Overzicht cryptophone-operaties

7,5 jaar geleden, in maart 2017, verscheen het eerste persbericht op OM.nl over het veiligstellen van berichten die zijn verstuurd met ‘cryptotelefoons’ (ook wel ‘PGP-telefoons’ genoemd) van Ennetcom met de titel ‘Versleutelde berichten: schat aan criminele informatie‘. Sindsdien zijn er negen cryptcommunicatiediensten ontmanteld en gegevens van deze telefoons (met name de berichten gekoppeld aan de verzenders en ontvangers) zijn veiliggesteld. De gegevens wordt geanalyseerd en gebruikt als bewijs in opsporingsonderzoeken.

Deze ‘cryptophone-operaties’ heb ik in de onderstaande tijdlijn gevat:

Hieronder volgt verder een overzicht van de cryptophone-operaties op basis van blogberichten.

  1. Ennetcom (2016)
  2. PGP Safe (2017)
  3. Ironchat (2017)
  4. EncroChat (2020)
  5. Sky ECC (2020)
  6. ANOM (2021)
  7. Exclu (2022)
  8. Ghost (2024)
  9. MATRIX (2024)

Waarom een overzicht?

De cryptophone-operaties zijn bijzonder belangrijk voor de strafrechtpraktijk en toch is er net na de operaties relatief weinig bekend over het verloop daarvan. In de media worden de cryptophone-berichten ook wel een ‘goudmijn aan bewijs’ genoemd en de gegevens vormen een game changer voor de politie. Strafrechtadvocaten trekken vaak de rechtmatigheid van de operaties in twijfel, maar vooralsnog lijkt de verdediging bot te vangen. Op 13 april 2023 maakte de Landelijke Eenheid ook bekend dat de politie inmiddels 1 miljard “criminele chats” in handen heeft. Duidelijk is wel dat dit om “bulkdata” gaat en dit de brandstof levert voor de nieuwe strategie van “datagedreven opsporing” van de politie en het Openbaar Ministerie.

Voor een presentatie heb ik in oktober 2024 de gepubliceerde uitspraken van rechtbanken (in eerste aanleg dus) op rechtspraak.nl waar in strafzaken een cryptotelefoon wordt genoemd op een rijtje gezet en in onderstaande tabel en diagram geplaatst.

Let op: dit is een indicatie van het aantal veroordelingen en verdeling tussen de cryptotelefoons. Uiteraard zijn er minder uitspraken van meer recente operaties en het komt vaak voor dat meerdere telefoons in één zaak genoemd worden. Neem de cijfers dus met een korreltje zout.

De grote hoeveelheid jurisprudentie en onduidelijkheid over de ‘wat’, ‘wanneer’ en ‘hoe’-vragen vormde voor mij aanleiding dit overzicht te maken (ook voor mijzelf voor toekomstige publicaties). Daarbij heb ik mij gebaseerd op persberichten van het OM, de politie en rechtspraak. Voor iedere operatie liggen de feiten en grondslagen waarop de gegevens zijn verzameld weer anders. In een enkele operatie zijn er serieuze overwegingen over de betrouwbaarheid van de gegevens meegeven. Het is daarom belangrijk steeds af te vragen en na te gaan met welke cryptophone-operatie we in casu te maken hebben.

Hieronder volgt een kort antwoord op deze vragen met links naar de desbetreffende blogs over de operaties.

Wat en wanneer?

  1. Ennetcom (2016)

Ennetcom was een Nederlandse dienstverlener voor versleutelde “PGP” communicatie. De app werd geïnstalleerd op een Blackberry telefoons. De oprichters van het bedrijf zijn uiteindelijk veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, gewoontewitwassen en medeplegen van valsheid in geschrifte. Tijdens de operatie zijn 3,7 miljoen berichten veiliggesteld. De operatie werd bekend gemaakt op 9 maart 2017.

PGP Safe was de merknaam voor een cryptotelefoon. De software werd geïnstalleerd op Blackberry toestellen. Tijdens de operatie zijn 700.000 berichten veiliggesteld, waarvan er destijds ruim 337.000 ontsleuteld en leesbaar werden gemaakt. Het OM richtte zich aanvankelijk op de leveranciers (‘resellers’) van PGP-cryptotelefoons (met wisselend succes). De operatie werd bekend gemaakt op 9 mei 2017.

