) geen legale economische verklaring voor de gewisselde valutasoorten, (3) er zijn grote geldbedragen contant opgenomen en zonder noodzaak voorhanden gehouden en (4) er is gebruik gemaakt van bitcoinmixers.

Ook is een 26-jarige vrouw nog veroordeeld voor schuldwitwassen. Zij heeft ruim 130.000 euro crimineel geld in haar bezit gehad en uitgegeven. De rechtbank oordeelt dat zij had moeten weten dat dit geld een criminele herkomst had.

Veroordelingen voor phishing

Posted on 26/02/2018 op Oerlemansblog

Enkele recente uitspraken over phishing en computervredebreuk laten zien dat phishing-zaken complexer worden. Het betreft bovendien een combinatie van oplichting met computervredebreuk. De zaken zijn interessant om te lezen en verder te onderzoeken, omdat er interessante details in staan over de digitale bewijsvoering en de manier waarop de delicten zijn uitgevoerd.

Veroordeling door het Hof Amsterdam

Door het Hof Amsterdam is in november 2017 een verdachte veroordeeld voor het versturen van 132.260 phishing e-mails en het hacken van negen websites. Daarbij werd gebuikt gemaakt van de programma’s  ‘Gre3nox’ en ‘Havij’. Gre3nox wordt gebruikt om kwetsbaarheden in websites op te sporen en Havij om databases van websites te hacken door middel van SQL-injecties.

De verdachte richtte zich in zijn mails op gebruikers van de creditcardmaatschappij ICS, waarbij de inlogpagina van de dienstverlener werd nagemaakt om inloggegevens af te vangen. Gezien de op de laptop en de SD-kaart aangetroffen bestanden met betrekking tot phishingwebsites en de in de internetcache aangetroffen gegevens, vond het Hof het aannemelijk dat deze phishing e-mailberichten van de verdachte afkomstig waren.

Opvallend is overigens de vermelding dat de verdachte gebruik maakte van het internet van zijn buurvrouw, waardoor de politie op een dwaalspoor werd gezet.  De verdachte is veroordeeld voor 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 15 maanden voorwaardelijk.

Veroordeling door de rechtbank Den Haag

Op 22 december 2017 zijn door de Rechtbank Den Haag verschillende verdachte veroordeeld voor computervredebreuk, diefstal en grootschalige oplichting van consumenten door elektronica aan te bieden via namaakwebshops. Op basis van anonieme tips en andere informatie zijn de verdachten op 18 mei 2015 door de politie aangemerkt als mogelijke plegers van dergelijke vormen van internetoplichting.

De verdachten hebben met gephishte gegevens ingelogd op Admarkt- en reguliere Marktplaatsaccounts en daarop andere advertenties geplaatst die verwezen naar namaakwebshops. Deze namaakwebshops waren afgeleid van webshops van bedrijven zoals BCC, Dixons, Simyo en Topprice. De namaakwebshops waren niet of nauwelijks van de echte webshops te onderscheiden. Soms waren adressen, telefoonnummers, BTW- en KvK-nummers van het reguliere bedrijf overgenomen en altijd bestond er een contactmogelijkheid via e-mail of door middel van een chatfunctionaliteit. De producten werden op professionele wijze gepresenteerd. Consumenten hadden nadat zij via een betrouwbaar ogende advertentie op Marktplaats werden doorgelinkt naar de namaakwebshop, dan ook niet door dat zij op een frauduleuze website waren beland.

De koopprijs van producten werd door consumenten betaald op een door verdachte opgegeven rekeningnummer, meestal via iDEAL of een andere betaaldienstverlener. De bestelde producten werden daarna niet geleverd en verdachte heeft ook nooit de intentie gehad die te leveren. Met twee anderen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de hack van Scrypt.cc, met grote schade tot gevolg.

Het beroep van de raadsman van de verdachte op het ‘Smartphone-arrest’ van de Hoge Raad  slaagde in dit geval, omdat zich een ernstige privacy-inmenging heeft voorgedaan door het diepgravende onderzoek waarbij het hele privéleven van de verdachte bloot komt te liggen. Daarvoor is een machtiging van een rechter-commissaris noodzakelijk die niet aanwezig was. De Rechtbank Den Haag verbindt echter geen sanctie aan het vormverzuim.

Ook met betrekking tot gebezigde bewijsmiddelen is de zeer uitgebreide uitspraak van de Rechtbank Den Haag interessant. Den daarbij aan de vermelding van bijzondere opsporingsmiddelen, zoals een internettap, het vorderen van gebruikers- en verkeersgegevens bij Google, betalingen met het uitwisselingskantoor van cryptocurrencies ‘AnyCoin’ en informatie over de online betalingsdienst Skrill (die enige anonimiteit aan gebruikers biedt). Leesvoer voor zowel advocaten als cybercrimebestrijders lijkt mij!

Drugshandel, witwassen en darknet markets

In de afgelopen maanden zijn weer verschillende zaken geweest met veroordelingen voor drugshandel via het dark web en/of het witwassen van de verkregen gelden via Bitcoin.

