Cybercrime jurisprudentieoverzicht – juni 2018

Posted on 18/06/2018

Dit jaar kom ik steeds meer strafzaken te maken die te maken hebben met cybercrime. Het wordt zo langzamerhand een uitdaging alles bij te houden. Ik heb een selectie gemaakt van de zaken van de afgelopen drie maanden en hieronder op een rijtje gezet.

Uitspraak over het gebruik van PGP berichten

De Amsterdamse topcrimineel Naoufal ‘Noffel’ F. is door de Rechtbank Amsterdam op 19 april 2018 veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2018:2504) tot 18 jaar gevangenisstraf. De zaak is voor deze rubriek relevant, omdat de politie en het Openbaar Ministerie voor de bewijsvoering gebruik hebben gemaakt van grootschalige data-analyse technieken op een server met PGP-berichten die met speciale Blackberry’s werden verstuurd. De Rechtbank acht het gebruik van deze gegevens toelaatbaar. Het Openbaar Ministerie heeft de gegevens op de server op een rechtmatige manier via rechtshulp van Canada verkregen met een bevel op grond van artikel 126ng lid 2 Sv (het vorderen van opgeslagen gegevens bij elektronische communicatieaanbieders). De gegevens zijn bovendien op een rechtmatige manier geanalyseerd door het NFI met het geavanceerde ‘Hansken-systeem’.

De rechters stellen vast dat de onderzoekers zich bij de analyse niet hebben gehouden aan het vooraf opgezette zoekplan en dat er extra steekwoorden zijn gebruikt om tot bewijs te komen. Er worden geen sancties verbonden aan dit vormverzuim. Het Openbaar Ministerie is volgens de rechtbank voldoende zorgvuldig geweest met de geheimhoudercommunicatie, alhoewel het niet de geïdentificeerde geheimhoudercommunicatie terstond heeft vernietigd.

Arrest gewezen in Jumbo afpersing zaak

Op 20 april 2018 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden arrest gewezen (Hof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3737) in de ‘Jumbo-afpersingszaak’. De bedreiger plaatste in 2015 explosieven Jumbo-supermarktketen, waarvan één explosief is afgegaan. Voor het versturen van de mailberichten maakte hij gebruik van het Tor-netwerk en een proxydienst (freeproxy.net). Ook verstuurde hij een bombrief. Daarbij werden 2000 bitcoins als losgeld geëist. De verdachte is geïdentificeerd aan de van DNA-materiaal op de postzegel van een bombrief. Ook was de user-agent in de dreigmail overeenkomstig de user-agent in de TOR-browser op de in beslag genomen computer. Hij is in hoger beroep veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf.

Hacker van BN-ers veroordeeld

Op 16 mei 2018 is door de Rechtbank Amsterdam een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2018:3297) voor het hacken van de o.a. de ‘online accounts’ van bekende Nederlanders. De hacker bleek amateuristisch te werk te gaan, omdat er steeds werd ingelogd op de accounts door een iPhone vanaf een IP-adres dat stond geregistreerd op het woonadres van de verdachte. Met de daaropvolgende doorzoeking is de verdachte geïdentificeerd en is het benodigde bewijsmateriaal op computers in beslag genomen. De verdachte is veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaar.

Lid van beruchte ‘LizardSquad’ veroordeeld

‘LizardSquad’ is de naam van een hackergroep die voornamelijk in 2014 ddos-aanvallen uitvoerde op gamingplatforms, zoals Xbox Live en PlayStation Network. Op 17 mei 2018 is een Nederlandse verdachte die door de rechtbank Den Haag veroordeeld (ECLI:NL:RBDHA:2018:5775) voor een taakstraf van 180 uur.

De verdachte is door de FBI geïdentificeerd op basis van onder meer een Skype-account waarvan telkens werd gebeld. Ook heeft de politie de gebruikersgegevens van het Twitteraccount achterhaald waar de verdachte gebruik van maakte. Het IP-adres was door KPN uitgegeven aan de internetaansluiting van de moeder van de verdachte. Zij woonden beiden op hetzelfde adres. Dat IP-adres was ook aan de dos-aanvallen te linken, omdat de verdachte daarmee zes keer verbinding maakte met een webserver waar een internettap op stond waarbij voor de ddos-aanvallen werd geadverteerd. De verdachte gaf aan dat hij de ‘support tickets’ voor de website behandelde en daarmee vragen van gebruikers heeft beantwoord. Voor deze bijdrage aan een criminele organisatie is hij veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). Daarnaast is de verdachte veroordeeld voor “phonebombing” (art. 285 Sr) en het plegen van ddos-aanvallen (art. 138b, art. 161sexies en art. 350a Sr)

Teruggave van bestanden aan kinderpornoverdachte?

Op 3 mei 2018 heeft het Hof Den Haag een interessant arrest (ECLI:NL:GHDHA:2018:1074) gewezen over de inbeslagname van computers en de omgang met de daarop opgeslagen gegevens. In deze zaak heeft een kinderpornoverdachte verzocht om een kopie te maken van een specifieke selectie van niet-strafbare gegevensbestanden. De computer van de verdachte is inbeslaggenomen en onttrokken aan het verkeer, omdat daar 9 kinderpornoafbeeldingen op gevonden waren. De verdachte biedt aan met een externe schijf naar het politiebureau te komen, om daar in ieder geval zijn jeugdfoto’s en -films te kopiëren.