IronChat was een app dat geïnstalleerd op Wileyfox-telefoons of Samsung-telefoons (Android). De telefoons technisch zo zijn ingericht dat er geen gebruik gemaakt kan worden van de camera, microfoon of wifi. Bij deze telefoons werd gebruik gemaakt van van end-to-end encryptie door middel van het zogenaamde OTR (Off-The-Record) protocol. Ook was het mogelijk chats of de gehele inhoud van de telefoon op commando te wissen. Het onderzoek richtte zich zowel op de leveranciers als gebruikers van de telefoons. Tijdens de operatie zijn 258.000 berichten veiliggesteld. De operatie werd bekend op 6 november 2018.

EncroChat was een communicatieaanbieder van telefoons, waarmee middels de Encrochat applicatie versleutelde chats, bestaande uit tekstberichten en afbeeldingen, konden worden verzonden en ontvangen en waarmee onderling gebeld kon worden. Gebruikers kochten een telefoontoestel, zoals een Android telefoon, waarop de EncroChat applicaties vooraf geïnstalleerd waren in combinatie met een abonnement om de service te kunnen gebruiken. Geschat wordt dat er wereldwijd destijds tussen de 55.000-60.000 EncroChat telefoons werden gebruikt, waarvan circa 12.000 Nederlandse gebruikers waren en circa 3000 Franse gebruikers. Tijdens de operatie zijn circa 115 miljoen berichten veiliggesteld. De operatie werd bekend gemaakt op 2 juli 2020.

Sky ECC is de naam van het bedrijf dat een versleutelde berichtendienst aanbood. De telefoons werden aangeboden door het bedrijf ‘Sky Global’. Een Sky ECC-toestel is een mobiele telefoon die voorgeprogrammeerd is op iPhones, Google Pixels, Blackberry’s en Nokia’s en met een abonnement ter beschikking werd gesteld. Met de telefoon was het mogelijk versleuteld met elkaar te communiceren. In 2021 had het bedrijf wereldwijd 170.000 gebruikers. Tijdens de operatie zijn naar verluid 1 miljard berichten veiliggesteld, waarvan 500 miljoen ontsleuteld konden worden. De operatie werd bekend gemaakt op 9 maart 2021.

ANOM was een zogenoemde ‘store front’, oftewel een zelf opgezette communicatiedienst door opsporingsautoriteiten. De operatie stond onder leiding van de FBI en de Australische Federal Police met het doel om verdachten van criminele organisaties te identificeren. Tijdens de operatie zijn 27 miljoen berichten onderschept. De operatie werd bekend gemaakt op 8 juni 2021.

Exclu is een type cryptotelefoon, die het mogelijk maakt berichten, foto’s, notities, gesproken memo’s, chatconversaties en video’s met andere Exclu-gebruikers uit te wisselen. Exclu had volgens naar schatting 3000 gebruikers, waarvan 750 Nederlandstaligen. De politie en het Openbaar Ministerie konden vijf maanden de berichten van Exclu-gebruikers meelezen. De operatie werd op vrijdag 3 februari 2023 bekend gemaakt.

De app Ghost bood de een keuze in drie versleutelstandaarden voor versleutelde communicatie en de optie om berichten op de telefoon te vernietigen als een code werd verstuurd. Slechts enkele duizenden personen maakten gebruik van de software, dat draaide op zijn eigen infrastructuur in verschillende landen. De operatie werd op 18 september 2024 bekend gemaakt.

MATRIX werd door de politie gezien als de als de opvolger van voorgangers als ANOM, Sky ECC en EncroChat. De cryptocommunicatiedienst bood een heel ecosysteem aan applicaties aan, waaronder de mogelijkheid om te (video)bellen, transacties bij te houden en geanonimiseerd te internetten. De dienst in een app aangeboden op met name Google Pixel telefoons. MATRIX had minstens 8000 gebruikers wereldwijd. Gedurende en aantal maanden zijn 2,3 miljoen berichten onderschept. Op 4 december 2024 is de operatie bekend gemaakt.

Hoe?