Allereerst is de uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2017:10225) van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2017 interessant. In deze zaak handelde de verdachte via localbitcoins.net in bitcoins in ruil voor geld. Nadat het contact tussen verdachte en de bitcoin-eigenaren was gelegd via Twitter of Telegram, werden de bitcoins door de eigenaren overgeschreven, ofwel naar de wallet van verdachte ofwel naar de wallet van de Bitcoin verkoopmaatschappijen Bitonic of Coinvert. Bitonic en Coinvert betaalden de verkoopprijs uit per bank en maakte de bedragen telkens over naar de bankrekeningen van verdachte of van twee van zijn ex-vriendinnen. In totaal is er in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 447.882,65 naar deze bankrekeningen overgemaakt.

De stortingen van de bitcoingelden op de bankrekeningen van verdachte en [naam medeverdachte] hebben ertoe geleid dat SNS Bank drie meldingen van verdachte transacties heeft gemaakt bij FIU‑Nederland. Naar aanleiding van deze melding is onderzoek gedaan naar de door verdachte omgewisselde Bitcoinadressen. Uit dat onderzoek, dat is uitgevoerd met behulp van het programma ‘Chainalysis’, blijkt dat meer dan de helft van de bitcoins binnen één of twee tussenstappen is terug te voeren naar darkweb markten. De rechtbank gaat uit van de juistheid van die resultaten en constateert dat een deel van de door verdachte verhandelde bitcoins gelieerd zijn aan darkweb markten.

De rechtbank gaat niet mee met de officier van justitie dat er sprake is van witwassen als gronddelict. De rechtbank deelt wel het standpunt van de officier van justitie dat darkweb markten in de regel worden gebruikt voor criminele doeleinden en dat daarbij bitcoins worden gebruikt als betaalmiddelen.Uit het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte wist, of daar ernstig rekening mee moest houden, dat de bitcoins die hij verhandelde afkomstig waren van darkweb markten en dus dat het criminele bitcoins waren. Wel is er volgens de rechtbank sprake van een vermoeden was dat de bitcoins afkomstig waren uit enig misdrijf en er aldus een vermoeden van witwassen bestaat. De verdachte wordt veroordeeld voor twintig maanden gevangenisstraf.

Op 24 januari 2018 is door de rechtbank Midden-Nederland een 24-jarige man veroordeeld (ECLI:NL:RBMNE:2018:234) tot een gevangenisstraf van zes jaar voor internationale drugshandel met gebruik van Darknet-markets (Alphabay) en witwassen. Alphabay is lange tijd het meest populaire darknet market voor drugshandel geweest. 

Uit de bewijsvoering blijkt dat de verdachte door opsporingsambtenaren in de gaten is gehouden. Deze activiteiten van de verdachte wegen mee als bewijs. Zo wordt opgemerkt: Door het profiel ‘[gebruikersnaam]’ waren in totaal 31 advertenties geplaatst.De titels van deze advertenties bevatten onder meer de volgende teksten: “50g MDMA Very High Quality”, “50x 100 Dollar Bills Green Very High Quality”.

In de uitspraak wordt opgemerkt dat de verdachte een stichting had opgericht voor de uitbetalingen van cash geld in ruil voor bitcoins. In de uitspraak staat:

“Op 16 januari 2016 werden bij het bedrijf Bitonic alle transacties gevorderd die betrekking hadden op de negen betrokken bankrekeningen op naam van Stichting [stichting]. Uit de uitgeleverde informatie bleek dat over de periode van 26 maart 2015 tot en met 14 november 2016 voor € 501.165,38 aan bitcoins waren verzilverd. Alle negen rekeningen bleken, hoewel bij Bitonic voorzien van verschillende namen, volgens de verstrekking van de ING-bank op naam te staan van rekeninghouder Stichting [stichting]”.

Door de politie is ook onderzoek gedaan naar de bitcoinadressen die door verdachte werden gebruikt. Door middel van analyse met behulp van het programma Chainalysis blijkt dat er veel betalingen en ontvangsten van en/of naar deze adressen via zogenaamde mixers liepen. Een mixer wordt aangeboden door diverse partijen. Deze stellen een bitcoinadres ter beschikking waar men bitcoins op kan storten. De mixer betaalt vervolgens deze bitcoins terug aan de klant na aftrek van een kleine ‘fee’. De bitcoins worden op een groot aantal verschillende bitcoinadressen gestort. In totaal werden 430 bitcoinadressen ingevoerd in Chainalysis. Naast het gebruik van mixerdiensten bleek dat er een aantal transacties gelinkt was aan Darknet Markets. Daarmee is sprake van een aantal witwastypologieën. Niet alleen staan de transacties niet in verhouding tot de inkomsten van verdachte, maar er is ook geen legale economische verklaring voor de gewisselde valutasoorten, er zijn grote geldbedragen contant opgenomen en zonder noodzaak voorhanden gehouden en er is gebruik gemaakt van bitcoinmixers.

Ook een andere verdachte wordt in deze zaak veroordeeld, bijvoorbeeld een 26-jarige vrouw voor schuldwitwassen. Zij heeft ruim 130.000 euro crimineel geld in haar bezit gehad en uitgegeven. De rechtbank oordeelt dat zij had moeten weten dat dit geld een criminele herkomst had.