De Advocaat-Generaal was van mening dat het formeel strafrecht geen ruimte laat tot deze selectie van bestanden als een computer in beslag is genomen en wordt onttrokken aan het verkeer. Het Hof Den Haag beslist echter dat de wetgever bij de totstandkoming van de regeling over de inbeslagname van voorwerpen de wetgever zich nog geen mening heeft kunnen vormen over dit vraagstuk. Uit EHRM-jurisprudentie (zie ook mijn artikel met Sofie Royer) leidt het Hof af dat een rechter wel degelijk kan een selectie kan (laten) maken van de gegevens op een inbeslaggenomen computer.

Als een verdachte gemotiveerd verzoekt om verstrekking van duidelijk omschreven gegevensbestanden dan dient een belangenafweging plaatsvinden. Die afweging gaat tussen de strafvorderlijke en maatschappelijke belangen bij onttrekking enerzijds en de persoonlijke belangen van de verdachte bij behoud c.q. verkrijging van de verzochte gegevensbestanden anderzijds. Op basis daarvan moet worden beslist of het onderzoek of het om wel of niet-strafbaar materiaal gaat bij de teruggave geen onevenredige inspanning voor de politie met zich meebrengt.

Miljoenen met bitcoins witgewassen

Op 30 mei 2018 heeft de rechtbank Rotterdam negen verdachten in het onderzoek ‘Ijsberg’ veroordeeld voor gevangenisstraffen tussen de zes maanden en zes jaar voor het witwassen van bitcoins en drugshandel. De verdachten waren bijna allemaal bitcoinshandelaren.

In de onderhavige zaak (ECLI:NL:RBROT:2018:4291) kwam de verdachte via een advertentie op localbitcoins.com in contact met bitcoin verkopende klanten. Vervolgens werd er afgesproken in een openbare gelegenheid, zoals Starbucks, waarna de bitcoins tegen contant geld werden door de verdachte werden gekocht. De bitcoins werden vrijwel onmiddellijk na de inkoop via de Bitcoin exchangebedrijf Kraken weer verkocht. De bedragen dat op de bankrekeningen werden ontvangen werden daarna grotendeels in contant opgenomen om nieuwe bitcoins aan te schaffen. Een van de verdachten heeft binnen twee jaar tijd via exchanges 1,5 miljoen euro ontvangen en 1,4 miljoen euro gepind.

De rechtbank vermoed witwassen omdat de bitcoinhandelaar anonimiteit biedt aan zijn klanten en een (onredelijk hoge) commissie rekent voor zijn diensten. Ook komen de verdachten niet met een verklaring voor de herkomst van de bitcoins. Onderzoek van de FIOD laat zien dat de bitcoinportemonnees van de door de verdachte genoemde klanten voor een groot deel – ruim meer dan 50% – werden gevoed uit darkweb-markten. De verdachte kreeg twee jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.

Cybersecuritybeeld 2018

Op 13 juni 2018 heeft het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) het Cybersecuritybeeld Nederland gepubliceerd. In het cybersecuritybeeld wordt elk jaar een overzicht gegeven van de belangrijkste dreigingen voor Nederland. Ook worden de belangrijkste incidenten van afgelopen jaar besproken en trends weergegeven.

Nieuw is dat dit jaar een cyberaanval van een ‘kwaadwillend’ land als grootste digitale gevaar voor Nederland wordt genoemd. Gesteld wordt dat er nauwelijks nog conflicten op de wereld zijn waar bij géén digitale wapens worden ingezet. De technieken en kwaadaardige software die daarvoor worden gebruikt komen echter vervolgens in handen van criminelen die daarvoor gebruik maken. Een voorbeeld hiervan – en het grootste cybersecurityincident voor Nederland in 2017, vormde de aanval met ‘Not-Petya malware’ op 27 juni 2017. NotPetya was gebaseerd op de kwetsbaarheid ‘Eternalblue’ die toegeschreven is aan de NSA.  Daar was in maart 2017 al een patch voor beschikbaar, maar werd door veel computergebruikers niet geïnstalleerd. De verspreiding van de malware (hoofdzakelijk in Oekraïne) zorgde voor grote schade. Het bleek geen ransomware te zijn, maar ‘wiperware’. Dat wil zeggen dat de gegevens op besmette computers gewist worden. Het containerbedrijf Maersk, onder andere gevestigd in de haven van Rotterdam, ondervond zo’n 300 miljoen euro schade en moest ongeveer 45000 computers herinstalleren. De NotPetya-aanval is door onder andere de Verenigde Staten, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk geattribueerd aan Rusland.

Cyberaanvallen zijn ‘profijtelijk, laagdrempelig en weinig riskant’, aldus het rapport. Daarom waarschuwen de auteurs van het rapport dat ‘in de context van recente geopolitieke ontwikkelingen staten digitale aanvallen instrumenteel blijven inzetten en mogelijk op grotere schaal toepassen’. In combinatie met de toenemende digitalisering van de samenleving neemt het risico op maatschappelijke ontwrichting toe. In 2017 zijn bij digitale inbraken bij diverse Europese multinationals en onderzoeksinstellingen in de energie-, hightech- en chemische sector, terabytes aan vertrouwelijke gegevens zijn gestolen.