1.      Ennetcom (2016)
In totaal is 6 Terabyte aan gegevens veiliggesteld bij het Nijmeegse telecombedrijf Ennetcom op een server in Nederland en van een server in Toronto (Canada). Door de Canadese politie zijn de gegevens gekopieerd. Na analyse van de data bleken de kopieën 3,7 miljoen berichten en 193.000 notities te bevatten. Daarnaast bevatte de server de private sleutels van de gebruikers van de klanten van de verdachte. Een Canadese rechter stelde de dataset na een rechtshulpverzoek ter beschikking aan Nederland.
 
2.      PGP Safe (2017)
Na een rechtshulpverzoek is een doorzoeking uitgevoerd bij een datacentrum in Costa Rica. Tussen 9 mei 2017 te 18.00 uur en 11 mei 2017 te 09.00 uur zijn bestanden gekopieerd. De BlackBerry Enterprise Server (BES)-infrastructuur bevond zich in twee serverkasten waarvan er één sinds 2012 en één sinds 2016 aan PGP-safe was verhuurd. Het onderzoek is beperkt tot de serverkast die was verhuurd sinds 2012. In overleg met de Costa Ricaanse autoriteiten is bij het veiligstellen prioriteit gegeven aan de zich op die server bevindende virtuele machines met cryptografisch sleutelmateriaal en aan de virtuele machines met emailberichten. De datadragers, waarnaar de data zijn gekopieerd, zijn door de Costa Ricaanse autoriteiten verpakt en overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten.
 
3.      Ironchat (2017)
Het betrokken Nederlandse bedrijf maakte gebruik van een telecomserver in het Verenigd Koninkrijk. Middels een Europees Onderzoeksbevel (EOB) kreeg het onderzoeksteam de beschikking over een kopie (een ‘image’) van de server van het Nederlandse bedrijf. In het Verenigd Koninkrijk werd zelfstandig onderzoek gedaan naar de versleutelde berichten die via deze server waren verzonden. Van 3 oktober 2018 tot 2 november 2018 werd overgegaan tot het ‘live intercepteren en decrypten van de server’. De Britse autoriteiten hebben toestemming gegeven voor het gebruik van de dataset in opsporingsonderzoeken in Nederland en de gegevens overgedragen.
 
4.      EncroChat (2020)
Via JIT en EOB’s in een complex verhaal. Franse autoriteiten verzamelden gegevens met inzet hacking tool en door interceptie op de servers van 1 april 2020 tot 20 juni 2020. Ook zijn images van de servers beschikbaar gesteld door Frankrijk aan Nederland. Nederland zou betrokkenheid hebben gehad in de ontwikkeling van de tool en/of decryptie van de gegevens.
 
5.      Sky ECC (2020)
Via JIT en EOB’s in een complex verhaal. Nederlandse technici hebben binnen het JIT een techniek ontwikkeld om een kopie te maken van het werkgeheugen van één van de SkyECC-servers zonder dat die offline zou gaan. De interceptie en kopieën van gegevens hebben gefaseerd plaatsgevonden. Naar verwachting heeft het grootste deel van de interceptie plaatsgevonden vanaf de toestemming door een Franse rechter vanaf 18 december 2020 tot 9 maart 2021, de dag dat de operatie publiek werd.

6. ANOM (2021)

Door een ‘spontane eenzijdige verstrekking van informatie zonder een voorafgaand verzoek van de Nederlandse opsporingsdiensten’ door de Verenigde Staten van Amerika aan Nederland. De operatie betrof een samenwerking tussen de Verenigde Staten en Australië.  Ook stemde een derde land – Litouwen – in met het aanvragen van een rechterlijke machtiging zoals daar vereist was om een iBot server voor de Anom-berichten aldaar te kopiëren en de FBI van de kopie te voorzien conform een rechtshulpverzoek. In oktober 2019 verkreeg het derde land een rechterlijke machtiging.

Vanaf 21 oktober 2019 begon de FBI de serverinhoud van het derde land te verkrijgen. Sinds dat moment heeft de FBI de inhoud van de iBotserver in het derde land op basis van het rechtshulpverzoek bekeken. Ze hebben de berichten indien nodig vertaald en meer dan 20 miljoen berichten van 11.800 toestellen van 90 landen wereldwijd gecatalogiseerd. De top vijf van landen waar de toestellen gebruikt worden betreft Duitsland, Nederland, Spanje, Australië en Servië. 