Toch kunnen ook eenlingen nog steeds ernstige schade veroorzaken. Als voorbeeld worden de ddos-aanvallen op De Belastingdienst, DigiD en enkele banken genoemd. Hiervoor werd een 18-jarige jongeman gearresteerd die naar verluid de aanvallen kon uitvoeren met een ‘webstresser’ van 40 euro. Wellicht is niet geheel toevallig op 25 april 2018 door het Openbaar Ministerie de website ‘webstresser.org’ uit de lucht gehaald. Nieuwe, populaire vormen van cybercrime zijn ‘cryptomining’ en ‘cryptojacking’. Daarbij wordt met malware of via websites cryptografische munten aangemaakt door gebruikmaking van de rekenkracht van computers.  In het Smominru-botnet waren bijvoorbeeld meer dan 526.000 Windows-machines besmet met cryptominingmalware, waarmee naar verluid 2 miljoen dollar is verdiend.

Ten slotte is de scherpte stijging van meldingen van beveiligingslekken bij het NCSC opvallend. Tussen mei 2017 en april 2018 waren dat er 1140 meldingen, terwijl in het jaar daarvoor slechts 294 meldingen waren. De sterke stijging van meldingen zijn vooral uit India afkomstig.

Cybercrime jurisprudentieoverzicht – april 2018

Veroordeling voor hackende politieambtenaar en chantage van homo’s

Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 februari 2018 een arrest (ECLI:NL:GHARL:2018:1959) gewezen over een politieambtenaar die van het interne systeem van de politie gebruik maakte om homoseksuelen te chanteren (‘afdreigen’).

De verdachte ging als volgt te werk. Op een homo-ontmoetingsplaats noteerde hij de kentekens van  geparkeerde auto’s. Daarna heeft hij 77 van die kentekens bevraagd via het politieaccount van zijn collega. Dit deed hij zonder haar toestemming, nadat hij eerder haar wachtwoord had afgekeken. Daarmee is sprake van computervredebreuk. Vervolgens heeft de verdachte aan 29 personen een brief gestuurd, inhoudende dat zij naar hun woning zijn gevolgd en dat de foto’s van de activiteiten bij de parkeerplaats openbaar zouden worden gemaakt aan hun familie en omgeving als zij geen losgeld van € 1.000 euro in bitcoins zouden betalen. Daarmee was volgens het Hof sprake van poging tot afdreiging.

De verdachte is veroordeeld voor poging tot afdreiging, opzettelijke schending van een ambtsgeheim en computervredebreuk. Hij kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan 14 maanden voorwaardelijk (met bijzondere voorwaarden), en een taakstraf van 240 uur. Ook moet hij ongeveer 6500 euro aan schadevergoeding betalen voor geleden immateriële schade voor de benadeelden.

Belangrijke rol voor digitaal bewijs in strafzaken

De rechtbank Limburg heeft op 28 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBLIM:2018:2940) tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw. De rechtbank verhaald dat ‘terwijl zij nietsvermoedend in haar keuken een sigaret draaide, de verdachte haar van achteren heeft vastgegrepen en door een verwurging/nekklem om het leven heeft gebracht’. De zaak is voor deze rubriek relevant, omdat digitaal bewijs op de telefoon van de verdachte een prominente rol speelt bij het bewijzen van de vereiste voorbedachte rade bij moord. Ook speelde DNA-bewijs een belangrijke rol bij de veroordeling.

Uit het digitaal forensisch onderzoek van de verdachte is gebleken dat de verdachte onder andere op de volgende veelzeggende zoektermen heeft gezocht:

“- dodelijk gif op 29 september 2015 (20:58 uur);

– nek breken op 4 oktober 2015 (21:33 uur);

– overlijden voor definitieve echtscheiding op 4 oktober 2015 (22:17 uur);

– dodelijke kruiden op 7 oktober 2015 (01:17 uur);

– vergiften op 7 oktober 2015 (02:02 uur);

– dodelijke wurggreep op 13 oktober 2015 (23:45 uur);

– wurggreep politie op 25 oktober 2015 (01:26 uur);

– wurggreep op 26 oktober 2015 (00:24 uur);

– nekklem op 6 november 2015 (14:32 uur)”

Ook heeft de politie door onderzoek te doen op de router van de verdachte vastgesteld dat de verdachte op 4 oktober heeft gezocht op de zoekterm ‘gebroken-nek-opslag-dood (om 19.38.20 uur)’. De verdachte heeft bekend dat hij op die zoektermen heeft gezocht (zij het met volgens hem een andere reden).

De rechtbank neemt de zoektermen mee in de bewijsvoering, omdat het slachtoffer kort na de zoekopdrachten is overleden. De rechtbank achtte de verklaringen van de verdachte niet aannemelijk.

Bron: Rb. Limburg 28 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:2940

In een heel ander soort zaak speelde digitaal bewijs ook een opzienbarende rol. Op 13 maart 2018 is een verdachte door de rechtbank Limburg veroordeeld (ECLI:NL:RBLIM:2018:2399) voor brandstichting, woninginbraken en diefstal  in Maastricht.

In dit geval speelde de telefoon van de verdachte een cruciale rol. Naar eigen zeggen had de verdachte deze telefoon altijd bij zich. Kort na de brandstichting, op 23 juni 2016 om 01.56 uur, maakte de telefoon die de verdachte verbinding met een wifinetwerk van een woning in de buurt. Dit plaatst de verdachte vlakbij de locatie en tijd van de brandstichting. Samen met ander bewijs waren de rechters overtuigd van de schuld van de verdachte.

Veroordeling voor witwassen van 11 miljoen aan bitcoins

De rechtbank Rotterdam heeft op 6 maart 2018 een interessante uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2018:2201) gewezen over het witwassen van bitcoins. In de uitspraak maken de rechters de wat merkwaardige opmerking dat het ‘een feit van algemene bekendheid’ zou zijn dat ‘Bitcoins destijds veelvuldig in het criminele circuit als betaalmiddel zijn gebruikt’.

In deze zaak ging de verdachte als volgt te werk. Hij bood aan bitcoineigenaren die dienst aan hun bitcoins om te zetten in contanten. De bitcoineigenaren schreven de bitcoins over naar een van de ‘wallets’ (virtuele portemonnees) van de verdachte en kregen dan de tegenwaarde minus een commissiepercentage direct in contanten uitbetaald. Deze transacties werden op openbare plaatsen uitgevoerd. De verdachte verkocht de verkregen bitcoins vervolgens aan verkoopmaatschappijen als Kraken of Bitstamp. Deze verkoopmaatschappijen betaalden de verkoopprijs van de bitcoins uit op door de verdachte gebruikte bankrekeningen op zijn naam en op naam van anderen. In totaal is in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 11.690.267,85 euro naar deze bankrekeningen overgemaakt.

De rechtbank vond dat de verdachte wel wetenschap moest hebben van de illegale herkomst gezien (1) het hoge commissiepercentage (5-8%), (2) het gebruik van bankrekeningen op naam van anderen, (3) het in ontvangst nemen van hoge contanten, en (4) het niet-vaststellen van de identiteit  of het bijhouden van een administratie van zijn klanten. De rechtbank is van oordeel dat deze handelingen het delict van (gewoonte)witwassen oplevert. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar.

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 3 april 2018 ook enkele verdachten veroordeeld (ECLI:NL:RBMNE:2018:1179) voor het witwassen tussen de drie ton en 10 miljoen euro via Bitcoin. De verdachten zijn door de rechtbank onderverdeelt tussen  bitcoinhandelaren (de hoofdverdachten) en hun klanten. De hoofdverdachten namen bitcoins aan van hun klanten en zetten deze via een netwerk van rechtspersonen om in grote contante geldbedragen. De verdachten hadden geen ‘concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring’ voor de herkomst van de geldbedragen en de bitcoins. De verklaring blijkt ook niet uit het dossier en daarmee stelt de rechtbank vast dat de tenlastegelegde geldbedragen en bitcoins onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Enkele van de relevante factoren voor de vereiste verhullingshandeling bij witwassen waren hier (1) het gebruik van een ‘bitcoinmixerdienst’, (2) het garanderen van anonimiteit voor hun klanten en (3) het rekenen van een ongebruikelijk hoge commissie voor de dienst. De hoofdverdachten controleerden niet waar de bitcoins vandaan kwamen en konden daarover ook geen uitleg geven. De opsporingsambtenaren hadden de beschikking over de administratie met bitcointransacties en in de uitspraak is een helder overzicht van de analyse van bitcointransacties openomen. De bitcoins zijn daarbij gegroepeerd in ‘bitcoinclusters’. De hoofdverdachten kregen 2 tot 3 jaar gevangenisstraf opgelegd en de vervolgde klanten tussen de 12 en 30 maanden.

Veroordeling voor computervredebreuk en diefstal

De rechtbank Gelderland heeft op 2 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBGEL:2018:957) voor computervredebreuk in een systeem van de Makro en diefstal van de waarde van cadeaubonnen. De helpdeskmedewerker had via de autorisatie die bij zijn functie hoorde op listige wijze inloggegevens van andere werknemers verkregen. Daarmee heeft hij ingelogd op de website ‘mijncarrousel.nl’ om een cadeau van de Makro te kiezen of een cadeau(bon) van een aangesloten retailer, zoals Wehkamp, Ici Paris en de Bijenkorf.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte zich daarmee aan computervredebreuk schuldig gemaakt door met een valse sleutel het CMS-systeem van de Makro te betreden met de intentie om handelingen te verrichten die buiten zijn bevoegdheid lagen, waardoor hij wederrechtelijk het computersysteem is binnengedrongen.

In totaal waren 1554 digitale cadeaubonnen ter waarde van € 97.002,50 aangeschaft. De verdachte heeft veelvuldig vouchers aangemaakt en met de daarbij behorende gegevens vervolgens cadeaubonnen besteld. Daarmee is volgens de rechtbank ook sprake van diefstal van de aangemaakte vouchers en de daarmee bestelde cadeaubonnen van bovengenoemde waarde. De verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 150 uur opgelegd.

In een enigszins vergelijkbare zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 22 maart 2018 een verdachte veroordeeld (ECLI:NL:RBROT:2018:2421) voor oplichting en computervredebreuk. In deze zaak heeft een student van de Hogeschool Rotterdam phishingmails naar medestudenten gestuurd met de mededeling dat zij eenmalig het collegegeld handmatig moesten overmaken. Daarnaast heeft hij medewerkers van een ziekenhuis een e-mail gestuurd met het bericht dat er een taak voor hen klaarstond in het personeelszakensysteem. De e-mail bevatte ook een link naar, wat later bleek, een nagebootst personeelszakensysteem. Van de medewerkers die inlogden op het nagebootste systeem, verwierven de verdachte en zijn mededaders de inloggegevens. Daarmee logde hij in op het echte personeelszakensysteem, waarna hij hun bankrekeningnummers wijzigde in die van een katvanger.