De Nederlandse opsporingsdiensten zouden niet betrokken zijn geweest bij de verkrijging van de gegevens. Wel heeft de Nederlandse software ontwikkeld waarmee de berichten konden worden geanalyseerd en geduid. Deze software is ook beschikbaar gesteld aan Europol, zodat deze dienst de gegevens kon analyseren en beschikbaar stellen aan andere landen.

7. Exclu (2022)

In Duitsland stond een server bij Cyberbunker en die server is veilig gesteld. Tijdens de operatie is ook de hackbevoegdheid ingezet ten behoeve van een opsporingsonderzoek naar de betrokkenheid naar misdrijven die worden gepleegd in georganiseerd verband. Daardoor kon de politie gedurende vijf maanden de berichten van Exclu-gebruikers meelezen. Bij beschikking van 25 augustus 2022, daarna vijf keer verlengd, heeft de rechter-commissaris machtiging verleend voor het hacken van de server van Exclu in Duitsland. Deze beschikkingen en de verlengingen daarvan werden steeds gevolgd door Europese onderzoeksbevelen (EOB’s) gericht aan de bevoegde Duitse autoriteiten.

8. Ghost (2024)

Het platform is in Australië sinds 2022 in het vizier gekomen van de Australian Federal Police (AFP). Nadat internationale partners zich ook richten op Ghost gingen ze samenwerken in een Operational Taks Force (OTF) bij Europol. De Australische autoriteiten hebben de Ghost telefoons via een update hebben geïnfecteerd met software (dus gehackt) en daarmee toegang kregen tot gegevens op de telefoons. Verder is nog veel onduidelijk.

9. MATRIX (2024)

De politie meldt dat zij ruim 2,3 miljoen berichten wisten te onderscheppen en een aantal maanden lang konden meelezen. De infrastructuur bestond naar verluid uit meer dan 40 servers, verspreid over meerdere landen, met de belangrijkste servers in Frankrijk en Duitsland. De dienst werd vanuit Spanje aangestuurd door de hoofdverdachte met een Litouwse nationaliteit. De operationele details blijven vooralsnog onbekend. 

Meer duidelijkheid over de Exclu-operatie

Bron: dit is een met AI gegenereerde afbeelding door WordPress

Dit bericht is geüpdatet op 7 maart 2025

Exclu is een type cryptotelefoon, die het mogelijk maakt berichten, foto’s, notities, gesproken memo’s, chatconversaties en video’s met andere Exclu-gebruikers uit te wisselen. Exclu had volgens een persbericht van Openbaar Ministerie naar schatting 3000 gebruikers, waarvan 750 Nederlandstaligen. In het persbericht van Eurojust is te lezen dat een server in Duitsland stond.

De politie en het Openbaar Ministerie konden vijf maanden de berichten van Exclu-gebruikers meelezen. Hierbij waren onder meer zeven politie-eenheden, de FIOD en Rijksrecherche betrokken. Op vrijdag 3 februari 2023 is de berichtendienst ontmanteld. Daarbij vonden 79 doorzoekingen plaats, werden 200 telefoon in beslag genomen en vonden 42 aanhoudingen plaats in onder meer Nederland, Duitsland en België. Onder de aangehouden personen zijn zowel gebruikers, als ook eigenaren en beheerders van de dienst Exclu.

Cyberbunker

In mediaberichten (zoals in het Parool) is verder te lezen dat Exclu rond 2015 is ontwikkeld door Herman Johan X.. De Nederlandse ict’er runt in Duitsland een computercentrum in een voormalige Navo-bunker (‘Cyberbunker’ genoemd). In het artikel van het Parool is te lezen dat toen de datakabel van de server in september 2022 werd verwisseld, de politie vijf maanden de berichten kon meelezen.