De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar, een taakstraf van 240 uur een geldboete van 1500 euro.

Publicatie tapstatistieken

Publicatie tapstatistieken AIVD en MIVD

Op 13 maart 2018 hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie via een Kamerbrief de tapstatistieken van de AIVD en MIVD geopenbaard. De cijfers gaan over de inzet van de bevoegdheid in art. 25 Wiv 2002. Het gaat daarbij niet alleen over het plaatsen van een telefoontap en internettap, maar ook over het plaatsen van een microfoons bij een target.

De statistieken zijn daarmee anders samengesteld dan de statistieken over de inzet van de telecommunicatietap door politie en justitie (in 2016 nog bijna 25.000). Daar gaan de cijfers namelijk over de inzet van de telefoon- en/of internettap per uniek nummer.

JaartalAantal AIVDAantal MIVD
20025590
20036910
200477519
200599021
20061.32421
20071.25230
20081.24639
20091.29877
20101.40555
20111.81470
20122.06064
20132.23085
20142.40465
20152.544138
20163.095382
20173.20534

De tapstatistieken zijn geopenbaard na ene jarenlange een procedure van Bits of Freedom. De Raad van State oordeelde in december dat de minister geheimhouding van de tapstatistieken beter moest onderbouwen (Raad van State 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3508). Al eerder vond de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) de statistieken niet staatsgeheim.

Uit de cijfers komt een duidelijke stijging van de inzet van de bijzondere bevoegdheid van art. 25 Wiv 2002 naar voren. In de brief wordt dit verklaard door het veranderende dreigingslandschap, onder andere op het gebied van terrorisme en cybersecurity.

Digitaal bewijs in moordzaken II

Posted on 16/04/2018 on Oerlemansblog

Ook in niet-cybercrime zaken kan digitaal bewijs een cruciale rol spelen. Neem bijvoorbeeld deze zaak van de rechtbank Limburg op 28 maart 2018.

In deze zaak is de verdachte veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw. De rechtbank verhaald dat “terwijl zij nietsvermoedend in haar keuken een sigaret draaide, de verdachte haar van achteren heeft vastgegrepen en door een verwurging/nekklem om het leven heeft gebracht”. In deze zaak heeft digitaal bewijs op de telefoon van de verdachte een prominente rol gespeeld bij het bewijzen van de vereiste voorbedachte rade bij moord. Ook speelde DNA-bewijs een belangrijke rol bij de veroordeling.

Uit het digitaal forensisch onderzoek op apparaten van van de verdachte is gebleken dat de verdachte onder andere op de volgende veelzeggende zoektermen heeft gezocht:

“- dodelijk gif op 29 september 2015 (20:58 uur);

– nek breken op 4 oktober 2015 (21:33 uur);

– overlijden voor definitieve echtscheiding op 4 oktober 2015 (22:17 uur);

– dodelijke kruiden op 7 oktober 2015 (01:17 uur);

– vergiften op 7 oktober 2015 (02:02 uur);

– dodelijke wurggreep op 13 oktober 2015 (23:45 uur);

– wurggreep politie op 25 oktober 2015 (01:26 uur);

– wurggreep op 26 oktober 2015 (00:24 uur);

– nekklem op 6 november 2015 (14:32 uur)”

Ook heeft de politie door onderzoek te doen op de router van de verdachte vastgesteld dat de verdachte op 4 oktober heeft gezocht op de zoekterm ‘gebroken-nek-opslag-dood (om 19.38.20 uur)’. De verdachte heeft bekend dat hij op die zoektermen heeft gezocht (zij het met volgens hem een andere reden).

De rechtbank neemt de zoektermen mee in de bewijsvoering, omdat het slachtoffer kort na de zoekopdrachten is overleden. De rechtbank achtte de verklaringen van de verdachte niet aannemelijk.

In een heel ander soort zaak speelde digitaal bewijs ook een opzienbarende rol. Op 13 maart 2018 is een verdachte door de rechtbank Limburg veroordeeld voor brandstichting, woninginbraken en diefstal  in Maastricht.

In dit geval speelde de telefoon van de verdachte een cruciale rol. Naar eigen zeggen had de verdachte deze telefoon altijd bij zich. Kort na de brandstichting, op 23 juni 2016 om 01.56 uur, maakte de telefoon die de verdachte verbinding met een WiFi-netwerk van een woning in de buurt. Dit plaatst de verdachte vlakbij de locatie en tijd van de brandstichting. Samen met ander bewijs waren de rechters overtuigd van de schuld van de verdachte.

Deze laatste zaak deed mij denken aan het aangehaalde voorbeeld van Hans Henseler over potentiële rol van digitaal bewijs (zie ook dit artikel ‘Verraden door je iPhone’ in Trouw) in bijvoorbeeld inbraakzaken. Henseler heeft overigens laatst een interessante inaugurele rede van zijn lectoraat aan de Hogeschool Leiden over de digitale revolutie! Ik ben benieuwd welke voorbeelden van digitaal bewijs in nabije toekomst de revue zullen passeren! Ik houd het in ieder geval in de gaten!

U.S. Cloud Act gepubliceerd

Op 23 maart 2018 heeft het Amerikaanse Congres de ‘Clarifying Overseas Use of Data Act’ (CLOUD Act) aangenomen. Het wetsvoorstel was slechts een onderdeel van een 2.323 pagina-tellend budgetplan, maar heeft grote gevolgen voor de toegang tot gegevens door opsporingsinstanties bij Amerikaanse internetdienstverleners, zoals Microsoft, Facebook en Google.

De CLOUD Act past enkele bepalingen in de ‘Stored Communications Act’ aan dat gaat over de toegang tot gegevens bij Amerikaanse elektronische communicatiedienstverleners in opsporingsonderzoeken. Deze wet maakt ten eerste mogelijk dat opsporingsinstanties in de Verenigde Staten toegang krijgen tot gegevens die buiten de VS zijn opgeslagen. Ten tweede maakt de CLOUD Act het mogelijk dat niet-VS opsporingsautoriteiten toegang kunnen krijgen tot gegevens van Amerikaanse dienstverleners als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

De eerste aanpassing kan worden gezien als een gevolg van de Microsoft t. Ierland-zaak, waarbij een Amerikaanse rechtbank had besloten dat de FBI geen toegang kreeg tot gegevens van Microsoft in Ierland. Deze zaak ligt nu bij het Amerikaans Hooggerechtshof. De CLOUD Act maakt duidelijk dat in het vervolg Microsoft de FBI toegang moet geven tot haar gegevens op basis van de Stored Communications Act, óók als deze buiten de VS ligt opgeslagen.

De tweede aanpassing heet tot gevolg dat andere staten met de Verenigde Staten afspraken moeten maken als zij direct toegang willen krijgen tot gegevens van Amerikaanse elektronische communicatieaanbieders. Het gaat daarbij om populaire diensten zoals Facebook, en de webmaildiensten van Microsoft en Facebook. Deze afspraken moeten worden gemaakt in een zogenoemde ‘executive agreement’. Het ziet er naar uit dat individuele staten zoals Nederland in zo’n agreement kunnen treden, maar ook een EU-VS overeenkomst in denkbaar.

De staat die met de VS deze afspraken wilt maken moet wel aan bepaalde criteria met betrekking tot fundamentele rechten voldoen. Als een ‘executive agreement’ van kracht is, kunnen niet-VS opsporingsdiensten gegevens vorderen van Amerikaanse dienstverleners onder hun eigen regelgeving voor zover de gegevens niet van Amerikaanse burgers zijn. De vordering moet verder betrekking hebben op ernstige criminaliteit, door een onafhankelijke autoriteit (kunnen) worden getoetst, voldoende specifiek zijn en voldoen aan de nationale regelgeving van de betreffende staat. Als onderdeel van het principe van reciprociteit, krijgen ook Amerikaanse dienstverleners de mogelijkheid tot direct toegang tot de gegevens van internetdienstverleners op het grondgebied van de andere desbetreffende staat.

Internetdienstverleners krijgen de mogelijkheid protest aan te tekenen als zij denken dat de verstrekking van gegevens van een niet-Amerikaan of persoon die zich buiten de VS bevindt in strijd is met de regelgeving van een ander land. Een Amerikaanse rechtbank besluit dan op basis van ‘balanceertest’ of de gegevens moeten worden afgegeven.

CLOUD-Act: H.R.1625 – 115th Congress, 23 maart 2018

Drugshandel via darknet markets

Posted on 05/03/2018 op Oerlemansblog

In de afgelopen maanden zijn weer verschillende zaken geweest met veroordelingen voor drugshandel via het dark web en het witwassen van de verkregen gelden via Bitcoin. In deze blog zet ik ze nog even op een rijtje. De zaken zijn interessant omdat expliciet het gebruik van het programma ‘Chainanalysis’ voor het analyseren van de oorsprong van bitcoins wordt genoemd en wordt ingegaan op witwastypologieën bij het gebruik van bitcoin door verdachten, zoals het gebruik van bitcoinmixers.

Rechtbank Rotterdam: onderzoek naar oorsprong bitcoins met chainanalysis is OK

In deze zaak van 19 december 2017 handelde de verdachte via localbitcoins.net in bitcoins in ruil voor geld. Nadat het contact tussen verdachte en de bitcoin-eigenaren was gelegd via Twitter of Telegram, werden de bitcoins door de eigenaren overgeschreven, ofwel naar de wallet van verdachte ofwel naar de wallet van de Bitcoin verkoopmaatschappijen Bitonic of Coinvert. Bitonic en Coinvert betaalden de verkoopprijs uit per bank en maakte de bedragen telkens over naar de bankrekeningen van verdachte of van twee van zijn ex-vriendinnen. In totaal is er in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 447.882,65 naar deze bankrekeningen overgemaakt.