Dit achtergrondartikel over cyberbunker van Tweakers.net is ook lezenwaardig. Daar is in te lezen dat X. door de Duitse rechtbank is veroordeeld tot vijf jaar en negen maanden gevangenisstraf wegens het vormen van en deelnemen aan een criminele organisatie waar hij aan het hoofd stond. De rechtbank oordeelde dat X en medeverdachten zich niet schuldig hadden gemaakt aan medeplichtigheid aan de strafbare feiten die zijn gepleegd op de illegale marktplaatsen die op de servers in de bunker werden gehost. Inmiddels is volgens Der Spiegel een nieuw strafbaar feit aan het Duitse wetboek van strafrecht toegevoegd, die gaat over ‘strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het exploiteren van criminele handelsplatforms op internet’. Het is een strafbaar feit om ‘een handelsplatform op internet te exploiteren dat tot doel heeft het plegen van illegale handelingen mogelijk te maken of te bevorderen’.

Onderzoek ’26Samber’ en ’26Lytham’

De cryptophone-onderzoeken met betrekking tot Exclu hebben de namen ‘26Samber’ en ‘26Lytham’. Het onderzoek 26Samber, dat startte in september 2020, richt zich op de aanbieders van het platform Exclu. Het onderzoek 26Lytham is op 28 april 2022 gestart en richt zich op de gebruikers van Exclu van wie wordt vermoed dat zij in georganiseerd verband misdrijven plegen.

De doelstelling van onderzoek 26Lytham is het identificeren van de NN-gebruikers van Exclu. Deze informatie wordt vervolgens uitgegeven aan ‘titel IVa-doelonderzoeken’, oftewel gebruikt ten behoeve van andere opsporingsonderzoeken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant leidt in ECLI:NL:RBZWB:2024:8122 uit de verantwoordingsstukken over onderzoek 26Lytham af dat dit onderzoek is aangevangen met het doel om de identiteit te achterhalen van de NN-gebruikers van Exclu. Op basis van die doelstelling is berichtenverkeer tussen de gebruikers van Exclu onderschept en ontsleuteld. Omdat de server van Exclu zich op dat moment in Duitsland bevond, heeft voor de interceptie van de berichtenstroom en het verkrijgen van de sleutels een hack plaatsgevonden op de server. De Duitse politiële autoriteiten zijn daartoe overgaan, nadat Nederland hiertoe een verzoek heeft gedaan.

Het Duitse Landeskriminalamt (LKA) Rheinland-Pfalz startte in juni 2020 ook een onderzoek naar Exclu. In het persbericht staat hierover: ‘in goede samenwerking kon Nederland in Duitsland onderzoek doen met oog op het verkrijgen van bewijsmateriaal voor haar onderzoek’. Onderzoek Nuntius betreft een Duitse strafzaak, onder kenmerk 3StR 306/22, waarop het Bundesgerichtshof in Karlsruhe op 12 september 2023 uitspraak heeft gedaan. Dit is een verwijzing naar de ‘Cyberbunker-uitspraak’.

In een tussentijdse beslissing in hoger beroep (ECLI:NL:GHDHA:2025:274) van 21 januari 2025 verduidelijkt het gerechtshof Den Haag de rol van de Nederlandse opsporingsinstanties in het Exclu-onderzoek

Het hof overweegt hierover dat uit de bewoordingen van het EOB, inzake de machtiging ex artikel 126uba Sv van de rechter-commissaris van 26 augustus 2022, volgt dat aan de Duitse autoriteiten is verzocht om Nederlandse opsporingsambtenaren toestemming te verlenen om vanaf Nederlands grondgebied binnen te dringen in een zich in Duitsland bevindende Exclu-berichtenserver. Tevens is verzocht om technische bijstand te mogen verlenen bij de plaatsing en monitoring van het interceptiemiddel. Daarnaast staat in het EOB vermeld dat de ontsleuteling van de Exclu-berichten in Nederland zal plaatsvinden. Het hof constateert op basis van het dossier dat de Nederlandse politie (team DIGIT) de in het Exclu-communicatieprotocol toegepaste versleuteling heeft geanalyseerd en ongedaan heeft gemaakt.

De advocaat-generaal heeft uitdrukkelijk erkend dat Nederlandse opsporingsambtenaren in het Exclu-onderzoek zelfstandig opsporingshandelingen hebben verricht. Hij heeft hun rol zelfs als ‘leidend’ bestempeld. Het dossier bevat een grote hoeveelheid stukken, waaronder vorderingen tot machtiging ex artikel 126uba Sv, beslissingen van de rechter-commissaris, bevelen van de officier van justitie, EOB’s en processen-verbaal van politie, waarin gedetailleerd wordt omschreven welke onderzoekshandelingen zijn verricht. Het gerechtshof overweegt daarop dat de onderzoekshandelingen onder de verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten hebben plaatsgevonden. Het hof acht het vertrouwensbeginsel ook in deze omstandigheden onverkort van toepassing.

Machtiging voor het tappen van de server en inzet hackbevoegdheid

In een uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2024:4183) van de rechtbank Gelderland van 4 juli 2024 staat dat op 22 juli 2022 een rechter-commissaris een machtiging verleent voor het voor het tappen van Exclu-verkeer van de Duitse server. Deze machtiging is daarna zes keer verlengd. In de eerste beschikking wordt verwezen naar de daaraan voorafgaande vordering met het proces-verbaal van verdenking van 20 juli 2022. In het proces-verbaal van verdenking wordt beschreven dat de Exclu applicatie via geselecteerde “resellers” wordt verkocht waarbij uitsluitend contant of via bitcoin wordt betaald, terwijl geen enkele identificatie plaatsvindt. De Exclu applicatie heeft kenmerken zoals “panic button”, “icon change” en “dummy applicaties” waarmee kennelijk het gebruik van Exclu wordt beoogd te verhullen.

In de tweede beschikking, van 25 augustus 2022, heeft de rechter-commissaris een machtiging verleend voor het hacken van de server van Exclu in Duitsland (ex. artikel 126uba Sv) (zie ECLI:NL:RBZWB:2024:8122). Deze machtiging is vijf keer verlengd. Aan de tweede beschikking is een vordering voorafgegaan, met daarbij het proces-verbaal met kenmerk 26Lytham-00053 en verwijzing naar het eerder overgelegde proces-verbaal van verdenking met kenmerk 26Lytham-0026. Deze beschikkingen en verlengingen zijn steeds opgevolgd door Europese onderzoeksbevelen, gericht aan de bevoegde Duitse autoriteiten.

Voorwaarden machtiging inzet hackbevoegdheid

In de beschikking van 25 augustus 2022 werden aan de verleende machtiging de volgende voorwaarden verbonden (zie ECLI:NL:RBGEL:2024:4183). De vergaarde informatie slechts mag worden doorzocht op vast te leggen zoeksleutels, terwijl de met die zoeksleutels geselecteerde informatie eerst aan de rechter-commissaris moet worden voorgelegd om de inhoud, omvang en relatie tot de vermoedelijk gepleegde of te plegen strafbare feiten te controleren. Pas daarna mag het beschikbaar komen aan het openbaar ministerie of de politie ten behoeve van (opsporings-)onderzoeken. Bovendien is aan de machtiging de absolute randvoorwaarde verbonden dat de vergaarde informatiecommunicatie slechts ter beschikking mag worden gesteld voor onderzoeken naar strafbare feiten als bedoeld in artikel 67 Sv eerste lid in georganiseerd verband gepleegd of beraamd en die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in dat georganiseerde verband worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken, dan wel misdrijven met een terroristisch oogmerk.

Hackbevoegdheid en betrouwbaarheid van bewijs

In de eerder aangehaalde uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2024:4183) van de rechtbank Gelderland overweegt de rechtbank over de betrouwbaarheid van het bewijs het volgende. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913 mag de rechtbank voor de Exclu-data in de strafzaak tegen verdachte, die door tappen van berichten en hacken van de server onder verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten is verkregen, behoudens concrete aanwijzingen voor het tegendeel, van de betrouwbaarheid van het onder verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten verrichte onderzoek, uitgaan.