De stortingen van de bitcoingelden op de bankrekeningen van verdachte en de medeverdachte hebben ertoe geleid dat SNS Bank drie meldingen van verdachte transacties heeft gemaakt bij FIU Nederland. Naar aanleiding van deze melding is onderzoek gedaan naar de door verdachte omgewisselde Bitcoinadressen. Uit dat onderzoek, dat is uitgevoerd met behulp van het programma ‘Chainanalysis’, blijkt dat meer dan de helft van de bitcoins binnen één of twee tussenstappen is terug te voeren naar darkweb markten. De rechtbank gaat uit van de juistheid van die resultaten en constateert dat een deel van de door verdachte verhandelde bitcoins gelieerd zijn aan darkweb markten.

De rechtbank gaat niet mee met de officier van justitie dat er sprake is van witwassen als gronddelict. De rechtbank deelt wel het standpunt van de officier van justitie dat darkweb markten in de regel worden gebruikt voor criminele doeleinden en dat daarbij bitcoins worden gebruikt als betaalmiddelen. Uit het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte wist, of daar ernstig rekening mee moest houden, dat de bitcoins die hij verhandelde afkomstig waren van darkweb markten en dus dat het criminele bitcoins waren. Wel is er volgens de rechtbank sprake van een vermoeden was dat de bitcoins afkomstig waren uit enig misdrijf en er aldus een vermoeden van witwassen bestaat. De verdachte wordt veroordeeld voor twintig maanden gevangenisstraf.

Veroordeling van drugshandel via AlphaBay en gebruik van bitcoinsmixers

Op 24 januari 2018 is door de rechtbank Midden-Nederland een 24-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor internationale drugshandel met gebruik van Darknet markets en witwassen. Alphabay is lange tijd het meest populaire darknet market voor drugshandel geweest.

Uit de bewijsvoering blijkt dat de verdachte door opsporingsambtenaren in de gaten is gehouden. Deze activiteiten van de verdachte wegen mee als bewijs. Zo wordt opgemerkt: “Door het profiel ‘[gebruikersnaam]’ waren in totaal 31 advertenties geplaatst. De titels van deze advertenties bevatten onder meer de volgende teksten: “50g MDMA Very High Quality”, “50x 100 Dollar Bills Green Very High Quality”.

In de uitspraak wordt opgemerkt dat de verdachte een stichting had opgericht voor de uitbetalingen van cash geld in ruil voor bitcoins. In de uitspraak staat:

“Op 16 januari 2016 werden bij het bedrijf Bitonic alle transacties gevorderd die betrekking hadden op de negen betrokken bankrekeningen op naam van Stichting [stichting]. Uit de uitgeleverde informatie bleek dat over de periode van 26 maart 2015 tot en met 14 november 2016 voor € 501.165,38 aan bitcoins waren verzilverd. Alle negen rekeningen bleken, hoewel bij Bitonic voorzien van verschillende namen, volgens de verstrekking van de ING-bank op naam te staan van rekeninghouder Stichting

[stichting]

”.

Door de politie is ook onderzoek gedaan naar de bitcoinadressen die door verdachte werden gebruikt. Door middel van analyse met behulp van het programma Chainanalysis blijkt dat er veel betalingen en ontvangsten van en/of naar deze adressen via zogenaamde mixers liepen. Een mixer wordt aangeboden door diverse partijen. Deze stellen een bitcoinadres ter beschikking waar men bitcoins op kan storten. De mixer betaalt vervolgens deze bitcoins terug aan de klant na aftrek van een kleine ‘fee’. De bitcoins worden op een groot aantal verschillende bitcoinadressen gestort. In totaal werden 430 bitcoinadressen ingevoerd in Chainanalysis. Naast het gebruik van mixerdiensten bleek dat er een aantal transacties gelinkt was aan darknet markets. Daarmee is sprake van een aantal witwastypologieën. Niet alleen (1) staan de transacties niet in verhouding tot de inkomsten van verdachte, maar er is ook (2) geen legale economische verklaring voor de gewisselde valutasoorten, (3) er zijn grote geldbedragen contant opgenomen en zonder noodzaak voorhanden gehouden en (4) er is gebruik gemaakt van bitcoinmixers.

Ook is een 26-jarige vrouw nog veroordeeld voor schuldwitwassen. Zij heeft ruim 130.000 euro crimineel geld in haar bezit gehad en uitgegeven. De rechtbank oordeelt dat zij had moeten weten dat dit geld een criminele herkomst had.

Veroordelingen voor phishing

Posted on 26/02/2018 op Oerlemansblog

Enkele recente uitspraken over phishing en computervredebreuk laten zien dat phishing-zaken complexer worden. Het betreft bovendien een combinatie van oplichting met computervredebreuk. De zaken zijn interessant om te lezen en verder te onderzoeken, omdat er interessante details in staan over de digitale bewijsvoering en de manier waarop de delicten zijn uitgevoerd.

Veroordeling door het Hof Amsterdam

Door het Hof Amsterdam is in november 2017 een verdachte veroordeeld voor het versturen van 132.260 phishing e-mails en het hacken van negen websites. Daarbij werd gebuikt gemaakt van de programma’s  ‘Gre3nox’ en ‘Havij’. Gre3nox wordt gebruikt om kwetsbaarheden in websites op te sporen en Havij om databases van websites te hacken door middel van SQL-injecties.

De verdachte richtte zich in zijn mails op gebruikers van de creditcardmaatschappij ICS, waarbij de inlogpagina van de dienstverlener werd nagemaakt om inloggegevens af te vangen. Gezien de op de laptop en de SD-kaart aangetroffen bestanden met betrekking tot phishingwebsites en de in de internetcache aangetroffen gegevens, vond het Hof het aannemelijk dat deze phishing e-mailberichten van de verdachte afkomstig waren.