Zowel over de Encrochat-data als de Exclu-data is een NFI rapportage opgemaakt waarin de deskundige verklaart dat er geen redenen gevonden zijn om te twijfelen aan de correctheid van de berichten uit het technisch hulpmiddel, behalve de fout met de omgedraaide bellende en gebelde tegenpartij. De datasets zijn weliswaar niet volledig in die zin dat zij niet alle ooit met de accounts verzonden of ontvangen berichten bevatten, maar dat kan verklaard worden door de automatische wisfunctie en/of het handmatig wissen van berichten. De gegevens van Exclu zijn voor 99,6 % volledig, waarbij het verschil met 100% komt door het ontbreken van interceptie-gegevens op 3 januari 2023 tussen 13:16 en 14:51 uur. Een aantal berichten is dubbel veiliggesteld, maar deze discrepantie heeft geen invloed op het gebruik van de gegevens verkregen uit de interceptie van de Exclu-berichten dienst. De verdediging draagt onvoldoende concrete aanwijzingen aan over de onbetrouwbaarheid van de Exclu-data. Het enkele noemen van een verkeerde toeschrijving van een bericht aan een bepaald account in een ander onderzoek volstaat daartoe volgens de rechtbank niet.

Geheimhouders

In het persbericht van Exclu staat ditmaal expliciet een oproep aan geheimhouders om zich te melden:

“Gebruikers van Exclu die zich kunnen beroepen op het wettelijk verschoningsrecht, zoals advocaten, notarissen, artsen of geestelijken, kunnen dit melden. Zij dienen hun gebruikersgegevens te delen met de politie via geheimhouders@OM.nl. De politie zal dit controleren en indien gegrond, de gegevens verwijderen. Op dit moment kan niemand meer gebruikmaken van de diensten van Exclu.”

Deze blog wordt geüpdatet als nieuwe informatie over de operatie via de rechtspraak bekend wordt. Op 30 augustus 2024 is dit bericht voor het laatst geüpdatet.

Uitspraak Hof van Justitie over EncroChat

Op 30 april 2024 heeft de Grote Kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) uitspraak gedaan in de EncroChat-zaak (ECLI:EU:C:2024:372). Het Hof verduidelijkt de voorwaarden voor de overdracht en het gebruik van het bewijs in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie (zoals geregeld in Richtlijn 2014/41/EU betreffende het Europees Onderzoeksbevel in strafzaken) en beantwoordde enkele prejudiciële vragen van een Duitse rechtbank (het ‘Landgericht Berlin’). Dit bericht is (slechts) een samenvatting van het arrest.

In casu was de Franse politie in staat om – met toestemming van een rechter – EncroChat-berichten veilig te stellen van cryptotelefoons. Daarbij is gebruik van maakt van een Trojaans paard, waarbij deze software in het voorjaar van 2020 naar de server geüpload en van daaruit via een gesimuleerde update op die mobiele telefoons geïnstalleerd. Van de in totaal 66.134 geabonneerde gebruikers zouden 32.477 gebruikers in 122 landen door deze software zijn getroffen, waaronder ongeveer 4.600 gebruikers in Duitsland.

De Duitse ‘Bundeskriminalamt’ (BKA) opende op 13 maart 2020 een onderzoek tegen alle onbekende gebruikers van de dienst EncroChat, op verdenking van betrokkenheid bij de georganiseerde handel in aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen en van het vormen van een criminele organisatie. De Duitse politiediensten konden vervolgens via een Europolserver de onderschepte gegevens van Duitse gebruikers in Duitsland opvragen. Tussen 3 april en 28 juni 2020 heeft het BKA de gegevens opgevraagd die dagelijks op de server van Europol beschikbaar werden gesteld over in Duitsland gebruikte mobiele telefoons. De Duitse openbare aanklager heeft vervolgens Europees Onderzoeksbevelen (EOB’s) uitgevaardigd om toestemming te verkrijgen van een Franse rechtbank om die gegevens over te dragen en aan gebruiken in de Duitse strafprocedures. Die toestemming werd gegeven.

Kortgezegd maakt het HvJ EU duidelijk dat voor de overdracht van bewijsmateriaal dat reeds in het bezit is van de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggende staat, niet noodzakelijkerwijs door een rechter te worden uitgevaardigd. Ook een officier van justitie mag dit doen, voor zover deze onder nationaal recht daartoe bevoegd is. Het Hof verduidelijkt dat voor het uitvaardigen van een EOB dezelfde materiële voorwaarden gelden als voor de overdracht van soortgelijk bewijsmateriaal in een zuiver binnenlandse situatie in die staat. Het Hof merkt op dat als een rechtbank van oordeel is dat een partij niet in een positie verkeert om effectief tegenspraak te leveren op een bewijsstuk dat waarschijnlijk een doorslaggevende invloed zal hebben op de feitelijke vaststellingen, die rechtbank een inbreuk op het recht op een eerlijk proces vaststellen en bewijs moet uitsluiten om een dergelijke inbreuk te voorkomen.

De EOB is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen. Dit beginsel, dat de „hoeksteen” vormt van de justitiële samenwerking in strafzaken, is zelf gebaseerd op wederzijds vertrouwen en op het weerlegbare vermoeden dat andere lidstaten het Unierecht en in het bijzonder de grondrechten naleven. Hieruit volgt dat wanneer de uitvaardigende autoriteit door middel van een EOB de overdracht wil veiligstellen van bewijsmateriaal dat reeds in het bezit is van de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat, de uitvaardigende autoriteit niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de afzonderlijke procedure te toetsen. Dit zou in de praktijk resulteren in een ingewikkelder en minder effectief systeem, wat de doelstelling van die richtlijn zou ondermijnen.

Ten slotte is in de EncroChat-situatie sprake van ‘interceptie van telecommunicatie’, waarvan kennis moet worden gegeven aan de autoriteit die daartoe is aangewezen door de lidstaat op wiens grondgebied het onderwerp van de interceptie zich bevindt (in casu Duitsland). De bevoegde autoriteit van die lidstaat heeft dan het recht om aan te geven dat die onderschepping van telecommunicatie mag niet worden uitgevoerd of moet worden beëindigd, als dit op een soortgelijke manier niet zou zijn toegestaan in een binnenlands geval. Deze rechten en plichten zijn niet alleen bedoeld om het respect voor de soevereiniteit van de EU-lidstaat te garanderen, maar ook om de fundamentele rechten van de betrokken personen te beschermen.

Themanummer over cryptophones

In mei 2022 is een themanummer over cryptophones verschenen in het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht en Rechtshandhaving (TBS&H). Het themanummer bevat hele actuele en relevante bijdragen (zie het overzicht hieronder).

In het artikel die ik samen met Bart Schermer heb geschreven bieden we een overzicht en analyse van de EncroChat-jurisprudentie (tot en met februari 2022). Daarnaast heb ik een annotatie geschreven over de veroordeling van de oprichter van Ennetcom.

Veel bijdragen zijn van collega’s van de Universiteit Utrecht. Met speciale dank voor de inspanningen van Dave van Toor die het themanummer heeft gecoördineerd!

Inhoudsopgave:

D.A.G. van Toor, ‘Het enkele gebruik van cryptophones als basis voor procesrechtelijke concepten’, TBS&H 2022/2.1

B.W. Schermer & J.J. Oerlemans, ‘De EncroChat-jurisprudentie: teleurstelling voor advocaten, overwinning voor justitie?’, TBS&H 2022/2.2

S. Royer & R. Vanleeuw, ‘Cryptofoons, privacyvriendelijke applicaties en het vermoeden van onschuld’, TBS&H 2022/2.3

D.A.G. van Toor, ‘Het gebruik van resultaten uit de Encro­Chat-­hack in de Duitse strafrechtspleging’, TBS&H 2022/2.4

L.W. Verbeek & T. Beekhuis, ‘Executieve jurisdictie: het (grote) obstakel in grensoverschrijdende opspo­ringsonderzoeken naar (gebruikers van) cryptoaanbieders?’, TBS&H 2022/2.5

M.M. Egberts, ‘De reikwijdte van het inzagerecht en ‘equality of arms’ in het licht van grote datasets, Hansken en toekomstige ontwikkelingen’, TBS&H 2022/2.6

M. Galič, ‘Bulkbevoegdheden en strafrechtelijk onderzoek. Lessen uit de jurisprudentie van het EHRM voor de normering van grootschalige data-analyse’, TBS&H 2022/2.7

Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9085, TBS&H 2022/2.8, m.nt. J.J. Oerlemans (Oprichter van cryptotelefoonaanbieder Ennetcom veroordeeld)