Opvallend is overigens de vermelding dat de verdachte gebruik maakte van het internet van zijn buurvrouw, waardoor de politie op een dwaalspoor werd gezet.  De verdachte is veroordeeld voor 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 15 maanden voorwaardelijk.

Veroordeling door de rechtbank Den Haag

Op 22 december 2017 zijn door de Rechtbank Den Haag verschillende verdachte veroordeeld voor computervredebreuk, diefstal en grootschalige oplichting van consumenten door elektronica aan te bieden via namaakwebshops. Op basis van anonieme tips en andere informatie zijn de verdachten op 18 mei 2015 door de politie aangemerkt als mogelijke plegers van dergelijke vormen van internetoplichting.

De verdachten hebben met gephishte gegevens ingelogd op Admarkt- en reguliere Marktplaatsaccounts en daarop andere advertenties geplaatst die verwezen naar namaakwebshops. Deze namaakwebshops waren afgeleid van webshops van bedrijven zoals BCC, Dixons, Simyo en Topprice. De namaakwebshops waren niet of nauwelijks van de echte webshops te onderscheiden. Soms waren adressen, telefoonnummers, BTW- en KvK-nummers van het reguliere bedrijf overgenomen en altijd bestond er een contactmogelijkheid via e-mail of door middel van een chatfunctionaliteit. De producten werden op professionele wijze gepresenteerd. Consumenten hadden nadat zij via een betrouwbaar ogende advertentie op Marktplaats werden doorgelinkt naar de namaakwebshop, dan ook niet door dat zij op een frauduleuze website waren beland.

De koopprijs van producten werd door consumenten betaald op een door verdachte opgegeven rekeningnummer, meestal via iDEAL of een andere betaaldienstverlener. De bestelde producten werden daarna niet geleverd en verdachte heeft ook nooit de intentie gehad die te leveren. Met twee anderen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de hack van Scrypt.cc, met grote schade tot gevolg.

Het beroep van de raadsman van de verdachte op het ‘Smartphone-arrest’ van de Hoge Raad  slaagde in dit geval, omdat zich een ernstige privacy-inmenging heeft voorgedaan door het diepgravende onderzoek waarbij het hele privéleven van de verdachte bloot komt te liggen. Daarvoor is een machtiging van een rechter-commissaris noodzakelijk die niet aanwezig was. De Rechtbank Den Haag verbindt echter geen sanctie aan het vormverzuim.

Ook met betrekking tot gebezigde bewijsmiddelen is de zeer uitgebreide uitspraak van de Rechtbank Den Haag interessant. Den daarbij aan de vermelding van bijzondere opsporingsmiddelen, zoals een internettap, het vorderen van gebruikers- en verkeersgegevens bij Google, betalingen met het uitwisselingskantoor van cryptocurrencies ‘AnyCoin’ en informatie over de online betalingsdienst Skrill (die enige anonimiteit aan gebruikers biedt). Leesvoer voor zowel advocaten als cybercrimebestrijders lijkt mij!

Richtlijn voor strafvordering cybercrime

Op 1 februari 2018 is de ‘Richtlijn voor strafvordering cybercrime’ gepubliceerd (Stcrt. 2018, 3271). Deze richtlijn cybercrime biedt handvaten voor de op zitting te eisen straffen.

De richtlijn ziet op de verschillende verschijningsvormen van cybercrime (o.a. computervredebreuk (artikel 138ab Sr), de DDoS aanval (artikel 138b Sr), ransomware (artikel 139d Sr), malware (artikel 350a Sr) en defacing (artikel 138ab Sr) en bevat criteria aan de hand waarvan in individuele zaken een strafeis geformuleerd kan worden.

De richtlijn onderscheidt daarnaast de volgende categorieën:

  • Cybercrime in de relatiesfeer (ex-partners, ex-werknemers, etc.)
  • Cybercrime met als oogmerk diefstal van vermogen (diefstal internetbankieren, art. 139d Sr, crypto/ransomware)
  • Cybercrime met als oogmerk het overnemen van gegevens ((bedrijfs)spionage, tentamenfraude, etc)
  • Cybercrime met een ideologisch (niet zijnde terroristisch) oogmerk (DDos, art. 350a Sr, defacing)

In de richtlijn worden hoofdzakelijk taakstraffen met een voorwaardelijke gevangenisstraf voorgeschreven. Er is een tabel voor cybercrime eenmaal gepleegd en een tabel voor meermalen gepleegd. Het is overigens opvallend dat geen richting wordt gegeven met betrekking tot de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheid op internet, waar in de praktijk veel onduidelijkheid over staat.

De richtlijn lijkt hard nodig te zijn nu tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar voren kwam dat het oplossingspercentage 6% en het ophelderingspercentage slechts 8% bedraagt (peilmaand oktober 2017. Het oplossingspercentage wil zeggen het aantal verdachten dat wordt doorgeleid naar het Openbaar Ministerie, afgezet tegen de geregistreerde criminaliteit. Het ophelderingspercentage wil zeggen het aantal misdrijven waarbij de politie een verdachte aan een zaak heeft gerelateerd, afgezet tegen het aantal geregistreerde misdrijven.